EOS

Speel met scherpstellen

EOS

Speel met scherpstellen

EOS

Speel met scherpstellen

EOS

Speel met scherpstellen

EOS

Speel met scherpstellen

Mijn nieuwe camera, gids 3: Verander je focus

In deze gids kijken we naar manieren om je gebruik van scherpte en onscherpte te verbeteren. Het is je misschien opgevallen dat je foto's er vaag of onscherp uitzien als je ze later opnieuw bekijkt. Normaal gesproken wil je dat je foto's scherp zijn en dat ze duidelijke, heldere randen hebben en dat er veel details op te zien zijn.

Er zijn meestal twee oorzaken voor vage of onscherpe foto's. Deze worden hier besproken. Het kan zijn dat je camera niet goed scherpstelt of dat er op het verkeerde onderwerp wordt scherpgesteld.

Rode vierkantjes

De eerste keer dat je de ontspanknop half indrukt, worden er één of meer rode vierkantjes weergegeven in de zoeker en draait het objectief misschien enigszins. Dit geeft aan dat je objectief bezig is met scherpstellen.

[MASTER] Guide_3 Image 01
Op deze foto kun je zien dat de camera ervoor heeft gekozen om scherp te stellen op het onderwerp dat vóór het bedoelde onderwerp staat waardoor de gezichten onscherp zijn. Dit had kunnen worden voorkomen door het AF-punt te bepalen.

De rode vierkantjes (ofwel 'AF-punten') geven de delen van je foto aan waar de camera op wil scherpstellen. Het is mogelijk dat de delen buiten deze rode vierkantjes niet scherp zijn vanwege de scherptediepte (Zie Wat is scherptediepte). Daarom is het belangrijk dat de camera op het juiste onderwerp scherpstelt, namelijk het onderwerp dat jij kiest. In de basismodi (Groen vierkantje, Scènemodi, Creative auto) die in gids 2 kort zijn genoemd (Leer je camera kennen) bepaalt de camera waarop wordt scherpgesteld. Dit kan afwijken van het onderwerp dat je had bedoeld. En dat kan ertoe leiden dat je foto niet goed en/of niet op het bedoelde onderwerp is scherpgesteld.

Om te voorkomen dat de camera op het verkeerde onderwerp scherpstelt, draai je het keuzewiel naar een van de creatieve opnamemodi. Als je niet bekend bent met deze instellingen, begin je met P (Programma). In deze modus doet de camera nog steeds het merendeel van het werk, maar heb je iets meer controle over de instellingen.

Er is nog iets wat je moet doen voordat je kunt verder gaan: stel de ISO in op Auto. Om dit te doen, druk je op de ISO-knop boven op je camera en gebruik je het bovenste keuzewiel tot je Auto hebt geselecteerd. Fantastisch! Je camera is nu ingesteld en je bent klaar om iets meer te leren over scherpstellen.

Scherpstellen

Als je door de zoeker naar je onderwerp kijkt en de ontspanknop half indrukt, zie je het rode AF-vierkantje in het midden van het beeld. Je kunt de positie van dit vierkantje wijzigen en het gebruiken om scherp te stellen. Druk op de AF-puntselectieknop (1) en gebruik de pijltjestoetsen (2) om het rode vierkantje te verplaatsen in de zoeker. Selecteer de positie die het dichtst bij je onderwerp ligt, druk de ontspanknop half in om scherp te stellen en druk vervolgens af om de foto te maken. (zie Manieren voor scherpstellen)

[MASTER] Guide_3 Image 02

[MASTER] Guide_3 Image 03
In de Auto-stand zou de camera hebben scherpgesteld op de bomen op de voorgrond. Door zelf de AF te bepalen, kon de fotograaf het hele gebouw scherp krijgen. (zie Scherpstelmodi)

Zoals besproken in gids 1 – Compositie – kun je meer interessante elementen toevoegen aan je foto's door het onderwerp uit het midden van het beeld te halen. Door vervolgens deze scherpstelmethode te gebruiken, kun je de camera de instructie geven om scherp te stellen op een punt dat meer naar de rand van je foto ligt. Dit is een fantastische manier om interessante composities te maken.

