iR C102Xi(F) FAQ en Help

Wist u dat u veel storingen en problemen zelf kunt oplossen? Op deze FAQ pagina zijn veel gestelde vragen en handige Tips & Tricks om zelf tot een oplossing te komen.

Papierloop problemen voorkomen en oplossen

Met deze instructie willen wij u helpen papierloop problemen te voorkomen en/of op te lossen. Op deze manier heeft u uw machine maximaal tot uw beschikking. Papier is gevoelig voor schommelingen in de luchtvochtigheid. Vooral bij het uit/aan zetten van de centrale verwarming kan er vaker vochtig papier in de machine ontstaan omdat de omgevingstemperatuur plotseling wijzigt. Dit treedt vooral op in het voor –en najaar tijdens vakantieperiodes/lange weekenden. Met mogelijk papierloop problemen als gevolg.

Wat te doen bij storing?

Mocht uw machine toch papierloop problemen hebben, volg dan eerst onderstaande instructies voor u een papierloop storing meldt. Dit is het eerste wat de engineer zal uitvoeren. Deze werkzaamheden vallen buiten het servicecontract.

  1. 1. Neem al het papier uit de printer (om te voorkomen dat er uit een lade geprint wordt waar het papier niet uitgehaald is).
  2. 2. Pak een nieuw pak papier wat geacclimatiseerd is.
  3. 3. Haal het papier uit de wikkel of doos en maak het papier los.
  4. 4. Verwijder eerste en laatste vel en zorg ervoor dat er geen lijmresten van de wikkel op het papier zitten.
  5. 5. Leg het papier in de printer. De pijl op de wikkel/doos wijst naar de zijde van het papier die als eerste bedrukt moet worden.

NB: Indien er geen pijl op de wikkel/doos staat of u weet niet welke zijde eerst bedrukt wordt, test dan even welke zijde boven gelegd moet worden om het papier zo goed mogelijk door de printer te laten lopen. Als het papier door de machine bedrukt is, leg het dan op een vlakke ondergrond en kijk op welke manier het papier het minste krult of golft. Op deze manier kunt u bepalen welke zijde van het papier boven hoort. Mocht u na bovenstaande toch nog papierloop problemen hebben, kun u uw storing melden via: http://www.canon.nl/Support/support_voor_onze_zakelijk_klanten/index.aspx


Voorkomen

Wanneer u uw printer meerdere dagen aaneengesloten niet gebruikt is het raadzaam om het papier uit de printer te halen en in een papierwikkel of papierdoos op te slaan. De wikkel en doos hebben de eigenschap uw papier tegen vocht te beschermen. Als u de printer weer gaat gebruiken legt u het papier weer in de printer. Lees voor meer informatie over het opslaan van uw papier en achtergrondinformatie de volgende pagina.

Papier en luchtvochtigheid

De luchtvochtigheid van de omgeving kan invloed hebben op de verwerkbaarheid van kopieerpapier in de printer. De vezels in het papier zullen uitzetten of samen trekken bij wijzigingen in het vochtgehalte. Dit heeft invloed op de stijfheid en de formatie van het kopieerpapier.

Vocht en temperatuur

Wanneer er sprake is van een hogere relatieve vochtigheid (RV ) in de omgeving ten opzichte van het papier, zullen de papiervezels vocht opnemen en zwellen. Bij een lagere relatieve vochtigheid onttrekt de omgeving vocht aan het papier, waardoor de papiervezels samen trekken. Dit zwellen of samen trekken wordt ook wel deformatie genoemd. De optimale relatieve vochtigheid in de omgeving ligt rond de 55% bij 21°C.

Deformatie en papier

Veelvoorkomende gevolgen zijn dat het papier gaat krullen:


Randgolf  De papierranden zijn vergroot terwijl het midden gelijk is gebleven. Dit gebeurt wanneer papier is blootgesteld aan een omgeving met een hogere relatieve vochtigheid, ofwel koud papier komt in een warme ruimte. Het vocht condenseert op het papier en de vezels zwellen op.
Randgolf-icoon


Randverkorting  Het vocht het dichtst bij de rand van het papier wordt onttrokken waardoor de randen samen trekken terwijl het midden van het papier de originele afmeting houdt. Dit is het gevolg van lucht met een lagere relatieve vochtigheid dan het papier zelf.
Randverkorting-icoon



Krul  Wanneer papier zonder vochtwerend wikkel voor een langere tijd aan droge lucht wordt blootgesteld zal er krul ontstaan. Deze krul komt ook voor als gevolg van afkoeling na een snelle temperatuurstijging in de printer. Hierbij is over het complete oppervlak van het vel vocht uitgetreden.
Krul-icoon


Voorkomen

Vervormd papier kan vast komen te zitten in de printer en zet de printer daarmee in storing. U kunt dit voorkomen door preventief te handelen. Het is belangrijk dat de omgevingslucht in de opslagruimte van het papier en de ruimte waarin de wikkel wordt geopend dezelfde temperatuur en relatieve vochtigheid hebben. Zolang het papier in de verpakking blijft is de relatieve vochtigheid van de opslagruimte onbelangrijk. Er zal geen vochtuitwisseling optreden tussen opslagruimte en papier door het vochtwerende wikkel. Zodra papier geopend gaat worden in een ruimte met een andere temperatuur, is het belangrijk de in onderstaande tabel genoemde acclimatiseringtijd in acht te nemen:



Toename in temperatuur


Hoeveelheid5 0C10 0C15 0C20 0C
1 pak3 uur5 uur9 uur15 uur
1 doos (5 pak)5 uur10 uur16 uur24 uur
1 doos (10 pak)7 uur14 uur21 uur36 uur
1 pallet14 uur24 uur38 uur72 uur

Download Papierloop problemen voorkomen en oplossen [PDF, 322KB] >

< terug naar overzichtspagina



Fax gegevens invoeren/wijzigen (via bedieningspaneel)

Deze procedure beschrijft het configureren van de afzendergegevens (faxnummer en afzendernaam) via het bedieningspaneel.


Wijzigen van afzendergegevens:

Main-Menu Communicatie-instellingen
  • 1. Druk op Main Menu.
  • 2. Druk op de rechterselectietoets om Extra Functies te selecteren.
  • 3. Selecteer Communicatie-instellingen met behulp van de ▼ of ▲ toets.
  • 4. Druk op OK.
  • 5. Selecteer Faxinstellingen met behulp van de ▼ of ▲ toets.
  • 6. Druk op OK.
  • 7. Selecteer Gebruikersinstellingen met behulp van de ▼ of ▲ toets.
  • 8. Druk op OK.
  • 9. Selecteer App. Tel. # opslaan met behulp van de ▼ of ▲ toets.

Registreren
  • 10. Druk op 1 - 9 om het faxnummer in te voeren (max. 20 cijfers).
    Eventueel kan met behulp van de ▼ of ▲ toets een spatie of + teken worden in gevoerd.
  • 11. Druk op de rechterselectietoets om Registreren te selecteren.
  • 12. Druk op 2 x op de rechterselectietoets om Gereed te selecteren.
  • 13. Selecteer Standaard instellingen met behulp van de ▲ toets.

  • 14. Selecteer TX instellingen met behulp van de ▲ toets.
  • 15. Druk op OK.
  • 16. Selecteer Apparaatnaamopslaan met behulp van de ▼ of ▲ toets.
  • 17. Druk op OK.
  • 18. Voer de bedrijfsnaam of afdeling in met behulp van de ▼ ▲◄► toetsen.
  • 19. Druk op OK.
Apparaatnaam opslaan
  • 20. Druk op de rechterselectietoets om Instellen te selecteren.

  • 21. Druk op Main Menu om terug te keren naar het standaard scherm.








Algemene informatie m.b.t. het bedieningspaneel:

Algemene-informatie

De onderstaande toetsen zijn om informatie in te voeren of te wijzigen.

- Druk op 0-9 om cijfers in te kunnen voeren.

- Druk op de linker of rechter selectietoets om de alternatieve toets te selecteren (zichtbaar onderin het display).

- Druk op de ▼▲◄► toetsen om de cursor te verplaatsen.

- Of gebruik het bladerwiel bladerwielom de cursor te verplaatsen.

- Druk op OK om de ingevoerde gegevens te bevestigen of om naar het volgende scherm te gaan.

