VERHALEN

"Ik geloof in de kracht van informatie": James Nachtwey in gesprek met Hilary Roberts

Een overlevende van een Hutu-vernietigingskamp poseert voor James op het hoogtepunt van de onrusten in Rwanda in 1994. © James Nachtwey / Contrasto

James Nachtwey, held van fotojournalistiek, legt al meer dan vier decennia conflicten, rampen en ziekten over de hele wereld vast.

James is in 1948 geboren in New York en is een van de meest gerespecteerde documentair verslaggevers in het vak. Hij heeft zichzelf fotografie geleerd en daarna gewerkt als freelancer voor het tijdschrift Time. In 1976 kreeg hij zijn eerste vaste baan bij Albuquerque Journal in New Mexico. Sindsdien heeft zijn werk geleid tot geschokte reacties, bewondering en inspiratie.

Tijdens de start van Memoria, zijn overzichtstentoonstelling die op verschillende plekken over de hele wereld wordt gehouden, te beginnen in Milaan, sprak James langdurig met de fotografiecuratrice van het Imperial War Museum in Londen en tevens Canon-ambassadrice, Hilary Roberts. Ze spraken over hoe moeilijk het is om te slagen in fotografie, of beelden een verschil kunnen maken en over de emotionele gevolgen van het zien van menselijk drama over de hele wereld. Hij deelt zijn ervaringen over een reportage over Roemeense weeshuizen, de Rwandese genocide, de aanslagen van 11 september, de Europese vluchtelingencrisis en zijn ideeën over de huidige toestand van de fotojournalistiek.


Hilary Roberts: op de poster van de tentoonstelling Memoria staat het hoofd van een jonge Hutu-man in Rwanda (zie hierboven). Hij heeft ernstige littekens in zijn gezicht en is duidelijk getraumatiseerd. Dit beeld behoeft geen bijschrift over de wreedheid van de mens tegenover de mens. Ik kan me voorstellen dat dit een van de ergste beelden was die je in Rwanda hebt gezien, maar heeft dit voor jou een speciale betekenis?

James Nachtwey: Jazeker. Hij was net vrijgelaten uit een Hutu-concentratiekamp waar mensen werden gemarteld en vermoord, en ze werden naar zeer elementaire medische centra gebracht. Ik was daar aan het fotograferen toen hij binnenkwam. Hij kon niet praten en ik sprak zijn taal ook niet. Ik maakte oogcontact met hem en via gebaren vroeg ik of ik hem mocht fotograferen. Hij liet blijken akkoord te gaan en op een gegeven moment draaide hij zelfs zijn gezicht in de richting van het licht. Toen heb ik die foto gemaakt. Ik denk dat hij begreep welke boodschap zijn littekens zouden overbrengen aan de rest van de wereld. Volgens mij wees hij me op dat moment aan als zijn boodschapper.

Ik hoorde voor het eerst van je toen je in 1981 verslag deed van de hongerstakingen in Noord-Ierland. Daarvoor werkte je echter als persfotograaf in de Verenigde Staten. Hoe ben je geïnteresseerd geraakt in fotografie?

Tijdens mijn jeugd was er niets dat erop wees dat ik interesse in of talent voor fotografie zou hebben. Na mijn afstuderen heb ik besloten dat ik dit wilde doen. Ik was geïnspireerd geraakt door fotografie over de oorlog in Vietnam en de Amerikaanse burgerrechtenbeweging. Deze foto's hadden een grote impact op mij persoonlijk en hierdoor veranderde mijn mening over wat er daadwerkelijk gebeurde. Onze politici en militaire leiders vertelden ons het een en fotografen vertelden ons iets anders: de fotografen vertelden ons wat er daadwerkelijk gebeurde.

Je hebt jezelf fotografie geleerd. Hoe heb je dat gedaan?

Ik had niet genoeg geld om naar een fotografieschool te gaan. Ik begon met foto's maken op een geleende camera. Ik las boeken over het belichten en ontwikkelen van film, en het maken van afdrukken. Ook huurde ik een donkere kamer om te oefenen. Overal waar ik kwam, deed ik alsof ik een opdracht van een tijdschrift had. Ik ging er zelf op uit en probeerde foto's te maken die ik aan een redacteur kon laten zien. Na enkele jaren had ik een portfolio opgebouwd en hiermee ging ik uiteindelijk naar het kantoor van Time in Boston. Ze waren enthousiast en ze gaven me opdrachten.