Een laatste punt is dat je camera licht nodig heeft om scherp te stellen. Als je camera moeite heeft om scherp te stellen op je onderwerp, kun je naar een lichtere plek gaan om de camera de kans te geven je onderwerp beter te zien en kun je het middelste punt gebruiken om scherp te stellen. Problemen met fotograferen bij weinig licht komen in een latere gids aan de orde.

[MASTER] Guide_3 Image 04
Door het middelste AF-punt te gebruiken, kon de camera ondanks het slechte licht scherpstellen op de mensen.

Beweging onder controle

Onscherpe foto's kunnen ook voorkomen als het onderwerp (of de fotograaf) plotseling beweegt als er een foto wordt gemaakt. In de Auto-stand stelt de camera een geschikte sluitertijd in op basis van de omstandigheden en het onderwerp. Als de sluitertijd niet snel genoeg is en het onderwerp of de camera beweegt, legt de camera de beweging vast met een onscherp, gestreept effect op de foto. (zie Wat is sluitertijd?)

[MASTER] Guide_3 Image 05
In de bovenstaande opnamen heeft de camera bewegingsonscherpte vastgelegd vanwege een te lange sluitertijd.

[MASTER] Guide_3 Image 06
Voor deze opname is een zeer korte sluitertijd gebruikt van minder dan 1/1000 van een seconde om de stenen in de lucht vast te leggen.

Je kunt dit zelf zien. Stel P in op het keuzewiel voor de opnamemodus en druk de ontspanknop half in. Draai het hoofdinstelwiel en controleer het display in de zoeker. Het nummer aan de linkerkant is de sluitertijd. Stel deze in op ongeveer 10. Je hebt de sluitertijd nu ingesteld op 1/10 seconde. Dit klinkt snel maar voor een camera is dat behoorlijk langzaam. Maak nu een foto terwijl je de camera beweegt. Stel een kortere/langere sluitertijd in en probeer het opnieuw om het verschil te zien.

Je hebt nu hopelijk gezien dat slechts een beetje kennis over je camera een groot voordeel kan opleveren bij de foto's die je maakt. Probeer deze technieken uit tijdens foto-uitjes die je daar speciaal voor maakt en schakel weer terug op veiligere bedieningsmodi op momenten waarop de foto gewoon moet lukken tot je voldoende vertrouwen hebt om de touwtjes helemaal in handen te nemen.

Wat is scherptediepte

Scherptediepte verwijst naar de afstand tussen de onderwerpen die het dichtstbij en het verst weg zijn op een foto met een acceptabele scherpte. Scherptediepte wordt bepaald door het diafragma dat wordt gebruikt voor de foto. Hoe groter het diafragma, hoe kleiner de scherptediepte; hoe groter het diafragma, hoe groter de onscherpte van de achtergrond.

Manier voor scherpstellen

Scherpstellen via de zoeker is de snelste manier. Je kunt ook scherpstellen met Live View, maar dan kan het langer duren om je onderwerp scherp in beeld te krijgen.

Scherpstelmodi

"One shot" AF verwijst naar de normale bedieningsmodus. Druk de ontspanknop half in om de camera vast te zetten op het geselecteerde AF-punt. Als je AI Servo AF kiest, wordt er steeds opnieuw scherpgesteld wanneer de sluiterknop half is ingedrukt. Dit is handig als onderwerpen bewegen. AI Focus schakelt tussen de andere twee modi, afhankelijk van of het onderwerp in beweging is of niet.

Wat is sluitertijd?

Dit verwijst naar de tijd dat je camera openstaat om genoeg licht te verzamelen om een foto te maken. De snelheid wordt uitgedrukt in de volgende waarde: 1/weergegeven getal. Dus als je camera een sluitertijd weergeeft van 10 is dit in werkelijkheid 1/10s. Een sluitertijd van 10 seconden wordt weergegeven als 10".

Fotografeer, deel en bekijk met #MyNewCanon #CanonFocus

Vergeet niet om een paar van je scherpste en meest creatieve foto's te delen met andere EOS-bezitters op de Facebook-pagina. Probeer eens een opname te maken waarbij het hoofdonderwerp scherp is maar niet in het midden staat. Upload je foto vervolgens met de hashtag #MyNewCanon #CanonFocus en kom later terug om te zien wat andere mensen ervan vinden.

Deel je resultaten

Stuur ons je beste foto's die je met deze scherpsteltechnieken maakt.