Scherpere foto's

Scherp beeld van een roos.
Onjuiste scherpstelling zorgt voor een onscherp beeld van de roos.
Camerabewegingen zorgen voor een onscherp beeld van de roos.

Scherp

Bewegingsonscherpte

Misschien ben je wel eens gefrustreerd geraakt omdat foto's soms onscherp uitvallen, maar als je eenmaal weet dat er slechts twee oorzaken zijn van onscherpte – verkeerde scherpstelling en beweging (door het onderwerp of de camera) – kun je dit gemakkelijk voorkomen. Hier volgen een paar tips om je te helpen steeds weer scherpe foto's te maken.

Stevig en stabiel vasthouden

Houd de camera ver van je lichaam vandaan, zonder voldoende ondersteuning.
Houd de camera dicht bij je gezicht of lichaam voor ondersteuning.

Niet ondersteund

Ondersteund

Ga met je voeten naar het onderwerp gericht en op ongeveer op schouderbreedte van elkaar staan. Houd de camera stevig vast, dicht bij je lichaam, met je ellebogen tegen je borst gedrukt voor extra ondersteuning. Als je de zoeker gebruikt, kan je gezicht ook helpen de camera te ondersteunen.

Leunen tegen een stevig object zoals een muur of tafel kan helpen de camera stabiel te houden, en ook de camerariem strak om je elleboog trekken kan helpen.

Druk de ontspanknop in met een vloeiende, soepele beweging in plaats van er plotseling op te duwen. Probeer de camera zo stil mogelijk te houden tijdens het maken van de foto. Sommige camera's geven in de modus Auto of Hybride Auto een knipperend camerapictogram weer. Dit is om je te waarschuwen dat de foto waarschijnlijk onscherp zal worden door beweging van de camera.

Sluitertijd

Als de sluitertijd te lang is, zal het lastig zijn om de camera stil te houden tijdens de belichting, waardoor je een onscherpe foto krijgt. Je kunt de sluitertijd controleren in de zoeker of het scherm Snel instellen. Idealiter wil je een sluitertijd gebruiken die niet langer is dan de 'effectieve' brandpuntsafstand – de brandpuntsafstand van de lens vermenigvuldigd met de cropfactor van de APS-C-sensor (x 1,6). Met een 50 mm lens zou je bijvoorbeeld moeten streven naar een sluitertijd van 1/80 seconde. Mogelijk heb je een nog kortere sluitertijd nodig als het onderwerp beweegt. Als de camera een sportmodus heeft, probeert deze automatisch kortere sluitertijden in te stellen, hoewel de sluitertijd het eenvoudigst te regelen is met de modus Sluitertijdvoorkeuze (tv).

Image Stabilizer

Lenzen met 'IS' in de naam zijn voorzien van Image Stabilizer-technologie. Sommige camera's hebben ook een in-body Image Stabilizer (IBIS) die het effect van camerabewegingen reduceert, zelfs als de lens geen Image Stabilizer heeft. Wanneer een lens met Image Stabilizer wordt gebruikt, werkt IBIS in combinatie met de lens. IS en IBIS gaan bewegingsonscherpte tegen, zodat je met langere sluitertijden toch scherpe resultaten krijgt. Het is belangrijk om er rekening mee te houden dat IS alleen camerabewegingen kan compenseren en niet de beweging van het onderwerp (daarvoor heb je nog steeds een relatief korte sluitertijd nodig voor een scherpe foto).

Gebruik de schakelaar op de lens om de Image Stabilizer-functie van een RF-, EF- of EF-S IS-lens in te schakelen. Het is de moeite waard om deze uit te schakelen als de camera op een statief staat; anders werkt de techniek juist tegen en levert een onscherp resultaat op.

Wanneer een lens met Image Stabilizer wordt gebruikt, werkt IBIS in combinatie met de lens om camerabewegingen te reduceren bij significant langere sluitertijden. IBIS is standaard ingeschakeld, maar het is de moeite waard om IBIS uit schakelen als de camera op een statief staat; anders werkt de techniek juist tegen en levert een onscherp resultaat op. Wanneer de lens wordt uitgeschakeld, worden IS en IBIS ook uitgeschakeld. Voor lenzen zonder IS kan IBIS worden uitgeschakeld in het cameramenu.

Een statief gebruiken

Een statief helpt je de beste resultaten met de camera te behalen omdat je daarmee bij weinig licht of een klein diafragma toch een lage gevoeligheid (ISO-waarde) kunt gebruiken. Met een statief blijft de camera in de perfecte opnamepositie staan en daarmee is dit dan ook een geweldige aanvulling op je uitrusting voor het fotograferen van landschappen en stillevens, en voor macrofotografie.

Als de camera op een statief is bevestigd of op een stabiele ondergrond staat, kun je in plaats van de ontspanknop het beste de zelfontspanner van twee seconden of een afstandsbediening gebruiken om de foto te maken. Je kunt ook een Wi-Fi-camera op afstand bedienen via de Camera Connect-app op een mobiel apparaat.

Scherpstellen

Het autofocussysteem van de camera zorgt voor een scherp beeld, tenzij er zich iets tussen de camera en het hoofdonderwerp bevindt dat de scherpstelling naar zich toetrekt. Als je handmatig een AF-punt selecteert in plaats van dit door de camera te laten doen, kun je ervoor zorgen dat het punt zich in het juiste deel van de scène bevindt.

Het diafragma kiezen

Met de keuze van het diafragma kun je de scherptediepte in je beeld regelen. Kleine diafragma's, zoals een diafragma van f/22, geven veel scherptediepte, wat betekent dat een veel groter deel van het beeld scherp lijkt te zijn. Grote diafragma's, zoals een diafragma van f/2.8, verminderen de scherptediepte, zodat slechts een klein gedeelte van het beeld scherp is.

Je denkt misschien dat het verstandig zou zijn om meestal een klein diafragma te kiezen, maar dit vermindert de hoeveelheid licht die beschikbaar is en dit kan leiden tot langere sluitertijden en een grotere kans op onscherpe foto's.

Met een groot diafragma komt er veel licht binnen en zijn kortere sluitertijden mogelijk, maar de geringe scherptediepte betekent dat fouten met de scherpstelling sneller zullen opvallen.

De keuze voor een diafragma ergens in het midden van het bereik, zoals f/8, biedt vaak het beste compromis met betrekking tot scherptediepte en sluitertijd. Je kunt het diafragma regelen in de belichtingsmodi Diafragmavoorkeuze (Av) en Handmatige belichting (M).

Gevoeligheid instellen (ISO)

De ISO-waarde bepaalt hoeveel licht de camera nodig heeft om een foto te maken. In omstandigheden met veel licht kun je een lage ISO-waarde gebruiken voor de beste beeldkwaliteit, maar bij weinig licht moet je mogelijk de ISO-waarde verhogen om te voorkomen dat de sluitertijd te lang wordt om nog scherpe foto's te kunnen maken. Maar ook bij helder licht kun je een hogere ISO-waarde instellen voor sluitertijden die kort genoeg zijn om bewegende onderwerpen zonder onscherpte vast te leggen of om bewegingsonscherpte door trillen van de camera tegen te gaan.

Je kunt de camera natuurlijk ook automatisch de ISO-waarde laten kiezen door Auto ISO te gebruiken. Controleer de resultaten die je krijgt en experimenteer vervolgens met verschillende instellingen.

Gerelateerde producten

Gerelateerde artikelen