- Druk op Terug om naar het vorige scherm te gaan.



nl_[IMAGE]_gi_2012_0023_01-Terug

Fax gegevens invoeren/wijzigen (via webinterface).


Deze procedure beschrijft het configureren van de afzendergegevens (faxnummer en afzendernaam) via de webinterface.



Inloggen via de webinterface als Administrator:

Password
  • 1. Maak contact met de machine via de web-browser (Internet Explorer, Firefox of Google Chrome).

  • 2. Het IP-adres is te vinden op het configuratie-rapport (voor het uitprinten hiervan, zie procedure hieronder).

  • 3. Selecteer System Manager Mode.

  • 4. Voer de System Manager ID en het bijbehorende Password in.

  • 5. Selecteer OK.






Wijzigen van afzendergegevens:

Wijzigen van afzendergegevens
  • 1. Selecteer Add. Func. in het menu aan de linkerkant.
  • 2. Selecteer Settings in het menu aan de linkerkant.
  • 3. Selecteer bij Send/Receive Settings onder Common Setting TX Settings.
  • 4. Vul bij Unit Name de gewenste afzendernaam in (bedrijfsnaam, afdeling etc.).
  • 5. Selecteer OK.
  • 6. Selecteer bij Send/Receive Settings onder Fax Settings User Settings.
  • 7. Vul bij User Tel. Number het gewenste faxnummer in.
  • 8. Selecteer OK.
  • 9. Selecteer links bovenin To Top page om de webinterface af te sluiten.




Uitprinten van een configuratie-pagina:

Rapportinstellingen
  • 1. Druk op Main Menu.
  • 2. Druk op rechterselectietoets om Extra Functies te selecteren.
  • 3. Selecteer Rapportinstellingen met behulp van de ▼ of ▲ toets.
  • 4. Druk op OK.
  • 5. Selecteer Lijst afdrukken met behulp van de ▼ of ▲ toets.
  • 6. Druk op OK.




Lijst met gebruikersgegevens
  • 7. Selecteer Lijst met gebruikersgegevens met behulp van de ▼of ▲ toets.
  • 8. Druk op OK
  • 9. Selecteer Ja met behulp van de ▼ of ▲ toets. De lijst met gebruikersgegevens wordt nu afgedrukt. Onder kopje 8 op bladzijde 6 staan de systeeminstellingen. Hier kunt u de netwerkgegevens, o.a. het IP-adres, terugvinden.
  • 10. Druk op Main Menu om terug te keren naar het standaard scherm.











Download Fax gegevens invoeren/wijzigen (via bedieningspaneel) [PDF, 624KB] >

< terug naar overzichtspagina





Standaardinstellingen kopiëren

Deze procedure beschrijft het aanpassen van de standaardinstellingen voor het kopiëren. Deze standaardinstelling wordt actief na het inschakelen van de machine of na een druk op de Reset knop.



Overzicht standaardinstellingen (bij aflevering):

  • Kleur mode instellingen: Zwart.
  • Papierbron instellingen: Lade 1: A4.
  • Densiteit/Verw. achtergr. inst.: 0.
  • Diverse 2-Zijdige instellingen: Uit.
  • Kopieerverhouding instellingen: 100%.
  • Orig. beeldkwaliteit instellingen: Tekst/Foto/Landkaart.
  • Kopieer meerdere p. op 1 pag.: Uit.
  • Beeldscherpte instellingen: 0.
  • Schaduw/Randverwijdering inst.: Uit.
  • Kleuraanpassing: Standaard.
  • Afwerking instellingen: Uit.
  • Instellingen ID-kaart kopie: Uit.
  • Aantal kopieën instellingen: 1.

Wijzigen van standaardinstellingen:

1-Druk-op-Main-Menu


  • 1. Druk op Main Menu.

  • 2. Selecteer Kopiëren met behulp van de ▼ of ▲ toets.

  • 3. Druk op OK.

  • 4. Maak nu eerst de gewenste instelling(en) voor het kopiëren.

  • 5. Selecteer Standaardinst. wijzigen (Wijzig Standaard instel.) met behulp van de ▼ of▲ toets.

2-Selecteer-Kopieren

  • 6. Druk op OK.

  • 7. Selecteer Registreren (Opslaan) met behulp van de OK toets.

  • 8. Selecteer Ja met behulp van de ▼ of ▲ toets.

  • 9. Druk op OK.

  • 10. Druk op Main Menu om terug te keren naar het standaard scherm.









Download Standaardinstellingen kopiëren [PDF, 260KB] >

< terug naar overzichtspagina



Standaardinstellingen scannen

Deze procedure beschrijft het aanpassen van de standaardinstellingen voor het scannen (naar e-mail).



Overzicht standaardinstellingen (bij aflevering):

  • Kleur/Bestandsindeling instel.: Z&W TIFF.
  • Resolutie-instellingen: 200 x 200 dpi.
  • Densiteit/Achtergrondverwijdering: 0.
  • Type origineel: Tekst.
  • 2-Zijdige originelen instellingen: Uit.


Het advies is om bij scan2mail gebruik te maken van de Compact-PDF instelling. Dit zorgt o.a. voor minder dataverkeer over het netwerk doordat de bestandsgrootte van dit type PDF kleiner is.


LET OP!

Indien de machine ook gebruikt wordt voor het versturen van faxen, geen Compact-PDF gebruiken als standaard scaninstelling maar Kleur PDF, Z&W PDF of TIFF en een maximale resolutie van 200x200 dpi.



Wijzigen van standaardinstellingen:

1-Druk-op-Main-Menu
  • 1. Druk op Main Menu.

  • 2. Druk op rechterselectie toets om Extra Functies te selecteren.

  • 3. Selecteer Communicatie-instellingen met behulp van de ▼ of ▲ toets.

  • 4. Druk op OK.

  • 5. Selecteer Standaard instellingen met behulp van de ▼ of ▲ toets.

  • 6. Druk op OK.

  • 7. Selecteer TX instellingen met behulp van de ▼ of ▲ toets.




Selecteer-Registreren
  • 8. Druk op OK.

  • 9. Selecteer Wijzig TX functie mode met behulp van de ▼ of ▲ toets.

  • 10. Druk op OK.

  • 11. Selecteer Registreren (Opslaan) met behulp van de ▼ of ▲ toets.

  • 12. Druk op OK.

  • 13. Selecteer de gewenste instelling die gewijzigd moet worden.

  • 14. Druk op OK.

  • 15. Druk op rechterselectie toets om Registreren (Opslaan) te selecteren.

  • 16. Druk op Main Menu om terug te keren naar het standaard scherm.




Download Standaardinstellingen scannen [PDF, 275KB] >

< terug naar overzichtspagina



Afdrukrapport/Configuratiepagina uitprinten

Deze procedure beschrijft het uitprinten van een configuratierapport van de machine. Op dit rapport zijn diverse gegevens te vinden. Lade-instellingen, SMTP-instellingen (tbv scan2mail), IPadres gegevens, MAC-adres etc.



Uitprinten van een configuratie-pagina:


1-Druk-op-Main-Men

1. Druk op Main Menu.


2. Druk op rechterselectietoets om Extra Functies te selecteren.


3. Selecteer Rapportinstellingen met behulp van de ▼ of ▲ toets.|












Selecteer-Lijst-met-gebruikersgegevens

4. Druk op OK.


5. Selecteer Lijst afdrukken met behulp van de ▼ of ▲ toets.


6. Druk op OK.


7. Selecteer Lijst met gebruikersgegevens met behulp van de ▼ of ▲ toets.















De-lijst-met-gebruikersgegevens-wordt-nu-afgedruk

8. Druk op OK.


9. Selecteer Ja met behulp van de ▼ of ▲ toets.


10. Druk op OK.


11. De lijst met gebruikersgegevens wordt nu afgedrukt.

Onder kopje 8 op bladzijde 6 staan de systeeminstellingen.

Hier kunt u de netwerkgegevens, o.a. het IP-adres, terugvinden.


