CAMERA-EIGENSCHAPPEN

Opnamen met meerdere belichtingen

Je uitgebreide handleiding voor het maken van opnamen met meerdere belichtingen met je Canon EOS-camera, inclusief de twee opnamemodi en de beschikbare belichtingsopties.
Vroeger, toen filmcamera's de grootste rol speelden in de markt, ontstonden beelden met dubbele belichting vaak doordat de filmrol tussen de opnamen door niet werd opgerold. Dit was uiteraard niet altijd de bedoeling, maar het leidde wel tot verrassende en intrigerende beelden. Daarnaast werd fotografie met meerdere belichtingen ook met opzet gebruikt voor het creatieve effect. Met digitale camera's is dit effect veel moeilijker om te bereiken, want zodra een foto eenmaal is gemaakt, wordt deze van de sensor verwijderd. Twee of meer frames laten overlappen is dus niet eenvoudig. Veel Canon EOS-camera's hebben nu echter de mogelijkheid om tussen twee en negen frames met meerdere belichtingen te 'stapelen'.

Onder andere de Canon-camera's EOS 90D, EOS 7D Mark II, EOS 6D Mark II, EOS 5D Mark IV en EOS RP hebben een functie voor meerdere belichtingen in het menu Shooting. Professionele camera's zoals de Canon EOS R5, EOS R6 en EOS-1D X Mark III bieden aanvullende instellingen. Deze functie is voor zowel RAW- als JPEG-beelden beschikbaar. Binnen de opties voor opnamen met meerdere belichtingen zijn er twee opnamemethoden: Functiebeheer en Continue opname. Ook zijn verschillende belichtingsinstellingen beschikbaar (niet op alle camera's) die kunnen worden aangepast om de uiteindelijke uitvoer af te stemmen op je behoeften: Additive, Average, (Comparative) Bright en (Comparative) Dark.

Onthoud dat je nog steeds beelden kunt combineren met behulp van de compositietool in Canon's DPP-software (Digital Photo Professional), ook als je camera geen opties heeft voor opnamen met meerdere belichtingen. Met DPP heb je nóg meer creatieve opties, zoals het aanpassen van de zichtbaarheid en positie van elk beeld in de compositiefoto en het selecteren van een van de vele modi om beelden in elkaar samen te voegen.
Een opname met meerdere belichtingen van een stuntman op een motorfiets, die een backflip in de lucht maakt.

Een klassieke foto met meerdere belichtingen, die je in de camera zelf kunt maken met behulp van de optie Continue opname op EOS-camera's.

Een abstract beeld van rode rozen in het silhouet van het hoofd van een meisje, gemaakt met meerdere opnamen.

Dit beeld is ook met meerdere belichtingen gemaakt (in dit geval de opnameoptie Functiebeheer), waardoor het mogelijk is om elke foto afzonderlijk te maken, de compositie tussen de foto's door te veranderen of zelfs eerder vastgelegde beelden te combineren.

Methode voor meerdere belichtingen

Van de twee opties voor opnamen met meerdere belichtingen wordt Functiebeheer het meest gebruikt. Hiermee kun je elke belichting afzonderlijk vastleggen en controleren voordat je de volgende foto maakt. Je hebt hiermee ook meer controle over de belichting en het betekent dat je de compositie tussen de opnamen door kunt veranderen. Dit doe je via de cameramenu's en instellingen die je tussen de opnamen door kunt veranderen. Je hoeft je foto's zelfs niet op dezelfde dag te maken: je kunt oudere beelden combineren om opnamen met meerdere belichtingen te maken.

De modus Continue opname wordt gebruikt om snel een reeks van twee tot negen beelden op te nemen die vervolgens in één samengesteld beeld worden gecombineerd. In deze modus kun je de camera-instellingen niet tussen de opnamen door veranderen. Als je deze modus wilt gebruikt, moet je ook de Transportmodus van de camera instellen op Continu.

In de modus Functiebeheer heb je de mogelijkheid om alle bronbeelden en het samengestelde beeld op te slaan, maar in de modus Continue opname kun je alleen het gecombineerde beeld opslaan.

