De ontwikkeling van de fotojournalistiek

In fragmenten uit de speech die hij hield ter gelegenheid van de World Press Photo Award van 2014 legt Gary Knight, de huidige voorzitter van de jury van World Press Photo, uit hoe de fotojournalistiek en de wedstrijd zelf een goede ontwikkeling doormaken.

Gary begon zijn carrière als fotograaf in Indochina in 1988. Hier deed hij verslag van de gevechten tussen de Rode Khmer en de Vietnamezen. In het begin van de jaren negentig verhuisde hij naar voormalig Joegoslavië om zich te richten op de burgeroorlogen in Bosnië en Kosovo. Sinds 1988 heeft hij in meer dan 90 landen opdrachten uitgevoerd voor veel van de belangrijkste tijdschriften ter wereld. Hierbij werkte hij samen met toonaangevende auteurs en academici.

Gary's foto's zijn in de afgelopen 25 jaar regelmatig tentoongesteld over de hele wereld. Bovendien hebben ze in bekende tijdschriften gestaan in Europa, de Verenigde Staten en Azië. In zijn rol als Canon Master werkt hij aan de ontwikkeling en financiering van een educatief programma in Europa, Afrika en het Midden-Oosten, dat bedoeld is om fotografen die deel uitmaken van inheemse volkeren een kans te geven.

Door Gary Knight, voorzitter van de jury van World Press Photo

De ontwikkeling van de fotojournalistiek - Canon
© Brent Stirton


Beginnen

Toen ik aan mijn carrière als fotograaf begon - in 1988 in Bangkok - waagde ik me af en toe in het druilerige avondverkeer om een bar te bezoeken die de naam "The Front Page" droeg. Deze werd gerund door de geweldige Reuters-fotograaf Arthur Tsang en zijn vrouw.

Dat was de bar waar jonge fotografen zoals ik al nippend aan een biertje aan de lippen hingen van de oudere en wijzere fotografen.

Welke richting het gesprek ook op ging, uiteindelijk was de conclusie altijd dezelfde: dat de fotojournalistiek op sterven na dood was.

Dat waren weinig inspirerende avonden. En ik geloofde het toen niet en nu nog steeds niet.

Waarom fotojournalistiek springlevend is

In 1988 was fotojournalistiek niet meer wat het in de jaren zestig was geweest, toen deze mannen met hun carrière waren begonnen. Het vak was echter zeker niet op sterven na dood, het was zich gewoon aan het ontwikkelen tot iets anders.

De markt en de bronnen waren veranderd, de opdrachten waren niet meer zo glorieus en het aanbod was niet meer zo ruim, maar er was nog wel werk en op kwalitatief gebied was de fotojournalistiek nog springlevend.

De fotojournalistiek ontwikkelde zich eenvoudigweg op ongeveer dezelfde manier als de reclame- en de filmwereld dat deden.

Mijn vrienden en ik stonden aan het begin van onze carrière en we hadden veel mogelijkheden om te werken. Daar was soms wel veel vindingrijkheid voor nodig, maar toch vonden we manieren om te concurreren met de meer gevestigde fotografen. Onze relatieve armoede was een van onze sterke punten.

We woonden tussen de lokale bevolking en leerden zo hun taal en gewoonten, waardoor we beschikten over kennis – en dus verhalen – waarover veel van de oudere fotografen niet beschikten. We reisden net als de lokale bevolking met de trein en de bus in plaats van met het vliegtuig. Verder verbleven we in hun huizen, aten we met hen mee en sliepen we niet in hotels die we ons niet konden veroorloven. We pasten ons aan de tijd aan waarin we leefden, zonder terug te kijken.

26 jaar later hoor ik nog steeds dat het einde van de fotojournalistiek is aangebroken. Volgens mij zien ze er de ironie niet van in dat de goede oude tijd waarnaar zij verwijzen, de tijd was waarin de fotojournalistiek al op sterven na dood was verklaard…

En dat is nog steeds niet waar.

Net als in elke andere bedrijfstak is er veel veranderd. De media die de fotojournalistiek ondersteunden, zijn niet meer zo belangrijk als vroeger. Toch vertellen fotografen nog steeds interessante verhalen en werken ze aan hun carrière door gebruik te maken van hun vindingrijkheid en verbeeldingskracht, door zich aan te passen aan de realiteit van de huidige markt en door de nadruk te leggen op hun sterke punten.

Verhalen vertellen blijft cruciaal voor de mensheid, voor ons collectieve geheugen en voor onze identiteit. Dit genre is dus wel degelijk nog springlevend.

De fotojournalistiek ontwikkelt zich

Op Facebook worden elke dag 300 miljoen foto's geplaatst.

In 2013 waren er 500 miljard foto's in omloop en het aantal foto's dat we in de komende drie jaar zullen maken, zal het totaal aantal foto's dat tot nog toe is gemaakt overtreffen.

Als er zoveel foto's worden geproduceerd, gedeeld, bekeken en gedecodeerd, moeten we er wel van uitgaan dat ons publiek kundiger is. En als professionele fotografen moeten we leren hoe we met dat kundige publiek kunnen communiceren.

Nu de nood hoog is, zullen we opnieuw moeten nadenken over hoe we foto's maken, wat we precies proberen over te brengen en hoe ze worden bekeken.