12. Druk op Main Menu om terug te keren naar het standaard scherm.










Download Afdrukrapport/Configuratiepagina uitprinten [PDF, 276KB] >

< terug naar overzichtspagina



Netwerktest uitvoeren via bedieningspaneel

Deze procedure beschrijft het testen van de netwerkverbinding d.m.v. een ping opdracht vanaf de machine naar een ander IP-adres in het netwerk. Dit kan bijvoorbeeld gebruikt worden om de verbinding te testen naar de DNS server, de SMTP server, de LDAP server etc.


Selecteer Systeembeheer inst

1. Druk op Main Menu.

2. Druk op rechterselectietoets om Extra Functies te selecteren.

3. Selecteer Systeembeheer inst. met behulp van de ▼ of ▲ toets.

4. Druk op OK.

5. Voer de Systeembeheer Afd. ID en het systeembeheer wachtw. in.
    Let op ! Zie ook de instructies op het display, code invoeren door
    OK code OK en na 2 x invoeren van de code druk op de ID-toets
    om in te loggen.

6. Selecteer Netwerkinstellingen met behulp van de ▼ of ▲ toets.

Selecteer PING commando

7. Druk op OK.

8. Druk op rechterselectietoets om Gereed te selecteren.

9. Selecteer TCP/IP instellingen en druk op OK.

10. Selecteer IPv4 instellingen en druk op OK.

11. Selecteer PING commando met behulp van de ▼ of ▲ toets.

12. Druk op OK.

13. Vul het IP-adres in waarnaar er getest moet worden.
(Gebruik hiervoor de cijfertoetsen 0-9)


Druk op OK om de test te starten

14. Druk op OK om de test te starten.

- Indien er “Geen respons van de host” verschijnt, dan kan (of mag)
   de machine geen contact maken via het netwerk naar het opgegeven IP-adres.

- Indien er “Respons van de host.” verschijnt, dan kan de machine via het netwerk
   contact maken met het opgegeven IP-adres.

15. Druk op Main Menu of de ID-toets om de test af te sluiten.














Download Netwerktest uitvoeren via bedieningspaneel [PDF, 285KB] >

< terug naar overzichtspagina



Scan to mail gegevens invoeren/wijzigen (via webinterface)

Deze procedure beschrijft het configureren van de machine om documenten te kunnen scannen naar e-mail.



Inloggen via de webinterface als Administrator:


Maak contact met de machine

1. Maak contact met de machine via de web-browser (Internet Explorer, Firefox of Google Chrome).

2. Het IP-adres is te vinden op het configuratie-rapport (voor het uitprinten hiervan, zie procedure op de 2e pagina).

3. Selecteer System Manager Mode.

4. Voer de System Manager ID en het bijbehorende Password in.

5. Selecteer OK.












Instellen van scan to mail via de webinterface:


Selecteer Add. Fun

1. Selecteer Add. Func. in het menu aan de linkerkant.

2. Selecteer Settings in het menu aan de linkerkant.

3. Selecteer bij Send/Receive Settings onder Common Setting TX Settings.

4. Vul bij Unit Name de gewenste afzendernaam in (printernaam, hostname etc.).

Let op ! indien de C1028iF ook gebruikt wordt voor het versturen van faxen, wordt deze naam ook gebruikt in de “kopregel” van de fax.














Zorg dat er geen vinkje staat bij SMTP Receive
5. Selecteer OK.

6. Selecteer onder Network Settings de E-mail/I-Fax Settings.

7. Zorg dat er geen vinkje staat bij SMTP Receive en POP

     Receive en vul de gevraagde gegevens in (SMTP Server en E-mail   Address) Indien de E-Mail server
     authentication/encryption vereist dan ook die gegevens (onderaan de webpagina) invullen.

8. Selecteer OK.










Aanvullende instelling t.b.v. scan to mail.


Tevens dient er nog een instelling aangepast te worden.

1. Selecteer System Settings in het menu aan de linkerkant.

2. Selecteer Edit rechts bovenin.

3. Vul (indien gewenst) de gegevens in bij Device Name en/of Location.

Vul bij Send Data Size Limit

4. Vul bij Send Data Size Limit de gewenste waarde in (0 = geen limiet). Dit is de maximale bestandsgrootte van de bijlage in de e-mail.

5. Vul bij Default Subject het gewenste e-mail onderwerp in. Bijvoorbeeld “Scan van C1028i”.

6. Selecteer OK (rechtsbovenin) om deze instellingen te bevestigen.

7. Selecteer To Top page om uit te loggen.

8. Herstart de machine met de hoofdschakelaar aan de rechterzijkant.






Uitprinten van een configuratie-pagina:


Druk op rechterselectietoets om Extra Functies

1. Druk op Main Menu.

2. Druk op rechterselectietoets om Extra Functies te selecteren.

3. Selecteer Rapportinstellingen met behulp van de ▼ of ▲ toets.

4. Druk op OK.

5. Selecteer Lijst afdrukken met behulp van de ▼ of ▲ toets.

6. Druk op OK.










Selecteer Lijst met gebruikersgegevens


7. Selecteer Lijst met gebruikersgegevens
met behulp van de ▼ of ▲ toets.

8. Druk op OK.

9. Selecteer Ja met behulp van de ▼ of ▲ toets.
    De lijst met gebruikersgegevens wordt nu afgedrukt.
    Onder kopje 8 op bladzijde 6 staan de systeeminstellingen.
    Hier kunt u de netwerkgegevens, o.a. het IP-adres, terugvinden.

10. Druk op Main Menu om terug te keren naar het standaard scherm.













Download Scan to mail gegevens invoeren/wijzigen (via webinterface) [PDF, 406KB] >

< terug naar overzichtspagina



Pagina en print instellingen in Office 2010

Bij Office 2010 is de plaats waar de pagina-instellingen gewijzigd kunnen worden anders dan in Office 2007 en oudere versies. Via deze pagina instellingen kan ook de aansturing van de papiercassettes plaatsvinden.

LET OP! Instellingen die worden gedaan via deze methode gaan altijd voor op instellingen in de printerdriver.

Optie 1: Via het tabblad “Pagina-indeling” is het mogelijk deze instellingen te openen.

Optie 1-Via het tabblad Pagina-indeling

Optie 2: De andere manier is via het printerscherm.

Optie 2 De andere manier is via het printerscherm

In Office 2007 en ouder zijn de Office printinstellingen (nieten, dubbelzijdig etc.) in dit scherm te wijzigen:

In Office 2007 en ouder zijn de Office printinstellinge

In Office 2010 zijn deze instellingen beschikbaar via het tabblad “Bestand” en “Afdrukken” .

 
In Office 2010 zijn deze instellingen beschikbaar via het tabblad Bestand



Download Pagina en print instellingen in Office 2010 [PDF, 391KB] >

< terug naar overzichtspagina



Tellerstanden en serienummer (via bedieningspaneel)

Deze procedure beschrijft het uitlezen en uitprinten van de tellerstanden en het serienummer.



Druk op de 123 toets

1. Druk op de Druk op de 123 toets toets aan de linkerkant van het bedieningspaneel.


















U ziet nu een overzicht

2. U ziet nu een overzicht van de tellerstanden. Tevens is rechts bovenin het display het serienummer zichtbaar.

3. Druk op de linker toets Lijst afdrukken om de tellerstanden en het serienummer af te drukken.

Indien afdrukken van de tellerlijst niet gewenst is druk op de rechter toets om Gereed te selecteren en terug te gaan naar het beginscherm.

















Download Tellerstanden en serienummer (via bedieningspaneel) [PDF, 247KB] >

< terug naar overzichtspagina



Toevoegen 32 bits driver aan 64 bits server

Installeren van de 64 bits driver op de server


Selecteer Add a printer

1. Ga naar Start.

2. Selecteer Devices and Printers

3. Selecteer Add a printer.



























4-Selecteer Add a local printer en Selecteer Next

4. Selecteer Add a local printer en Selecteer Next.






























Selecteer bij Type of port

5. Selecteer Create a new port.

6. Selecteer bij Type of port voor Standard TCP/IP port en Selecteer Next.



























Vul het IP-adres

7. Vul het IP-adres van de printer in. De Port name wordt automatisch gevuld.

8. Zet het vinkje uit bij Query the printer and automatically select the driver to use.

9. Selecteer Next.



























Selecteer Have Disk

10. Selecteer Have Disk.


11. Vul het pad in naar de juiste 64 bits driver of ga met Browse naar de juiste driver.






























Selecteer OK

12. Selecteer OK.





























Selecteer de juiste driver onder Printers



13. Selecteer de juiste driver onder Printers en Selecteer Next.



























Selecteer de juiste driver onder Printers

14. Vul de printer naam in en Selecteer Next.
































Share de printer en voer de gewenste Share name

15. Share de printer en voer de gewenste Share name in.

16. Selecteer Next.



























Zet eventueel het vinkje bij Set as the default printer

17. Zet eventueel het vinkje bij Set as the default printer en Selecteer Finish.






























Nu is de 64 bits driver op de server geïnstalleerd.


