Tips & Tricks: stillevenfotografie

Scherptediepte

De andere belangrijke instelling op je camera voor een stilleven is scherptediepte. Dit is het gedeelte van het onderwerp waarop wordt scherpgesteld.

Het objectief kan op maar één beeldvlak scherp worden gesteld, dus alleen het deel van het onderwerp met de focus is scherp. De gebieden vóór en achter het focusvlak zijn slechts iets onscherper. Voor het menselijk oog lijken ze ook scherp. Dit deel van de schijnbare focus wordt de scherptediepte genoemd en verandert naarmate je het diafragma aanpast. Met een klein diafragma, zoals f/16 of f/22, verkrijg je de grootste scherptediepte. Met een groot diafragma, zoals f/2.8 en f/4, verkrijg je een kleinere scherptediepte.

Picture_Tutorial_DSC_p4_1 
Hightech, © Jochen Lenz 2010, Canon PowerShot A610

Ook de afstand tussen het objectief en het onderwerp is van invloed op de scherptediepte. Als je scherpstelt door de camera dichter bij het onderwerp te houden, neemt de scherptediepte af. Normaal gesproken worden stillevens gefotografeerd door de camera relatief dicht bij het onderwerp te houden via de macro-instelling. Dit betekent dat de scherptediepte wordt beperkt zodat alleen een klein gebied vóór en achter het focuspunt scherp wordt weergegeven. Als je zoomen met AF-punten instelt op je camera, wordt het focuspunt van je foto vergroot wanneer je de ontspanknop half indrukt, zodat je precies kunt zien waarop je hebt scherpgesteld.

Je kunt beperkte scherptediepte gebruiken voor een goed effect. Stel dat je drie schaakstukken fotografeert in een compositie waarbij elk stuk op een iets andere afstand van de camera staat. Als je scherpstelt op één stuk, zijn de andere twee stukken minder scherp. Je kunt de foto wijzigen door op een ander stuk scherp te stellen. 


Als je camera een AE-modus met diafragmavoorkeur (Av) heeft, kun je de scherptediepte enigszins regelen. Schakel over naar de Av-modus en selecteer het diafragma. De camera selecteert dan de geschikte sluitertijd. Stel het grootste diafragma in op je objectief (kleinste f/-nummer) voor een kleine scherptediepte. Stel een klein diafragma (groter f/-nummer) in, zoals f/16, voor een grotere scherptediepte. Vergelijk de gemaakte foto's voor het verschil.

1  2  3  4  5

spacer
					image
Andere Tips & Tricks
Stillevenfotografie
Reisfotografie
Sportfotografie
Architectuurfotografie
Macrofotografie
Hoe maak je een goede foto?