Een andere manier van jureren

Hoewel de fotojournalistiek – en dus ook World Press Photo – nog steeds wordt gedomineerd door Europese en Amerikaanse fotografen, krijgen steeds meer lokale fotografen toegang tot wereldwijde markten dankzij de digitale technologie en wordt de invloed van westerse fotografen zo ondermijnd.

In 1988 – het jaar waarin ik rondhing in die bars waar ik verhalen hoorde over de dood van de fotojournalistiek – kwam de jury van World Press Photo, net als elk ander jaar, bijeen in Amsterdam. De negenkoppige jury bestond uit zeven Europeanen, één Amerikaan en één Japanner. Er was één vrouwelijk jurylid. Drie leden waren nieuwsfotografen en zes waren fotoredacteuren van nieuwsmedia of nieuwsagentschappen.

De meeste inzendingen van de World Press Photo waren afkomstig van blanke mannen en van de 56 foto's die de titel World Press Photo of the Year hebben gewonnen, waren er 32 beelden van oorlogen of burgerlijke onlusten en 9 van natuurrampen of door de mens veroorzaakte rampen.

Dit levert een ongewenst en heel beperkt wereldbeeld op dat geen recht doet aan wat er wordt gefotografeerd, gepubliceerd of door lezers over de hele wereld wordt erkend als representatief voor de wereld waarin zij leven.

Voor veel fotojournalisten – waaronder ik – is idealisme de belangrijkste drijfveer. We proberen het publiek erbij te betrekken en willen graag samen met hen de wereld verbeteren. Als mensen zich niet meer betrokken voelen bij het werk of het werk afwijzen, heeft het geen bestaansrecht meer en zal de vraag ernaar verdwijnen.

Een grotere diversiteit

De jury van negen personen voor de finaleronde van 2014 bestond uit vijf mannen en vier vrouwen. Hiervan kwamen er drie uit Europa, twee uit Afrika, twee uit de VS, één uit de Levant en één uit Oost-Azië. De jury bestond uit een curator, een fotoredacteur, een academicus en fotorecensent, een natuurfotograaf, een portretfotograaf, een sportfotograaf en drie fotojournalisten, waarvan er een ook in academische kringen verkeert.

Dit is een veel diversere jury met aanzienlijk meer en diepgaander inzicht in de wereld die voorbij de grenzen van Europa en de VS ligt.

De filosofie van de jury

We namen het standpunt in dat het de taak is van de pers, en niet van een fotowedstrijd, om inhoudelijke keuzes te maken. Dit houdt in dat we vonden dat we niet het recht hadden een wereldwijd publiek te vertellen wat het belangrijkste onderwerp van het jaar was. We spraken af te beoordelen hoe iets was gefotografeerd en niet dát er een foto van was gemaakt.

Dit jaar ging de jury op zoek naar foto's die origineel waren, werk dat de discussie op gang bracht, werk dat context had en stereotypen of de huidige verhoudingen doorbrak. We kozen ervoor geen gewone foto's van spectaculaire gebeurtenissen te belonen, of werk dat de menselijke ervaring reduceerde tot een reeks banale en triviale clichés.

Neem nou de indrukwekkende foto's van Fred Ramos van de kleding van vermiste personen uit El Salvador, zijn vaderland. Hoe kun je dit werk zien zonder vragen te stellen over wat erachter zit? Hoe kun je dit negeren? Ramos gebruikte zijn kennis van de cultuur en het verhaal en ging op zoek naar de grenzen van wat je met persfotografie kunt doen. Hij benaderde het verhaal van moorden in de straten niet op dezelfde manier als velen voor hem, door lijken en rouwende nabestaanden te fotograferen. Zijn werk is veel krachtiger en zal in onze zeer visueel ingestelde maatschappij veel eerder reacties uitlokken.

Hoe we het grote besluit namen

Nadat we binnen twee weken uit 96.000 foto's een selectie hadden moeten maken voor de finale, was het moment aangebroken waarop we de World Press Photo of the Year moesten kiezen. De jury selecteerde 12 foto's waaruit we zorgvuldig een winnaar moesten kiezen.

De ontwikkeling van de fotojournalistiek - Canon
© Markus Varesvuo


Vervolgens liepen we naar de tafel met de twaalf foto's en vroeg ik de jury wederom een keuze te maken, zodat we zouden uitkomen op een redelijk aantal waarop kon worden gestemd. Voorheen werd het aantal vaak eerst van twaalf teruggebracht tot tien en werd dit proces herhaald totdat er – veel later – drie overbleven. Deze jury ging onmiddellijk van 12 naar 2.

Verbeeldingskracht, moed en creativiteit

Deze foto won omdat het de enige foto op de tafel was waar we naar konden blijven kijken. Bovendien was het een beeld dat een discussie op gang bracht.

Als ik de laatste foto's bekijk, zie ik werk dat getuigt van verbeeldingskracht, moed en creativiteit. Het zijn foto's die een krachtig, genuanceerd en helder verhaal vertellen en die duidelijk uitspringen boven de miljoenen foto's die elke dag op sociale media worden geplaatst.

Ik zie fotografie die bevrijd lijkt te zijn van de dogma's van het verleden en die niet gewoon iets wil zeggen, maar juist vragen stelt. En ik zie een visuele gelaagdheid die ik niet zag toen de fotojournalistiek 25 jaar geleden dood werd verklaard.

De ontwikkeling van de fotojournalistiek - Canon
© Jocelyn Bain Hogg