Een paar jaar hierna verdiende ik genoeg geld om van te leven. Maar ik vond dat de opdrachten niet voldoende waren en dat ik door te werken voor een krant dagelijks intensieve ervaring zou opdoen. Ik solliciteerde bij kranten in delen van de VS die ik niet kende. Ik kreeg een baan aangeboden bij de Albuquerque Journal in New Mexico en ben daarheen gevlogen. Ik heb vier jaar lang het vak van fotojournalist geleerd en maakte elke bekende fout en zelfs nieuwe fouten die daarvoor nog niet bestonden. Langzaam kreeg ik ervaring en vertrouwen. Een paar fotografen die in dienst waren bij de krant waren erg goed en begeleidden me.

Na vier jaar bij de krant werd ik op een nacht wakker en besefte dat ik alles had geleerd wat ik in deze baan kon leren. Het was tijd om verder te gaan. De volgende dag nam ik ontslag, pakte mijn Volkswagen Kever in en reed naar New York. Daar begon ik een carrière als freelancer. Ik sloot me aan bij fotoagentschap Black Star. Het werd geleid door een fantastische man, Howard Chapnick, die een expert en heel beschaafd is, en echt in fotografie gelooft. Hij steunde me enorm en toen in Belfast en Derry in Noord-Ierland de hongerstaking en het oproer begon, zei ik tegen Howard: "Ik wil erheen". Ik had geen opdracht, maar vloog erheen en begon.

Palestinians throw flaming molotovs at Israeli soldiers in the West Bank in 2000.
Tijdens de tweede Palestijnse intifada was het geweld van beide zijden hevig en gooiden demonstranten projectielen naar soldaten, die op hun beurt schoten met echte munitie en rubberen kogels, vaak met fatale gevolgen. Gemaakt in Ramallah, Westelijke Jordaanoever in 2000. © James Nachtwey / Contrasto

Denk je dat het voor jonge fotografen tegenwoordig belangrijk is om risico's te nemen om hun carrière van de grond te krijgen?

Je neemt risico's tijdens het begin en tijdens de rest van je carrière, zolang je fotograaf bent. Maar je moet nooit roekeloos zijn, want de gevolgen kunnen heel ernstig zijn, meer dan alleen een mislukte carrière. Als je foto's aan het publiek zullen worden getoond, wil je er alles aan doen om het verhaal goed te vertellen. We maken de geschiedenis live mee. We weten de betekenis van de gebeurtenissen nog niet. Daarom fotograferen we, [maar] we moeten ons instinct en onze kennis over het verleden gebruiken om te proberen een beeld te scheppen waar een kern van waarheid in zit.

Neem tijdens je hele carrière risico's, maar wees nooit roekeloos.

Is het label van 'oorlogsfotograaf' gunstig of ongunstig voor je? Sommige fotografen vinden dat hiermee het beeld over hun werkzaamheden onnodig wordt beperkt.

Ik vind dat het er niet zoveel toe doet. Het is meer een gemakslabel. Portretfotografen worden portretfotografen genoemd en landschapsfotografen worden landschapsfotografen genoemd, ondanks dat ze in de kern meer dan dat alleen doen.

Naast conflictfotografie werk je ook aan maatschappelijke documentaires, klopt dat?

Ja. Toen ik begon, concentreerde ik me op oorlogen en conflicten. 10 jaar lang heb ik bijna alleen maar dat gedaan. Ik reisde de hele wereld over, van oorlog naar oorlog. Na de val van de Berlijnse muur en het uiteenvallen van het Oostblok was ik benieuwd naar Roemenië omdat dat het minst toegankelijke land van alle Oost-Europese landen was geweest. Plotseling was het open. Ik ben daar gewoon naartoe gegaan, zonder opdracht. Ik hoorde dat er in het hele land weeshuizen waren, maar niemand kon me vertellen waar. Ik vond een tolk, huurde een auto en ging rondrijden en weeshuizen zoeken. Uiteindelijk vond ik een goelag voor kinderen.

Het was anders dan het type geweld dat ik in oorlogen had meegemaakt. Het was een door de staat opgelegde, geïnstitutionaliseerde wreedheid gericht op volledig onschuldige mensen en ik was echt diep geschokt. Ik heb meerdere weken gewerkt aan het vastleggen van deze misdaad tegen de mensheid. Ik denk dat ik hierdoor mijn focus heb verbreed. Ik zag de waarde van het fotograferen van kritieke maatschappelijke problemen en onrechtvaardigheden die schreeuwden om een oplossing, maar die eerst bekend moesten worden gemaakt. De volgende 10 jaar werkte ik aan een project dat het boek Inferno werd.