Toevoegen 32 bit driver


Er zijn 2 mogelijkheden om de 32 bit driver toe te voegen op de Server 2008.

1. Kies als eerste de optie, om de printerdriver toe te voegen via Print Management.

2. Als het toevoegen via Print Management niet lukt, moet de driver toegevoegd worden via een 32bit werkstation.


Toevoegen 32 bits driver via Server 2008 Print Management


De 64 bit driver moet op de gebruikelijke manier geïnstalleerd worden, zoals hierboven beschreven.

Op de Server moet de role Print and Document services geïnstalleerd zijn.

Ga naar Print Servers, Server, Drivers

1. Ga naar Start, Administrative tools, Print Management.

2. Ga naar Print Servers, Server, Drivers.















Selecteer Add Driver

3. Klik met de rechtermuisknop op Drivers en Selecteer Add Driver.
























Zet alléén het vinkje bij x86

4. Selecteer Next.

5. Zet alléén het vinkje bij x86 en Selecteer Next.



























6. Selecteer Have Disk.

Selecteer Have Disk

7. Selecteer Browse, en navigeer naar de juiste 32 bits driver en Selecteer OK.

8. Selecteer in het volgende scherm het juiste printer-type en Selecteer Next.

Selecteer in het volgende scherm het juiste printer-type en Selecteer Next

9. Selecteer Finish in het laatste scherm.

Selecteer Finish in het laatste scherm

Installeren van de 32 bits driver op de server via een 32bit client.

1. Log op de client in als (domain)-administrator of als gebruiker met domain-admin rechten.

2. Ga naar Start en Printers en faxapparaten.

3. Selecteer Een printer toevoegen.

Selecteer Een printer toevoegen

4. Selecteer Volgende.

5. Selecteer Netwerkprinter en Selecteer Volgende.

Selecteer Netwerkprinter en Selecteer Volgende

6. Selecteer Verbinding maken met deze printer en vul het netwerkpad in naar de gedeelde printer.

7. Selecteer Volgende.

Selecteer Volgende

8. Nu geeft de client de melding dat er geen juiste driver beschikbaar is. Selecteer OK.

Nu geeft de client de melding

9. Vul het pad in naar de juiste 32 bits driver of ga met Browse naar de juist driver.

10. Selecteer OK.

Selecteer OK

11. Zet de printer eventueel als standaard printer.

12. Selecteer Volgende.

Selecteer Volgende

13. Selecteer Voltooien.

Selecteer Voltooien

14. Selecteer de zojuist geïnstalleerde printer met de rechtermuisknop en Selecteer Eigenschappen.

Selecteer de zojuist geïnstalleerde printer

15. Ga naar het tabblad Delen.

16. Selecteer Extra Stuurprogramma’s.

Selecteer Extra Stuurprogrammas

17. Zet een vinkje bij de juiste driver-versie.

Zet een vinkje bij de juiste driver-versie

18. Selecteer OK.

Selecteer OK

19. Vul het pad in naar de juiste 32 bits driver of ga met Browse naar de juist driver.

Vul het pad in naar de juiste 32 bits driver

20. De juiste bestanden worden nu naar de server gekopieerd.

De juiste bestanden worden

21. Nu is op elk 32 bits werkstation de printer toe te voegen.






Download Toevoegen 32 bits driver aan 64 bits server [PDF, 145KB] >

< terug naar overzichtspagina



LPR poort aanmaken in TCP/IP poort

1. Klik met de rechtermuisknop op de printer en kies Properties of Eigenschappen.

2. Kies het tabblad Ports.

3. Klik op Configure Port.

Klik op Configure Port

4. Selecteer LPR.

5. Vul het woord print in bij Queue Name.

6. Zet een vinkje bij LPR Byte Counting Enabled.

Zet een vinkje bij LPR Byte Counting Enabled

7. Sluit af met OK en Close.






Download LPR poort aanmaken in TCP/IP poort [PDF, 267KB] >

< terug naar overzichtspagina



LPR poort aanmaken in Windows 7

De onderstaande procedure dient te worden uitgevoerd door een (systeem)beheerder of een gebruiker met administrator rechten.

Door verschillende grafische- en computer instellingen kunnen onderstaande schermen afwijken.


1. Kies Start-knopKies Start-knop.

2. Kies voor Configuratiescherm in het Start-menu.

3. Kies voor Programma’s.

Kies voor Programmas

4. Kies voor Windows-onderdelen in- of uitschakelen.
4-Kies voor Windows-onderdelen in- of uitschakelen

5. Zet een vinkje bij LPR-poortmonitor en druk OK.
Zet een vinkje bij LPR-poortmonitor

6. Nu wordt er software geïnstalleerd en verschijnt onderstaand scherm.
Nu wordt er software geïnstalleerd

7. Start de computer opnieuw op als hierom gevraagd wordt.

8. Nu is bij het installeren van een printer de LPR Port beschikbaar.

Nu is bij het installeren van een printer de LPR Port



Download LPR poort aanmaken in Windows 7 [PDF, 419KB] >

< terug naar overzichtspagina



Niet printen van tabelgegevens in MS Excel

Algemene informatie


Deze procedure beschrijft de oplossing voor problemen met het uitprinten van Excel documenten waarbij tabelgegevens worden weggelaten.

Door Microsoft is er half december 2011 een beveiligingsupdate (KB2596596) beschikbaar gesteld, het installeren van deze update kan bovenstaande problemen veroorzaken.

Het advies is dan ook om deze update te (laten) verwijderen.


Bepalen of de update is geïnstalleerd


Bepalen of de update is geïnstalleerd

Deze update bevat bestanden met de versies die worden vermeld in de volgende tabel.


Deze update verwijderen


1. Klik op Start, en klik vervolgens op Uitvoeren.

2. Type appwiz.cpl, en klik vervolgens op OK.

3. Gebruik een van de volgende procedures, afhankelijk van het besturingssysteem dat u gebruikt:

Windows 7 en Windows Vista

- Klik op Geïnstalleerde updates weergeven.

- In de lijst met updates op de update 2596596, en klik vervolgens op Verwijderen.

Windows XP

- Selecteer de Updates weergeven het selectievakje.

In de lijst met updates op de update 2596596, en klik vervolgens op Verwijderen.

Aanvullende informatie

Extra informatie is te vinden via onderstaande link:

http://support.microsoft.com/kb/2596596







Download Niet printen van tabelgegevens in MS Excel [PDF, 218KB] >

< terug naar overzichtspagina



Instellingen Mac t.b.v. scan naar SMB

Maak een map aan op het Bureaublad.


1. Ga in de menubalk naar Archief en selecteer Nieuwe map met de naam Scans.


Ga in de menubalk naar Archief

2. Ga nu naar Systeemvoorkeuren en klik op Delen en selecteer Bestandsindeling. Klik op de + bij Gedeelde mappen.

Ga nu naar Systeemvoorkeuren

3. Blader naar het Bureaublad en selecteer de map Scans en klik op Voeg toe.

Blader naar het Bureaublad

4. Klik nu op de + bij Gebruikers en maak een Nieuwe persoon met de naam scan en klik op “Maak account aan en selecteer nu de aangemaakte gebruiker en klik op Selecteer.

Klik nu op de plus bij Gebruikers

5. Geef deze in het scherm Delen onder Gebruikers Lezen en schrijven rechten door op de tekst Alleen lezen te klikken.

Geef deze in het scherm Delen

6. Zorg ervoor dat de Gebruiker scan geselecteerd is en klik op Opties.

7. Selecteer Deel bestanden en mappen via SMB.

Selecteer Deel bestanden en mappen via SMB

8. Nu is het mogelijk om via SMB naar de MAC te scannen.





Download Instellingen Mac t.b.v. scan naar SMB [PDF, 552KB] >

< terug naar overzichtspagina



FTP configureren in Windows 7

Deze procedure beschrijft het configureren het FTP protocol in Windows 7. Om (bijvoorbeeld) scan naar FTP mogelijk te maken.


