BASISBEGINSELEN FOTOGRAFIE

Werken met de sluitertijd onder de knie krijgen

De sluitertijd van je Canon-camera is een van de drie instellingen die de belichting bepalen en vormt de sleutel tot het vastleggen van beweging. Deze eenvoudige tips helpen je om dit onder de knie te krijgen.
Een crossmotor rijdt door een plas, waardoor een waternevel ontstaat terwijl een fotograaf aan de zijkant gehurkt een Canon-camera op de motorrijder richt.

Het wijzigen van de sluitertijd op je camera is een manier om de algehele belichting van een foto aan te passen. Een aangepaste sluitertijd is ook handig bij creatief fotowerk. Je kunt hiermee namelijk de mate van bewegingsonscherpte in je foto's beïnvloeden en bepalen.

Hier lees je vijf tips om je te helpen de sluitertijd naar je hand te zetten en meer controle te krijgen over je actiefotografie, of je nu opnamen maakt bij een sportdag op school met een Canon EOS R100 (die een sluitertijd heeft van maximaal 1/4000 sec) of van wildlife met een Canon EOS R7 (die een korte sluitertijd van maximaal 1/16.000 sec biedt).

In een foto die is gemaakt met een Canon EOS R10 met een sluitertijd van 1/2000 seconde wordt een golden retriever vastgelegd die naar de camera loopt.

De Canon EOS R10 biedt korte sluitertijden tot 1/4000 seconden (mechanische sluiter) of tot 1/16000 seconden (elektronische sluiter), wat voldoende is voor het vastleggen van scherpe opnamen van snelle actie, zoals actiesporten of bewegende dieren. Gefotografeerd met een Canon EOS R10 en een Canon RF 70-200mm F2.8L IS USM-lens, ingesteld op 100mm, 1/2000 sec, f/2.8 en ISO 320.

Wat is sluitertijd?

De sluitertijd is de tijd dat de sluiter van de camera open blijft en dus hoe lang de sensor wordt blootgesteld aan licht. Hoe langer deze open is, hoe meer licht de sensor raakt en hoe helderder het beeld.

De sluitertijd is één kant van de belichtingsdriehoek, de drie factoren die de belichting van een foto bepalen. De andere twee factoren zijn het diafragma en de ISO-instelling. Met het diafragma wordt aangegeven hoe groot of klein de lensopening is, wat invloed heeft op de hoeveelheid licht die de sensor bereikt. De ISO-instelling bepaalt de gevoeligheid van de sensor voor licht. Zo krijg je met een hogere ISO-waarde lichtere beelden, maar levert dit meestal meer beeldruis op.

Met een korte sluitertijd zoals 1/1000 sec, wat betekent dat de sluiter slechts een milliseconde open blijft, kun je de beweging van een snelbewegend onderwerp bevriezen, zoals een motorrijder die snel rijdt. Een korte sluitertijd betekent echter dat er minder licht in de camera komt. Normaal gesproken vergroot je daarom het diafragma of verhoog je de ISO-waarde voor een goed belichte opname. Met een zeer lange sluitertijd, bijvoorbeeld 1 seconde, zou de bewegende motorrijder wazig worden.

Het scherm aan de achterkant van een Canon-camera met de modus Sluitertijdvoorkeuze.

Als je de sluitertijd zelf wilt instellen, zet je de camera op de modus Sluitertijdvoorkeuze (Tv) of Handmatig (M).

1. Controle over de sluitertijd

De meeste EOS-camera's hebben een speciale scènestand voor 'Sport'. Hierdoor worden de juiste instellingen voor belichting en scherpstelling automatisch toegepast voor het fotograferen van bewegende onderwerpen. Dit levert geweldige resultaten op, maar voor creatiever werk moet je zelf de controle nemen. Stel dat je een bepaald effect wilt creëren of je wil aanpassen aan specifieke omstandigheden, bijvoorbeeld wanneer je op afstand vanuit de hand een snel bewegend onderwerp wilt vastleggen.