A famine victim in Sudan lies huddled on the ground in a feeding centre, shrouded in a blanket with one eye looking out, waiting to be given water from a bowl.
James heeft meer dan drie decennia lang menselijke rampen over de hele wereld gefotografeerd, waaronder de hongersnood in Darfur, Soedan, in de jaren '90. Hier is een slachtoffer van de hongersnood te zwak om te drinken van het water dat binnen handbereik is en moet wachten op hulp. Gemaakt in 1993. © James Nachtwey / Contrasto

Don McCullin heeft gezegd dat hij niet denkt dat zijn foto's een verschil maken. Hoe zie je je eigen werk? Heb je ooit gemerkt dat je foto's een positieve verandering hebben gebracht of mensen hebben geïnformeerd?

Ik geloof in de kracht van informatie in het hoofd van het publiek. Door informatie worden mensen niet meer gemonopoliseerd door de machthebbers. Het veranderingsproces is daarvan afhankelijk. Er is bewijs dat het werk van de pers essentiële informatie voortbrengt waardoor veranderingen tot stand komen. Dit is niet mijn werk of het werk van één journalist, maar het werk van ons allemaal samen. Er zijn oorlogen waarvan mensen denken dat deze hopeloos zijn en nooit zullen eindigen, maar dat gebeurt wel. Een van de redenen hiervoor is informatie en het collectieve bewustzijn dat de informatie teweegbrengt. Toen de oorlog in Irak begon, was een grote meerderheid van het Amerikaanse volk daar voorstander van. Als we enkele jaren vooruit spoelen, zien we dat een grote meerderheid van de Amerikanen tegen is. Informatie is de oorzaak van deze verandering?

We gaan door naar je laatste project, Memoria. Dit is een grote overzichtstentoonstelling waarvan ook een boek zal worden gemaakt. Wat hoop je hiermee te bereiken?

Ik heb dit gebruikt om via een ander platform te kunnen communiceren, niet in de pers maar in een expositieruimte. Mijn werk is bedoeld om te verschijnen in massamedia op het moment dat de gebeurtenissen plaatsvinden, waardoor het deel wordt van de dagelijkse gesprekken van mensen. Maar een bijkomend doel van de foto's is om deze buiten die context te tonen. Fotografie is een momentopname, maar is ook tijdloos. Wanneer je foto's apart van het nieuws ziet, ervaar je deze anders.

Mijn foto's zijn niet bedoeld om te bevestigen wat ik al weet.

Daar ben ik het absoluut mee eens. Tijdens het rondlopen over de tentoonstelling, merkte ik een sterke spiritualiteit in bepaalde foto's, waardoor je werd aangezet tot nadenken. Ik vraag me af of je het moeilijk vindt om schoonheid naast de verschrikkingen van conflicten te plaatsen. Hoe beeld je je een scène in? Doe je dat instinctief?

Ik werk in het moment. Het is een persoonlijke reactie op wat ik zie. Er is geen vooraf bepaalde procedure. Mijn foto's zijn niet bedoeld om te bevestigen wat ik al weet. Het proces van fotograferen is een manier om de werkelijkheid op het moment en de plaats zelf te verkennen. Alles is het gevolg van improvisatie. Als schoonheid naast of samen met tragedie voorkomt, is dat onderdeel van het leven en niet iets wat ik of een andere fotograaf bij mensen opdring. Ik maak geen foto's vanwege de schoonheid. Het kan een element zijn van wat er op dat moment gebeurt en ik weet niet precies waarom dat zo is. Misschien is het een mechanisme binnen de menselijke aard waardoor we tragedie kunnen aanschouwen zonder weg te kijken. Misschien is dat het doel ervan. Maar als iemand een van mijn foto's bekijkt en alleen iets moois ziet, is het doel van de foto mislukt.

In a battle-scarred bedroom, a Croat militiaman leans out of the window and fires on his Muslim neighbours with a rifle.
De strijd om Mostar vond plaats van huis tot huis, van kamer tot kamer, tussen buren. Hier is een slaapkamer een slagveld geworden. Gemaakt in Mostar, Bosnië en Herzegovina, in 1993. © James Nachtwey / Contrasto

Ik wil graag over specifieke voorbeelden uit de tentoonstelling praten. Sommige zijn erg bekend, maar zullen toch indruk maken. De eerste foto is van de strijd om Mostar in Bosnië, in 1993, van een Kroatische strijder die vanuit een raam met zijn wapen schiet (zie hierboven)...