1. Ga naar het Control Panel scherm en kies voor Programs en Features.


Ga naar het Control Panel scherm en kies voor Programs en Features

2. Ga naar Turn Windows features on or off.

Ga naar Turn Windows features on or off

3. Selecteer onder Internet Information Services en FTP Server de optie FTP Services en onder Web Management Tools IIS Management Console.

Selecteer onder Internet Information Services

4. Ga terug naar het Control Panel en via Administrative Tools ga je naar de Internet Information Services (IIS) Manager.

Ga terug naar het Control Panel

5. Selecteer Sites en ga met de rechtermuistoets naar Add FTP sites.

Selecteer Sites en ga met de rechtermuistoets naar Add FTP sites

6. Kies een naam voor de FTP site en browse naar het pad waar de scans naar toe moeten. Klik op Next.

Kies een naam voor de FTP site

7. Selecteer Allow SSL en klik op Next.

Selecteer Allow SSL en klik op Next

8. Selecteer Anonymous bij Authentication en bij Authorization Anonymous users selecteren en vergeet niet bij Permissions Read en Write te selecteren. Klik dan op Finish.

Selecteer Anonymous bij Authentication

9. Nu is een FTP site aangemaakt en kan scannen naar FTP worden ingericht op de machine.

Nu is een FTP site aangemaakt


Download Instellingen Mac t.b.v. scan naar SMB [PDF, 555KB] >

< terug naar overzichtspagina



LPR poort aanmaken in Windows 2008

Om de onderstaande procedure uit te voeren, moet u beschikken over administrator rechten. Door verschillende grafische- en computer instellingen kunnen onderstaande schermen afwijken. Na het uitvoeren van onderstaande procedure, is mogelijk een herstart van de server nodig.


1. Kies Start.

2. Kies voor Control Panel in het Start-menu.

3. Kies voor Programs.


Kies voor Programs

4. Kies voor Turn Windows features on or off.

Kies voor Turn Windows features on or off

5. Kies links Features en kies rechts voor Add Features.

Kies links Features en kies rechts voor Add Features

6. Zet een vinkje bij LPR-port Monitor en druk Next.

Zet een vinkje bij LPR-port Monitor en druk Next

7. Klik op Install in het volgende scherm. De software zal geinstalleerd worden.

8. Na de installatie verschijnt het volgende scherm.

Na de installatie verschijnt het volgende scherm

9. Kies Close.

10. Herstart de server als daarom gevraagd wordt. Of herstart de server op een later tijdstip.

11. Nu is bij het installeren van een printer de LPR Port beschikbaar.

Nu is bij het installeren van een printer de LPR



Download Niet printen van tabelgegevens in MS Excel [PDF, 543KB] >

< terug naar overzichtspagina



FTP configureren in Windows 2008

Deze procedure beschrijft het configureren het FTP protocol in Windows 2008.

Om (bijvoorbeeld) scan naar FTP mogelijk te maken.



De Océ 31x5, Océ VP20xx, Kyocera Mita producten (OPxxxx), Konica Minolta(CSxxx, VLxxxx en VLxxxxC) producten maken standaard gebruik van active ftp.


Dit betekend dat er op de server gebruik wordt gemaakt van poort 20 en 21. Om met deze machines scan2ftp te laten werken moet de standaard rule (exception) FTP server (FTP Traffic in) aangezet worden. Deze procedure is hieronder beschreven:


- Ga in de Server Manager naar Configuration\Windows firewall with advanced

Secutity\Inbound Rules

- Zoek hier de rule FTP server (FTP Traffic in) op en enable deze.



De Océ VP1000/2000 maakt standaard gebruik van passieve ftp. Dit betekend dat er op de server gebruik wordt gemaakt van poort 21 en >1023 (random). Hiervoor is in 2008 server geen standaard rule aangemaakt. Vanaf software release R2.1.1 is er een keuze om voor actieve of passieve ftp te kiezen. Het makkelijkste is dus om de machine te (laten) upgraden en voor actieve ftp te kiezen. Als dit niet mogelijk is dan moet er een nieuwe rule aangemaakt worden. Dit gaat als volgt:



- Ga in de Server Manager naar Configuration\Windows firewall with advanced

Secutity\Inbound Rules

- Kies voor new rule

- Kies bij Type of rule voor Program

- Browse naar %SystemRoot%\system32\inetsrv\inetinfo.exe (Dit programma gebruikt de ftp server)

- Vink Allow the connection aan.

- Vink alleen Public aan.

- Vul de naam en description in.



De rule is nu aangemaakt maar moet nog aangepast worden.

- Ga naar de properties van de rule.

- Selecteer het tabblad Scope.

- Vink bij Local ip address, These ip addresses aan en vul het server adres in.

- Vink bij Remote ip address, These ip addresses aan en vul het adres in van de scanner.

De 2008 server hoeft niet herstart te worden de rule werkt gelijk.













Download FTP configureren in Windows 2008 [PDF, 179KB] >

< terug naar overzichtspagina



LPR poort probleem, traag printen met veel printopdrachten

De onderstaande procedure dient te worden uitgevoerd door een (systeem)beheerder of een gebruiker met administrator rechten.

Standaard gebruikt Windows voor Unix LPR, poortnummer 721 –731 waardoor het versturen van data via

LPR traag wordt na het tegelijk versturen van 11 of meer printjobs.

Nadat de 11 poorten zijn gebruikt duurt het 2 a 3 minuten voordat deze poorten worden gereset en weer verder gaat met de volgende 11 printjobs.

Via een aanpassing in de registry kan het aantal poortnummers vergroot worden.

1. Start Registry Editor (Regedt32.exe) en ga naar de volgende key: HKEY_LOCAL_MACHINE\SOFTWARE\Microsoft\LPDSVC\lpr

2. Volg de instructies zoals beschreven in Microsoft Support document. http://support.microsoft.com/kb/179156





Download LPR poort probleem, traag printen met veel printopdrachten [PDF, 175KB] >

< terug naar overzichtspagina



Slaapstand aanpassen (via bedieningspaneel)

Deze procedure beschrijft het aanpassen van de slaapstand van de machine. Ter info: de standaardwaarde van deze instelling is 15 minuten.


Wijzigen van afzendergegevens:

3-Selecteer Tijdklokinstellingen

1. Druk op Main Menu.


2. Druk op de rechterselectietoets om Extra Functies te selecteren.


3. Selecteer Tijdklokinstellingen met behulp van de ▼ of ▲ toets.


4. Druk op OK.


5. Selecteer Autom. sluimertijd met behulp van de ▼ of ▲ toets.

5-Selecteer Autom sluimertij

6. Druk op OK.


7. Selecteer Aan met behulp van de ▼ of ▲ toets.


8. Druk op OK.


9. Selecteer gewenste tijd met behulp van de ▼ of ▲ toets of gebruik de numerieke toetsen
▼-▲ om de gewenste tijd in te vullen. faxnummer in te voeren (max. 20 cijfers).


9-Selecteer gewenste tijd

10. Druk op OK.


11. Druk op Main Menu om terug te keren naar het standaard scherm.








Algemene informatie m.b.t. het bedieningspaneel

Druk op 0-9 om cijfers in te kunnen voeren

De onderstaande toetsen zijn om informatie in te voeren of te wijzigen.


- Druk op 0-9 om cijfers in te kunnen voeren.



- Druk op de linker of rechter selectietoets om de alternatieve toets te selecteren (zichtbaar onderin het display).



- Druk op de ▼ ▲ ◄ ► toetsen om de cursor te verplaatsen.



- Of gebruik het bladerwiel Of gebruik het bladerwiel om de cursor te verplaatsen.

Druk op OK om de ingevoerde gegevens

- Druk op OK om de ingevoerde gegevens te bevestigen of om naar het volgende scherm te gaan.



- Druk op Terug om naar het vorige scherm te gaan.












Slaapstand aanpassen (via webinterface)



3-Selecteer System Manager Mode

Deze procedure beschrijft het aanpassen van de slaapstand van de machine. Ter info: de standaardwaarde van deze instelling is 15 minuten.