Als je de sluitertijd zelf wil instellen, zet je de camera op Sluitertijdvoorkeuze (of Tv, dat staat voor Tijdwaarde). Je kunt de sluitertijd vervolgens handmatig instellen door aan het hoofdinstelwiel te draaien of door het touchscreen te gebruiken dat beschikbaar is op veel EOS-camera's, zoals de EOS R50 en de EOS R8. Je camera past het diafragma automatisch aan voor een standaardbelichting. Als je zelf de volledige controle wilt hebben, schakel je over naar de handmatige modus (M) en kun je elke gewenste combinatie van instellingen kiezen.

De kortste sluitertijd die beschikbaar is, varieert per model en is tevens afhankelijk van de sluitermodus die je selecteert, waarbij je een keuze kunt maken tussen een mechanische of elektronische sluiter. De mechanische sluiter op een Canon EOS-camera gaat doorgaans tot 1/4000 of 1/8000 seconde, terwijl de elektronische sluiter in geavanceerde EOS R System-modellen veel sneller kan zijn, tot 1/64.000 sec. in de EOS R3. De langste automatisch ingestelde sluitertijd is 30 seconden. Als je langere sluitertijden wilt, bijvoorbeeld voor het vastleggen van vuurwerk of fotografie van lichtstrepen, kun je de bulbmodus selecteren. In deze modus wordt de sluiter geopend wanneer je op de ontspanknop drukt en blijft deze geopend totdat je deze opnieuw indrukt.

Op een foto die is gemaakt met een Canon EOS R10 met een korte sluitertijd, geeft een straatdanser met één hand op de grond een high kick. Op de achtergrond staan vier andere personen en een aantal hoge palmbomen.

De sluitertijd voor deze foto, 1/3200 seconde, was kort genoeg om beweging vast te leggen, maar er is nog steeds een beetje bewegingsonscherpte, bijvoorbeeld rond de voeten van de danser. Dankzij de optische beeldstabilisatie in de lens zijn elementen in de scène die niet bewegen echter prachtig scherp. Gefotografeerd met een Canon EOS R10 en een Canon RF-S 18-45mm F4.5-6.3 IS STM-lens, ingesteld op 18 mm, 1/3200 sec, f/4,5 en ISO 400.

Een scherp zoombeeld van roeiers op het water, gefotografeerd met een Canon RF-S 18-150mm F3.5-6.3 IS STM-lens.

Hoe meer je inzoomt, hoe duidelijker elke cameratrilling zichtbaar wordt in je opname. In de 4,5-stops optische beeldstabilisatie in de RF-S 18-150mm F3.5-6.3 IS STM-lens is dit echter effectief tot een minimum beperkt, waardoor de fotograaf een sluitertijd kan gebruiken die niet bijzonder hoog is, 1/2000 seconde, en zelfs de waterdruppels scherp zijn bij een brandpuntsafstand van 100 mm. Gefotografeerd met een Canon EOS R10 en een Canon RF-S 18-150mm F3.5-6.3 IS STM-lens, ingesteld op 100 mm, 1/2000 sec, f/6,3 en ISO 500.

2. Voorkom cameratrilling

Er zijn twee dingen waar je aan moet denken wanneer je de sluitertijd kiest. Als je opnamen maakt vanuit de hand, moet je bedenken of de sluitertijd snel genoeg is om onscherpte door beweging van de camera te voorkomen. Dit wordt ook wel 'cameratrilling' genoemd. Vervolgens moet je kijken hoe snel het vast te leggen onderwerp beweegt.

De sluitertijd die je nodig hebt om cameratrilling te voorkomen, is afhankelijk van een aantal dingen, waaronder hoe winderig het is en of je een lens of camera met ingebouwde beeldstabilisatie gebruikt. De brandpuntsafstand van de lens is echter de belangrijkste factor. Hoe meer je inzoomt, hoe duidelijker elke trilling zichtbaar wordt in je opname.