Ik was net voor het eerst in Bosnië aangekomen. Ik kwam daar op de tweede dag van de strijd. Ik was samen met een andere fotograaf en we slaagden erin ons bij een groep Kroatische strijders te voegen die van huis tot huis en van kamer tot kamer vochten. Ze probeerden hun moslimburen te verdrijven met wie ze generaties lang in vrede hadden samengeleefd. Door deze postnationale burgeroorlog waardoor voormalig Joegoslavië uiteenviel, vormden normale burgers milities die soevereine eenheden wilden oprichten voor hun eigen etnische groepen.

Vlak voordat ik die foto nam, was een van de strijders in de gang neergeschoten en de andere fotograaf die bij mij was, verleende eerste hulp. Het leek of niemand anders in hun groep wist hoe je dat moest doen. Voor mij is die foto [van de strijder die zijn wapen richt] tegenstrijdig omdat het plaatsvindt in een slaapkamer. Een slaapkamer is waar mensen rusten en dromen, waar het leven zelf wordt verwekt. Juist die plek was het strijdtoneel.

Je hebt veel slachtoffers van conflicten ontmoet. Ga je ooit terug of houd je contact met de mensen die je onder deze omstandigheden hebt gefotografeerd?

Dat is niet mijn rol. Ik ga naar gebieden waar conflicten en chaos heersen, en de ontwikkelingen volgen elkaar snel op. Ik ga op dat moment relaties aan, maar daarna ga ik verder. Mensen gaan weer verder.

Dust and debris fly skywards as the south tower of the World Trade Center collapses in New York on 11 September 2001. In the foreground is a rusted cross on the roof of a building.
"Ik kwam op 10 september rond half twaalf aan in New York en kon de torens van het World Trade Center vanuit mijn raam zien. Toen ik 's ochtends uit het raam keek, zag ik zwarte rook uit de eerste toren komen." Gemaakt in New York op 11 september 2001. © James Nachtwey / Contrasto

Je was precies op Ground Zero in New York op 11 september 2001, toen de zuidelijke toren instortte. Ik neem aan dat dat werk een van je persoonlijkste rapportages is. Wat herinner je je van die dag en hoe kijk je er nu op terug?

Volgens mij heb ik het nooit verwerkt. Ik kwam op 10 september rond half twaalf aan in New York na een reis naar Frankrijk en kon de torens van het World Trade Center vanuit mijn raam zien. Toen ik 's ochtends uit het raam keek, zag ik zwarte rook uit de eerste toren komen. Ik had geen idee wat het was. Ik dacht dat er misschien een ongeluk was gebeurd, en [ik besefte] dat het iets belangrijks zou zijn, dus ik zocht mijn camera-apparatuur bij elkaar. Toen ik klaar was om te vertrekken, keek ik nog een keer uit het raam en zag ik dat de tweede toren in brand stond. Ik besefte dat Amerika werd aangevallen.

Ik rende ernaartoe en begon te fotograferen. Toen ik mijn camera op de zuidelijke toren richtte, zag ik een kerk met een kruis en gebruikte dat als richtobject, een voorgrondelement dat instinctief juist leek. Toen ik aan het fotograferen was, stortte de toren voor mijn ogen in. Ik was verbluft. Mijn gedachten gingen ineens in slow motion en al die grote stukken metaal die als luciferhoutjes door de lucht vlogen, zweefden in slow motion. Ik dacht dat ik alle tijd van de wereld had.

Ik besefte dat ik ongeveer vijf seconden had. Als ik een foto zou maken, zou ik het niet overleven.

Ik gebruikte het laatste frame (ik maakte een film) en mijn camera stopte. Vanaf dat moment was ik weer in de echte wereld en besefte ik dat ik geraakt zou worden. Het lukte dekking te vinden en alles kwam naar beneden en viel om mij heen op de grond. Ik was vastbesloten om naar die plaats te gaan [waar de eerste toren was gevallen] en te zien hoe het eruit zag. Er waren vernietigde brandweerwagens en politieauto's. Het was alsof de wereld was vergaan. Ik was zo vastbesloten om ernaartoe te gaan dat ik niet kon bedenken dat als de eerste toren was gevallen de tweede toren waarschijnlijk ook zou gaan vallen. En toen ik me dat besefte, stond ik er precies onder. Ik besefte dat ik ongeveer vijf seconden had voordat alles de grond zou raken en dat als ik die foto zou maken, ik het waarschijnlijk niet zou overleven. Ik gebruikte mijn overlevingsinstinct en op de een of andere manier vond ik weer dekking.