Inloggen via de webinterface als Administrator:


1. Maak contact met de machine via de web-browser (Internet Explorer, Firefox of Google Chrome).



2. Het IP-adres is te vinden op het configuratie-rapport (voor het uitprinten hiervan, zie procedure hieronder).



3. Selecteer System Manager Mode.



4. Voer de System Manager ID en het bijbehorende Password in.



5. Selecteer OK.



Wijzigen van de slaapstand:


4-Wijzig de waarde bij Use Auto Sleep

1. Selecteer Add. Func. in het menu aan de linkerkant.



2. Selecteer Settings in het menu aan de linkerkant.



3. Selecteer Timer Settings.



4. Wijzig de waarde bij Use Auto Sleep.



5. Controleer tevens of bij Time Zone GMT +1:00 geselecteerd is.



6. Selecteer OK.



7. Selecteer links bovenin To Top page om de webinterface af te sluiten.




Uitprinten van een configuratie-pagina:

3-Selecteer Rapportinstellingen

1. Druk op Main Menu.



2. Druk op rechterselectietoets om Extra Functies te selecteren.



3. Selecteer Rapportinstellingen met behulp van de ▼ of ▲ toets.



4. Druk op OK.



5. Selecteer Lijst afdrukken met behulp van de ▼ of ▲ toets.

7-Selecteer Lijst met gebruikersgegevens

6. Druk op OK.



7. Selecteer Lijst met gebruikersgegevens met behulp van de ▼ of ▲ toets.



8. Druk op OK.



9. Selecteer Ja met behulp van de ▼ of ▲ toets.



De lijst met gebruikersgegevens wordt nu afgedrukt. Onder kopje 8 op bladzijde 6 staan de systeeminstellingen. Hier kunt u de netwerkgegevens, o.a. het IP-adres, terugvinden.

10. Druk op Main Menu om terug te keren naar het standaard scherm.




















Download Slaapstand aanpassen (via bedieningspaneel) [PDF, 622KB] >

< terug naar overzichtspagina



Driverinstallatie melding “Invalid Color Profile”

Deze procedure beschrijft een aantal workarounds die gebruikt kunnen worden indien er bij het installeren van de driver een melding komt m.b.t. Invalid Color Profile.

Invalid Color Profile

Hierdoor kan de printer driver installatie niet worden afgerond. Tot heden is niet bekend wat de oorzaak van deze klacht is. Om toch een succesvolle driverinstallatie te realiseren, zijn er een aantal workarounds mogelijk.

Algemene informatie

De melding heeft betrekking op een defect kleurprofiel. Eerst dient het corrupte profiel te worden opgezocht. De kleur profielen bevinden zich op een x86 systeem op de volgende locatie : system root /windows/system32/spool/drivers/color.

Door met de rechter muisknop één voor één de ‘ICC files’ te selecteren, wordt duidelijk of het profiel is geïnstalleerd of niet. Bij een niet geïnstalleerd ICC profiel kan men kiezen voor ‘install profile’. Als de installatie mislukt dan zal de volgende foutmelding ‘not a valid color profile’ op het scherm worden getoond. Het desbetreffende kleurprofiel is corrupt.

De ICC profielen kunnen niet worden verwijderd, omdat het besturingssysteem deze vast houdt. Een door Microsoft ondersteunde oplossing is er niet. Zoals eerder vermeld zijn er een aantal workarounds mogelijk.
De ICC profielen

Workaround 1

Probeer bij de niet werkende ICC profielen de uninstall procedure uit te voeren.

 Probeer bij de niet werkende ICC profielen


Workaround 2

Server/werkstation herstarten en direct na herstart de spoolerservices stoppen en starten. Daarna proberen om de kleurprofielen te verwijderen.


Workaround 3

Server/ werkstation op starten met een opstartbare CD/DVD en dan de niet werkende ICC profielen handmatig te verwijderen.


Workaround 4

Het is ook mogelijk een Freeware pakket (bijvoorbeeld Unlocker 1.9.1) te installeren. Dit is een applicatie die de processen kan beëindigen die verantwoordelijk zijn voor het niet kunnen verwijderen van de defecte profielen.

Na het succesvol uitvoeren van één (of meerdere) van bovenstaande workarounds kan de driverinstallatie nogmaals worden uitgevoerd. De kleur profielen worden met installatie van de nieuwe printer driver weer geplaatst, waarna deze wel correct werken.





Download Driverinstallatie melding “Invalid Color Profile” [PDF, 201KB] >

< terug naar overzichtspagina



Netwerkinstelling op vast IP-adres. (via bedieningspaneel)

Deze procedure beschrijft het aanpassen van de automatische uitschakeltijd. Deze instelling zorgt ervoor dat de machine automatisch (na de ingestelde tijd) uitschakelt en staat standaard ingesteld op 4 uur. Door de instelling aan te passen naar 0 zal de machine niet volledig uitschakelen en dus wel bereikbaar blijven via het netwerk.


Inloggen via het bedieningspaneel als Beheerder


3-Voer bij Systeembeheerder ID en Systeem PIN

1. Druk op de 1-Druk op de Instellingen-Registratie toetsInstellingen/Registratie toets.


2. Selecteer Inloggen.


3. Voer bij Systeembeheerder ID en Systeem PIN de juiste gegevens in.


4. Selecteer Aanmelden (Inloggen).









Aanpassen uitschakeltijd


2-Selecteer Tijdklok-Energie instellingen

1. Selecteer Voorkeuren.



2. Selecteer Tijdklok/Energie instellingen.



3. Selecteer Auto uitschakeltijd.



4. Selecteer ▼ totdat waarde 0 (=Uit) zichtbaar is.



5. Selecteer OK.
3-Selecteer Auto uitschakeltijd


6. Selecteer Sluiten.



7. Selecteer Uitloggen om terug te keren naar het standaard scherm.




Automatische uitschakeltijd aanpassen (via webinterface).



Deze procedure beschrijft het aanpassen van de automatische uitschakeltijd. Deze instelling zorgt ervoor dat de machine automatisch (na de ingestelde tijd) uitschakelt en staat standaard ingesteld op 4 uur. Door de instelling aan te passen naar 0 zal de machine niet volledig uitschakelen en dus wel bereikbaar blijven via het netwerk.


1. Start een web browser op en vul in de adresbalk het IP-adres van de printer in. Het IP-adres van de printer is te vinden op het afdrukrapport (configuratiepagina).



Uitprinten van een afdrukrapport op de machine:

  • Druk op de Instellingen/Registratie toets.
  • Selecteer Voorkeuren.
  • Selecteer Netwerk.
  • Selecteer Afdrukrapport.
  • Selecteer Ja.
  • Het afdrukrapport wordt afgedrukt.
  • Wanneer het rapport afgedrukt is selecteer dan Sluiten.


2. Voer System Manager ID en System PIN in en selecteer daarna Administrator Login.

2-Voer System Manager ID en System PIN

3. Selecteer Settings/Registration.


Selecteer Timer/Energy Settings.


Selecteer Auto Shutdown Settings.


Selecteer Auto Shutdown Setting

4. Selecteer bij Auto Shutdown Time Off. Selecteer OK om instelling te bevestigen.

4-Selecteer bij Auto Shutdown Time Off

5. Selecteer rechts bovenin Log Out.





Download Automatische uitschakeltijd aanpassen (via bedieningspaneel) [PDF, 435KB] >

< terug naar overzichtspagina



Netwerkinstelling op DHCP (via bedieningspaneel)

Deze procedure beschrijft het aanpassen van de automatische uitschakeltijd. Deze instelling zorgt ervoor dat de machine automatisch (na de ingestelde tijd) uitschakelt en staat standaard ingesteld op 4 uur. Door de instelling aan te passen naar 0 zal de machine niet volledig uitschakelen en dus wel bereikbaar blijven via het netwerk.