Een algemene regel om dit te voorkomen is het gebruik van een sluitertijd die gelijk is aan het omgekeerde van de effectieve brandpuntsafstand of sneller. Gebruik dus bij een 50mm-lens 1/50 seconden of sneller en bij een 200mm-lens 1/200 seconden of sneller. Je moet ook de snelheid van het onderwerp in de gaten houden. Lees verder voor de volgende tip.

Een onscherpe opname van een motorrijder, waarbij de achtergrond wel scherp is.

Een sluitertijd van 1/200 seconden is behoorlijk snel. Deze opname geeft dus een geweldige indruk van het bewegende onderwerp zonder dat de details van de motor of de motorrijder duidelijk zichtbaar zijn. Gefotografeerd met een Canon EOS 90D en een Canon EF-S 10-18mm F/4.5-5.6 IS STM-lens, ingesteld op 11 mm, 1/200 sec, f/14 en ISO 1250.

Een scherpe opname van een motorrijder op een bewegende crossmotor, waarbij de achtergrond en de bestuurder wel scherp zijn.

Bij 1/1000 seconde wordt de actie daadwerkelijk bevroren. Merk ook op hoe het diafragma is vergroot tot f/5,6 om de juiste belichting te behouden. Gefotografeerd met een Canon EOS 90D en een Canon EF-S 10-18mm F/4.5-5.6 IS STM-lens, ingesteld op 18mm, 1/1000 sec, f/5,6 en ISO 1250.

3. Bewegende onderwerpen? Kies voor een korte sluitertijd

De benodigde sluitertijd om een bewegend onderwerp vast te leggen, is afhankelijk van de afstand tussen het onderwerp en de camera, de richting waarin het onderwerp beweegt en zijn snelheid. Meestal heb je een kortere sluitertijd nodig dan je denkt. Met een sluitertijd van 1/250 seconde bevries je een langzaam bewegend onderwerp, zoals iemand die loopt, maar je moet tot wel 1/1000 of zelfs 1/4000 seconde gaan voor scherpe opnamen van sneller bewegende onderwerpen zoals vliegende vogels en voorbij razende auto's. Houd er rekening mee dat je voor een correcte belichting de ISO-instelling moet verhogen als je kortere sluitertijden gebruikt, vooral als je sport en wildlife fotografeert.

Het nadeel van het bevriezen van de actie kan zijn dat de actie er niet meer zo actief uitziet. Foto's van bewegende onderwerpen zien er vaak dynamischer uit als het onderwerp scherp is, maar de achtergrond onscherp is. Voor dit effect moet je ervoor zorgen dat de sluitertijd lang genoeg is om een bepaalde onscherpte te bereiken. Beweeg de camera vervolgens mee met het onderwerp, op dezelfde snelheid als het onderwerp beweegt. Dit wordt pannen genoemd - meer informatie hierover vind je in Canon's handige gids over pannen.

Een foto die is gemaakt met een Canon EOS R7 van een motorrijder, scherp tegen een onscherpe achtergrond doordat de fotograaf heeft gepand om de beweging van het onderwerp te volgen.

Als je een relatief lange sluitertijd gebruikt tijdens het pannen van je camera om een bewegend onderwerp te volgen, krijg je een scherp onderwerp tegen een onscherpe achtergrond, waardoor de actie er dynamischer uitziet. Gefotografeerd met een Canon EOS R7 en een Canon RF 100-500mm F4.5-7.1 L IS USM-lens, ingesteld op 363 mm, 1/160 sec, f/10 en ISO 100.

Een foto van een skateboarder, scherp tegen een onscherpe achtergrond omdat de fotograaf heeft gepand om de beweging van het onderwerp te volgen.

De techniek van pannen is ontzettend handig bij allerlei soorten actiefotografie, van sport tot wildlife. De truc is om de drang om de actie te bevriezen te weerstaan. Gebruik in plaats daarvan een sluitertijd die lang genoeg is om bewegingsonscherpte te creëren, maar volg het bewegende onderwerp met een vergelijkbare snelheid. Gefotografeerd met een Canon EOS RP (nu opgevolgd door de Canon EOS R8) en een Canon RF 24-105mm F4-71 IS STM-lens, ingesteld op 26 mm, 1/30 sec, f/16 en ISO 100.