Het is handig om in de Live View-modus op te nemen met een spiegelreflexcamera in de modus Functiebeheer, omdat je, net als met een EOS-systeemcamera, kunt zien hoe het samengestelde beeld wordt samengesteld en de compositie na elk afzonderlijke shot kunt aanpassen.
Een opname met meerdere belichtingen van een man in een korte broek en een T-shirt en met een voetbal. Het is avond en hij staat voor de lichten van gebouwen op de achtergrond.

Dit is een ander voorbeeld van een klassieke opname met meerdere belichtingen die is gemaakt met Continue opname, wat ideaal is voor het vastleggen van acties. Met deze optie kun je de belichting echter mogelijk niet goed voorspellen en krijg je misschien dubbele opnamen, wat je vroeger ook wel bij oude films zag.

Een opname met meerdere belichtingen, gemaakt op basis van een foto van een oudere man, gecombineerd met een opname van kale takken in de lucht.

Een opname met meerdere belichtingen die is gemaakt met behulp van Functiebeheer en de belichtingsinstelling Additive, waarmee je de belichting voor alle foto's in het samengevoegde beeld afzonderlijk handmatig kunt instellen. In het menuscherm van de modus Meerdere belichtingen kun je het aantal opnamen en de manier waarop deze worden samengevoegd instellen.

Een opname met meerdere belichtingen, gemaakt door de combinatie van een donker silhouet van het hoofd van een vrouw en een foto met voornamelijk paarse bloemen.

Met de instelling (Comparative) Bright onder Beheer van meerdere opnamen worden de helderdere delen van elk afzonderlijk beeld behouden, zodat, net zoals in dit beeld, alleen het donkere silhouet wordt ingekleurd met elementen van de bovenliggende belichtingen als je een silhouet tegen een lichte achtergrond fotografeert. Deze instelling is echter niet beschikbaar op alle EOS-camera's waarop Meerdere opnamen beschikbaar is, en de resultaten zijn niet altijd even voorspelbaar. Het kan gebeuren dat er kleuren doorschemeren waar je dat niet verwacht, dus misschien is het handig om eerst met Additive te experimenteren.

Belichting

De belichtingsinstelling Additive werkt op vergelijkbare wijze als het opnemen met meerdere belichtingen met filmcamera's. In plaats van elk beeld met de juiste belichting vast te leggen, neemt de totale belichting per afzonderlijk beeld toe. Om het juiste resultaat te bereiken, moet je elk beeld onderbelichten zodat het uiteindelijke beeld de juiste belichting heeft zodra alle beelden worden samengevoegd.

Met de instelling Average wordt automatische belichting toegepast, waarbij elk beeld automatisch wordt onderbelicht zodat het definitieve beeld de juiste belichting heeft. In tegenstelling tot de instelling Additive worden alle beelden in het beeld met meerdere belichtingen gemiddeld belicht en met hetzelfde belichtingsniveau gemaakt.

Als de instelling (Comparative) Bright op je camera beschikbaar is, kun je hiermee gelijkmatig donkere scènes fotograferen waarbij heldere voorwerpen er overheen zijn gelegd. Een klassiek voorbeeld van zo'n scène is een foto waarbij de maan over een donkere nachtelijke hemel is gelegd, of een danser met witte kleding tegen een donkere achtergrond. Dit bereik je alleen door de lichte onderwerpen in de scène over de achtergrond heen te leggen.

Met (Comparative) Dark kun je daarentegen, als deze functie beschikbaar is op je camera, de lichte gebieden van beelden verwijderen, zodat alleen de donkere gebieden van elk beeld over het beeld heen worden gelegd. Deze instelling is handig als je bijvoorbeeld een onderwerp wilt fotograferen dat zich door de lucht beweegt als het dag is. Je kunt de instelling ook gebruiken als je weerspiegelingen en heldere vlekken in een beeld wilt verwijderen, zoals de weerspiegelingen die je kunt zien als je een portret maakt van iemand die een bril draagt.

Geschreven door Angela Nicholson


Gerelateerde artikelen

Gerelateerde producten

Meld je aan voor de nieuwsbrief

Klik hier voor inspirerende verhalen en het laatste nieuws van Canon Europe Pro