Inloggen via het bedieningspaneel als Beheerder


3-Voer bij Systeembeheerder ID en Systeem PIN

1. Druk op de 1-Druk op de Instellingen-Registratie toetsInstellingen/Registratie toets.


2. Selecteer Inloggen.


3. Voer bij Systeembeheerder ID en Systeem PIN de juiste gegevens in.


4. Selecteer Aanmelden (Inloggen).









Aanpassen uitschakeltijd


2-Selecteer Tijdklok-Energie instellingen

1. Selecteer Voorkeuren.



2. Selecteer Tijdklok/Energie instellingen.



3. Selecteer Auto uitschakeltijd.



4. Selecteer ▼ totdat waarde 0 (=Uit) zichtbaar is.



5. Selecteer OK.
3-Selecteer Auto uitschakeltijd


6. Selecteer Sluiten.



7. Selecteer Uitloggen om terug te keren naar het standaard scherm.




Automatische uitschakeltijd aanpassen (via webinterface).



Deze procedure beschrijft het aanpassen van de automatische uitschakeltijd. Deze instelling zorgt ervoor dat de machine automatisch (na de ingestelde tijd) uitschakelt en staat standaard ingesteld op 4 uur. Door de instelling aan te passen naar 0 zal de machine niet volledig uitschakelen en dus wel bereikbaar blijven via het netwerk.


1. Start een web browser op en vul in de adresbalk het IP-adres van de printer in. Het IP-adres van de printer is te vinden op het afdrukrapport (configuratiepagina).



Uitprinten van een afdrukrapport op de machine:

  • Druk op de Instellingen/Registratie toets.
  • Selecteer Voorkeuren.
  • Selecteer Netwerk.
  • Selecteer Afdrukrapport.
  • Selecteer Ja.
  • Het afdrukrapport wordt afgedrukt.
  • Wanneer het rapport afgedrukt is selecteer dan Sluiten.


2. Voer System Manager ID en System PIN in en selecteer daarna Administrator Login.

2-Voer System Manager ID en System PIN

3. Selecteer Settings/Registration.


Selecteer Timer/Energy Settings.


Selecteer Auto Shutdown Settings.


Selecteer Auto Shutdown Setting

4. Selecteer bij Auto Shutdown Time Off. Selecteer OK om instelling te bevestigen.

4-Selecteer bij Auto Shutdown Time Off

5. Selecteer rechts bovenin Log Out.





Download Automatische uitschakeltijd aanpassen (via bedieningspaneel) [PDF, 435KB] >

< terug naar overzichtspagina



Beheerder inloggegevens wijzigen (via bedieningspaneel)

Deze procedure beschrijft het wijzigen van het beheerders ID en wachtwoord.

LET OP ! Zorg ervoor dat de gewijzigde inloggegevens van de beheerder beschikbaar zijn voor een Canon
              Engineer die ter plaatse komt. Als de Engineer niet kan inloggen kan de Engineer besluiten de beheerdersgegevens weer terug te zetten naar de standaard instelling.


Inloggen via het bedieningspaneel als Beheerder

1. Druk op de Instellingen/Registratie 1-Druk op de Instellingen-Registratie toets toets.

2. Selecteer Inloggen.

3. Voer bij Systeembeheerder ID en Systeem PIN de juiste gegevens in.

4. Selecteer Aanmelden (Inloggen).

3-Voer bij Systeembeheerder ID en Systeem PIN

Wijzigen Beheerderswachtwoord

1. Selecteer Beheerinstellingen.

2. Selecteer Gebruikersbeheer.

2-Selecteer Gebruikersbeheer

3. Selecteer Instellingen Systeembeheerderinformatie.

3-Selecteer Instellingen Systeembeheerderinformatie

4. Selecteer (indien ID aangepast moet worden) ID Systeembeheerder en vul door middel van de numerieke toetsen de nieuwe ID in.

4-Selecteer indien ID aangepast moet worden

5. Selecteer (indien beheerders pincode aangepast moet worden) Systeem PIN en vul door middel van de numerieke toetsen de nieuwe pincode in.

5-Selecteer indien beheerders pincode

6. Selecteer Bevestigen en vul opnieuw de nieuwe pincode in.

6-Selecteer Bevestigen

7. Selecteer OK.

8. Selecteer Uitloggen om terug te keren naar het standaard scherm.


Beheerder inloggegevens wijzigen (via webinterface).

Deze procedure beschrijft het wijzigen van het beheerders ID en wachtwoord.

LET OP ! Zorg ervoor dat de gewijzigde inloggegevens van de beheerder beschikbaar zijn voor een Canon Engineer die ter plaatse komt. Als de Engineer niet kan inloggen kan de Engineer besluiten de beheerdersgegevens weer terug te zetten naar de standaard instelling.


1. Start een web browser op en vul in de adresbalk het IP-adres van de printer in. Het IP-adres van de printer is te vinden op het afdrukrapport (configuratiepagina).


Uitprinten van een afdrukrapport op de machine:

  • Druk op de 1-Druk op de Instellingen-Registratie toetsInstellingen/Registratie toets.
  • Selecteer Voorkeuren.
  • Selecteer Netwerk.
  • Selecteer Afdrukrapport.
  • Selecteer Ja.
  • Het afdrukrapport wordt afgedrukt.
  • Wanneer het rapport afgedrukt is selecteer dan Sluiten.

2. Voer System Manager ID en System PIN in en selecteer daarna Administrator Login.
2-Voer System Manager ID en System PIN

3. Selecteer Settings/Registration onder Management Settings.

4. Selecteer User Management.

5. Selecteer System Manager/Contact Person Information Settings.

6. Wijzig (indien ID aangepast moet worden) de System Manager ID.
6-Wijzig indien ID aangepast moet worden

7. Selecteer (als beheerders pincode moet worden aangepast) ☑ Change PIN.

8. Vul bij Current System PIN de huidige pincode in en daarna bij System PIN en Confirm de nieuwe pincode.

8-Vul bij Current System PIN

9. Selecteer OK om de instelling te bevestigen.

10. Selecteer Log Out om uit te loggen en terug te keren















Download Beheerder inloggegevens wijzigen (via bedieningspaneel) [PDF, 550KB] >

< terug naar overzichtspagina



Overzicht foutcodes (#xxx)

Als tijdens verzending (scan2mail/scan2folder/fax) of ontvangen (printen/faxen) van een document een storing optreedt, verschijnt op het opdrachtlog op het scherm Status monitor/Annuleren een foutmelding en deze treft u ook aan op diverse rapporten. Kijk om welke foutcode het gaat en tref daarna de nodige maatregelen om het probleem op te lossen of geef deze code door bij het melden van een storing bij Canon.







Download Overzicht foutcodes [PDF, 696KB] >

< terug naar overzichtspagina



Canon e-Maintenance communicatie iR-Advanced

E-maintenance wordt gebruikt om tellerstanden en storingen van de machine en (indien dit is opgenomen in het contract) ook tonermeldingen te versturen naar Canon.

Canon e-Maintenance communicatie iR-Advanced-kort

Volg onderstaande stappen om de communicatie te testen en eventuele communicatieproblemen op te lossen.


Ter info: Indien de machine tijdens de communicatietest ook bezig is met ontvangen of verwerken van een print en/of scanopdracht kan er geen (goede) communicatietest plaatsvinden.

Volg onderstaande stappen

Canon e-Maintenance (Communicatietest)


Deze procedure beschrijft het testen van de E-maintenance communicatie.


Uitvoeren van de communicatietest:

 1. Druk op de toets.
1-Druk-op-de-123-toets-01

 2. Selecteer Bewakingsdienst.
2. Selecteer Bewakingsdienst


3. Selecteer Communicatietest.

3- Selecteer Communicatietest

4. Selecteer Start Test.

4- Selecteer Start Test

4. Indien melding op display “Communicatie gelukt”.* Selecteer OK.

4- Indien melding op display Communicatie gelukt

5. Druk op de Reset toets5- Druk op de Reset toets om terug te keren naar het beginscherm.


* Indien melding “Communicatie mislukt” wacht een aantal minuten en probeer opnieuw, indien bij 2e poging weer geen communicatie mogelijk is, ga door naar de volgende stap in de flowchart.

4- Indien melding op display Communicatie gelukt

Canon e-Maintenance (poort 443)


E-maintenance maakt voor de uitgaande communicatie gebruik van poort 443 naar de “UGW server”. Eventueel is het voldoende om (in de firewall) poort 443 alleen voor uitgaande communicatie naar http://a01.ugwdevice.net/ugw/agentif010 of http://b01.ugwdevice.net/ugw/agentif010 “open” te zetten.