4. Sluitertijden voor video's

Als je video's maakt, kun je een sluitertijd van ongeveer 1/2R instellen, waarbij R de framesnelheid is waarmee je de opnamen maakt. Als je bijvoorbeeld op de Canon EOS R10 opnamen maakt met 4K 60p, is de ideale sluitertijd ongeveer 1/125 seconde - iets meer dan het dubbele van de 60 fps waarmee de camera opnamen maakt. Dit voorkomt onscherpte door een te lange sluitertijd, maar voorkomt ook dat opnamen er haperig uitzien, zoals bij een kortere sluitertijd.

Water dat over grote, met mos begroeide rotsen naar beneden stroomt. Het water is onscherp vanwege de lange sluitertijd van de camera.

Als je de camera op een statief plaatst om deze stil te houden, zorgt een lange belichting (lange sluitertijd) ervoor dat alles wat beweegt, zoals de golven, onscherp wordt, waardoor het water de klassieke melkachtige uitstraling krijgt. Gefotografeerd met een Canon EOS R5 en een Canon RF 14-35mm F4L IS USM-lens, ingesteld op 35 mm, 1 sec, f/22 en ISO 100.

5. Gebruik een lange sluitertijd om beweging te vervagen

Je kunt een relatief lange belichting gebruiken - een lange sluitertijd, bijvoorbeeld langer dan een seconde - om een foto opzettelijk onscherp te maken of alleen de bewegende elementen in een verder scherpe scène onscherp te maken. Om te voorkomen dat de opname te lang wordt belicht, moet je echter een kleinere diafragma-instelling (hoger f-getal, bijvoorbeeld f/16 of f/22), lagere ISO-waarden of een ND-filter gebruiken. Zo beperk je de hoeveelheid licht die de camera binnenkomt. Je kunt nu de camera bewegen tijdens de belichting, waardoor de hele foto onscherp wordt, of een statief gebruiken om de camera stil te houden, zodat alleen de bewegende delen op de opname onscherp worden. Gebruik de laatste techniek om golven en stromend water in een landschap er zachter uit te laten zien of om bewegende voertuigen en groepen mensen in een stad te vervagen.

Gebruik de Bulb-modus bij belichtingen van langer dan 30 seconden. Blader door de sluitertijden om de Bulb-modus weer te geven. Op sommige Canon-camera's vind je de modus via de 'B'-instelling op het programmakeuzewiel en op andere camera's via 'M' (de handmatige modus). Het indrukken van de ontspanknop kan zorgen voor schokken en dus voor beweging. Daarom kan het handig zijn om een (wireless) afstandsbediening te gebruiken. Een andere optie is het gebruik van de Canon Camera Connect-app, waarmee je de camera op afstand bedient vanaf je smartphone.

Als je de sluitertijd begrijpt en weet hoe je deze instelt, haal je alles uit je camera en lens, zodat je elke keer weer prachtige foto's kunt maken.


Geschreven door Marcus Hawkins en Pete Wolinski

Gerelateerde producten

Gerelateerde artikelen

  • BASISBEGINSELEN FOTOGRAFIE

    Belichting bepalen

    Krijg diafragma, sluitertijd en ISO-instellingen onder de knie.

  • Een persoon die met een crossmotor over een parcours rijdt, de motor laag bij de grond leunend, gefotografeerd door pannen met de camera. © Richard Walch

    BASISBEGINSELEN FOTOGRAFIE

    Pannen met je camera voor beginnende fotografen

    Ontdek hoe je pannen kunt gebruiken voor betere actiefoto's met deze toptips.

  • Lichtsporen van een bus in een drukke straat in Madrid, Spanje.

    BEWEGING FOTOGRAFEREN

    Beweging vastleggen op foto's

    Ontdek hoe je beweging kunt vastleggen en je foto's een gevoel van actie kunt geven.

  • De beste lenzen voor actie

    ACTIEFOTOGRAFIE

    De beste lenzen voor actie

    Canon's gids voor de beste lenzen voor actiefotografie.