Eerst dacht ik dat ik eronder was begraven omdat alles volledig zwart was. Ik kreeg bijna geen adem omdat ik omringd werd door al die rook en stof. Uiteindelijk vond ik de weg naar buiten, ging naar beneden naar Ground Zero en bleef de rest van de dag daar. Ik besefte dat er veel mensen waren gestorven en de sympathie en woede die ik voelde, waren niet anders dan wat ik voelde voor de oorlogsslachtoffers in andere plaatsen waar ik was geweest. Mijn gevoelens hadden niets te maken met mijn nationaliteit. Er werden geen overlevenden gevonden. We beseften ons dat ze allemaal onder het puin bedolven waren en er geen overlevenden waren.

Het was beangstigend. Ik wist wat ik in zo'n situatie moest doen omdat ik al op veel slagvelden ben geweest. Er stonden rijen ambulances om de gewonden weg te brengen, maar die waren er gewoon niet.

People mill around the war-ravaged streets of Kabul, Afghanistan, some on bicycles, while two men sit on the barrel of a tank gun.
Door de nasleep van oorlog in stedelijke gebieden hebben overlevenden geen andere keuze dan in de ruïnes van hun huizen en buurten te wonen. Ze proberen zo normaal mogelijk te leven, ondanks dat de gebouwen die bepalend zijn geweest in hun levens zijn ingestort. Gemaakt in Kabul, Afghanistan, in 1996. © James Nachtwey / Contrasto

Fotografen doen niet alleen hun werk, maar zijn ook getuige. We weten dat ze niet immuun zijn voor de gevolgen. Je hebt een lange, succesvolle carrière gehad in dit vak. Je hebt verschrikkelijke dingen gezien. Hoe ga je met deze herinneringen om?

Zo fatsoenlijk mogelijk, hoop ik. Het is moeilijk.

Vind je het eenvoudiger om erover te praten of om je te richten op het volgende?

Ik bespreek het niet met mensen die nog nooit in een dergelijke situatie zijn geweest omdat je het niet kunt uitleggen. En dat is niet hun schuld. We delen deze herinneringen en gevoelens met collega's, een uitzonderlijke groep mensen, en we begrijpen elkaar direct. We hoeven er eigenlijk niet eens over te praten en als we dat toch doen, weten we waar de ander het over heeft. Je draagt het met je mee. Je moet bereid zijn niet alleen de fysieke risico's, gevaren en ontberingen te trotseren, maar ook de emotionele obstakels. En die zijn in dit vak onvermijdelijk.

Ik wil het nu hebben over je recentere werk. Er is een foto uit Cambodja van een moeder met haar zoon die lijdt aan tuberculose en meningitis. Het is een piëta-achtige compositie. Deze blijft in je geheugen, mogelijk vanwege die associatie. Hierdoor besef ik hoe de moderne medische wetenschap wonderen kan verrichten, maar in derdewereldlanden of landen met minder goede voorzieningen lijden mensen nog steeds. Heb je die opdracht weer op eigen initiatief gedaan?

De eerste keer dat ik me werkelijk bezighield met tuberculose was tijdens een samenwerking met het Cambodjaanse gezondheidscomité, een ngo die is opgericht door Dr Anne Goldfeld van Harvard University. Zij is naar Cambodja gegaan om mensen met tuberculose te helpen. Dat was een door de overheid gerund medisch centrum met bijna geen medicijnen en dokters met weinig training. De familie van de patiënten deed het grootste deel van de zorg zelf omdat er een groot tekort aan personeel was. Ik denk dat het een foto van liefde is.

Ja.

Ik denk dat vooral de liefde die jongen in leven hield.

Kreeg hij medicijnen of een behandeling?

Heel weinig.

Is het goed met hem afgelopen?

Dat weet ik niet. Ik hoop dat hij het heeft overleefd. Zijn moeder had het op dat moment nog niet opgegeven. Ze was heel hoopvol, ondanks dat de situatie zo wanhopig was.