Er zijn drie manieren om te testen of poort 443 open staat. Onderstaande procedures testen de verbinding naar de E-maintenance server:


Test 1 via “command prompt”:


1. Gebruik de netwerkaansluiting van de multifunctional om deze test uit te voeren. Afhankelijk van de (firewall) instellingen kan het nodig zijn om ook het IP-adres van de machine te gebruiken voor deze test.


2. Start de “command prompt” op en vul in: telnet a01.ugwdevice.net 443, bevestig met “Enter”.


2-Start de command prompt

3. Indien het “command prompt scherm” helemaal zwart wordt staat de poort open en is er communicatie mogelijk, anders verschijnt “connect failed”.


3- Indien het command prompt scherm

Test 2 via “Internetbrowser”:


1. Gebruik de netwerkaansluiting van de multifunctional om deze test uit te voeren. Afhankelijk van de (firewall) instellingen kan het nodig zijn om ook het IP-adres van de machine te gebruiken voor deze test.

2. Start een internetbrowser op (Internet Explorer, Google Chrome, Firefox) en vul één van de volgende adressen in: http://a01.ugwdevice.net/ugw/agentif010 of http://b01.ugwdevice.net/ugw/agentif010

3. Indien onderstaande melding verschijnt (This Page is not for browsing) staat poort 443 open en is er Communicatie mogelijk


3- Indien onderstaande melding verschijnt

Test 3 gaat ook via “Internetbrowser”:


1. Gebruik de netwerkaansluiting van de multifunctional om deze test uit te voeren. Afhankelijk van de (firewall) instellingen kan het nodig zijn om ook het IP-adres van de machine te gebruiken voor deze test.

2. Start een internetbrowser op (Internet Explorer, Google Chrome, Firefox) en vul het volgende adres in: https://ugwportal.net

3. Indien onderstaande melding verschijnt (Connected!) staat poort 443 open en is er communicatie mogelijk.

3-Indien onderstaande melding verschijnt Connected

Canon e-Maintenance (Proxy)


Om E-maintenance communicatie mogelijk te maken kan het nodig zijn de gegevens van de Proxy-server in te stellen in de multifunctional. Dat kan zowel via het bedieningspaneel als via de webinterface.

Proxyinstellingen via bedieningspaneel:

1. Druk op de Druk op de Instellingen/Registratie toetsInstellingen/Registratie toets.

2. Selecteer Inloggen.

3. Voer bij Systeembeheerder ID en Systeem PIN de juiste gegevens in.

4. Selecteer Aanmelden (Inloggen).

5. Selecteer Voorkeuren.

6. Selecteer Netwerk.

7. Selecteer TCP/IP instellingen.

8. Selecteer Proxy instellingen.

9. Controleer de proxy instellingen, mogelijk is ook “Gebruik Proxy met zelfde domein” en/of Authentificatie instellingen nodig.


8-Selecteer Proxy instellingen

Proxyinstellingen via webinterface:


1. Start een web browser op en vul in de adresbalk het IP-adres van de printer in.

2. Voer System Manager ID en System PIN in en selecteer daarna Administrator Login.

3. Selecteer Settings/Registration.

4. Selecteer Network Settings.

5. Selecteer Proxy Settings.

6. Controleer de proxy instellingen, mogelijk is ook “Use Proxy within Same Domain” en/of Authentificatie instellingen nodig.

6- Controleer de proxy instellingen mogelij



Download Canon e-Maintenance communicatie iR-Advanced [PDF, 805KB] >

< terug naar overzichtspagina



RSOK registreren, installeren & (optioneel) activeren - via LUI

Deze procedure beschrijft het aanpassen van de automatische uitschakeltijd. Deze instelling zorgt ervoor dat de machine automatisch (na de ingestelde tijd) uitschakelt en staat standaard ingesteld op 4 uur. Door de instelling aan te passen naar 0 zal de machine niet volledig uitschakelen en dus wel bereikbaar blijven via het netwerk.


Inloggen via het bedieningspaneel als Beheerder


3-Voer bij Systeembeheerder ID en Systeem PIN

1. Druk op de 1-Druk op de Instellingen-Registratie toetsInstellingen/Registratie toets.


2. Selecteer Inloggen.


3. Voer bij Systeembeheerder ID en Systeem PIN de juiste gegevens in.


4. Selecteer Aanmelden (Inloggen).









Aanpassen uitschakeltijd


2-Selecteer Tijdklok-Energie instellingen

1. Selecteer Voorkeuren.



2. Selecteer Tijdklok/Energie instellingen.



3. Selecteer Auto uitschakeltijd.



4. Selecteer ▼ totdat waarde 0 (=Uit) zichtbaar is.



5. Selecteer OK.
3-Selecteer Auto uitschakeltijd


6. Selecteer Sluiten.



7. Selecteer Uitloggen om terug te keren naar het standaard scherm.




Automatische uitschakeltijd aanpassen (via webinterface).



Deze procedure beschrijft het aanpassen van de automatische uitschakeltijd. Deze instelling zorgt ervoor dat de machine automatisch (na de ingestelde tijd) uitschakelt en staat standaard ingesteld op 4 uur. Door de instelling aan te passen naar 0 zal de machine niet volledig uitschakelen en dus wel bereikbaar blijven via het netwerk.


1. Start een web browser op en vul in de adresbalk het IP-adres van de printer in. Het IP-adres van de printer is te vinden op het afdrukrapport (configuratiepagina).



Uitprinten van een afdrukrapport op de machine:

  • Druk op de Instellingen/Registratie toets.
  • Selecteer Voorkeuren.
  • Selecteer Netwerk.
  • Selecteer Afdrukrapport.
  • Selecteer Ja.
  • Het afdrukrapport wordt afgedrukt.
  • Wanneer het rapport afgedrukt is selecteer dan Sluiten.


2. Voer System Manager ID en System PIN in en selecteer daarna Administrator Login.

2-Voer System Manager ID en System PIN

3. Selecteer Settings/Registration.


Selecteer Timer/Energy Settings.


Selecteer Auto Shutdown Settings.


Selecteer Auto Shutdown Setting

4. Selecteer bij Auto Shutdown Time Off. Selecteer OK om instelling te bevestigen.

4-Selecteer bij Auto Shutdown Time Off

5. Selecteer rechts bovenin Log Out.





Download Automatische uitschakeltijd aanpassen (via bedieningspaneel) [PDF, 435KB] >

< terug naar overzichtspagina



LPR poort toevoegen in Windows 2000, 2003 en XP

De onderstaande procedure dient te worden uitgevoerd door een (systeem)beheerder of een gebruiker met administrator rechten. Door verschillende grafische- en computer instellingen kunnen onderstaande schermen afwijken.


1. Ga naar Start; Settings [instellingen]; Control Panel [Configuratiescherm]; Add/Remove Programs [Software]

2. Selecteer Add/Remove Windows components [Toevoegen Windows componenten]

Selecteer Add-Remove Windows components

3. Selecteer Other Network File and Print Services [Andere Netwerkservices voor bestanden en printer] in de lijst op en Selecteer Details

Selecteer Other Network File and Print Service

4. Plaats een vinkje bij Print Services for Unix

5. Selecteer OK

6. Selecteer Next [volgende], Finish [Voltooien] en sluit Add/Remove Programs [Software].

7. Nu is bij het installeren van een printer de LPR Port beschikbaar.

Plaats een vinkje bij Print Services for Unix

Nu is bij het installeren van een printer





Download LPR poort toevoegen in Windows 2000, 2003 en XP [PDF, 263KB] >

< terug naar overzichtspagina



Neem contact op met de ondersteuningsafdeling




Let op: opgegeven informatie in de e-mail wordt uitsluitend gebruikt voor het beantwoorden van uw vraag. Persoonlijke gegevens worden niet gebruikt voor marketingdoeleinden of om u te informeren over andere producten en services waarin u mogelijk bent geïnteresseerd.

Belangrijke mededeling!

Sommige internetproviders blokkeren mogelijk onze antwoorden omdat ze deze als ongewenste berichten beschouwen. Als u zeker wilt zijn van een reactie op uw vraag, raden we u aan om donotreply@support.canon-europe.com aan uw adresboek toe te voegen.

  • Canon
  • ...
  • SUPPORT FAQ en HELP NL