A man carries his son in his arms across a raging river as he tries to cross the border from Greece into Macedonia in 2016.
Deze foto is gemaakt in 2016. De vluchteling draagt zijn zoon om hem te beschermen tegen de woeste rivier terwijl hij probeert de grens tussen Griekenland en Macedonië over te steken. "Je wilt je best doen om het verhaal goed weer te geven", zegt James. "We maken de geschiedenis live mee. We weten de betekenis van de gebeurtenissen nog niet en daarom fotograferen we." © James Nachtwey / Contrasto

Dan komen we nu bij het heden. Je was in Griekenland om de Europese vluchtelingencrisis te fotograferen, samen met veel andere fotografen. Hoe heb je dat beleefd?

Ik heb tijdens die periode drie reizen naar Europa gemaakt. Tijdens de eerste reis kwam ik aan in Belgrado, net toen de Hongaarse grens werd gesloten. De vluchtelingen gingen nu uit zichzelf richting Kroatië en Slovenië. Ik werd op het vliegveld opgehaald door een man die mijn tolk en gids zou worden. We gingen meteen in die richting, zonder te weten wat we zouden aantreffen.

Ik zag een groep mensen door landbouwvelden lopen. Ik stapte uit de auto en begon hen te volgen. Ik zei tegen mijn gids: "Ik weet niet waar ik naartoe ga. Kijk of je me aan het eind van de dag kunt vinden." De mensen wisten niet eens in welk land ze waren. Volgens mij wisten ze niet echt waar ze naartoe gingen. Ze werden voortgedreven door wanhoop en aangetrokken door hoop. Ze bereikten het eind van de landbouwvelden en kwamen uiteindelijk bij een treinstation. Niemand wist of er een trein zou komen en waar die heen zou gaan.

Vanaf daar ben ik naar Lesbos in Griekenland gegaan om de mensen te fotograferen die vanuit Turkije op het strand aankwamen. Ten slotte ben ik naar Idomeni op de grens tussen Griekenland en Macedonië gegaan. De grens was gesloten en de mensen waren gestrand in vieze tentenkampen in de modder en regen. Dit gebeurde in de 21e eeuw in Europa. Als de hightechtenten dierenvellen waren geweest, had het een scène uit de middeleeuwen kunnen zijn.

Tegenwoordig is er veel aandacht voor nepnieuws en mensen lijken moeite te hebben feiten te onderscheiden van fictie, en wat fotografie hierbij kan betekenen. Wat vind je van nepnieuws en het dilemma van waarheid en geloofwaardigheid in de fotografie?

Journalistiek is afhankelijk van integriteit. Organisaties of personen die zaken bewust een verkeerde draai geven of gewoon keihard liegen, zetten het vak onterecht in een kwaad daglicht. De beste kranten, tijdschriften, televisiestations en persbureaus houden zich aan ethische gedragsregels en normen. Organisaties met een bewezen staat van dienst zijn betrouwbaar. Als politici deze organisaties beschuldigen van het brengen van nepnieuws, komt de waarheid hun waarschijnlijk niet goed uit. Ik denk dat we mensen die deze zaken zelf uitzoeken waardering moeten geven.

Denk je dat de journalistiek in de 21e eeuw in een gezonde toestand verkeert?

Ja, ik denk dat die in een zeer gezonde toestand verkeert en zich verder ontwikkelt. Journalistiek is nodig voor een goede werking van de maatschappij. Het zal niet weggaan. Het zal sterker worden. Welke middelen we momenteel ook gebruiken, we zullen ze op de juiste manier gebruiken. En als er weer iets nieuws komt, zullen we ons daaraan aanpassen. Ik kan niets vertellen over de commerciële aspecten van het runnen van een nieuwsorganisatie omdat ik daar niets over weet. Maar ik weet zeker dat de mensen die hier wel verstand van hebben manieren zullen vinden om zich aan te passen.


Van 30 mei tot 29 juli 2018 wordt het werk van James Nachtwey tentoongesteld in het Maison Européenne de la Photographie in Parijs, Frankrijk. Op de website van het Maison vind je meer informatie.

Geschreven door Rachel Segal Hamilton


Gerelateerde artikelen

Alles weergeven

Canon Professional Services

Leden krijgen toegang tot CPS Priority Support, zowel lokaal als op grote evenementen, een snelle Fast Track-reparatieservice en mogen, afhankelijk van het niveau van het lidmaatschap, gratis materiaal lenen en profiteren van een kosteloze retourzending bij onderhoud. Ook kunnen ze regelmatig gebruikmaken van exclusieve ledenaanbiedingen.

Kom meer te weten en vraag het aan

A CPS member looking pleased with his Canon photography equipment