iR-ADV C50XX(i) FAQ en Help

Wist u dat u veel storingen en problemen zelf kunt oplossen? Op deze FAQ pagina zijn veel gestelde vragen en handige Tips & Tricks om zelf tot een oplossing te komen.

Papierloop problemen voorkomen en oplossen

Met deze instructie willen wij u helpen papierloop problemen te voorkomen en/of op te lossen. Op deze manier heeft u uw machine maximaal tot uw beschikking. Papier is gevoelig voor schommelingen in de luchtvochtigheid. Vooral bij het uit/aan zetten van de centrale verwarming kan er vaker vochtig papier in de machine ontstaan omdat de omgevingstemperatuur plotseling wijzigt. Dit treedt vooral op in het voor –en najaar tijdens vakantieperiodes/lange weekenden. Met mogelijk papierloop problemen als gevolg.

Wat te doen bij storing?

Mocht uw machine toch papierloop problemen hebben, volg dan eerst onderstaande instructies voor u een papierloop storing meldt. Dit is het eerste wat de engineer zal uitvoeren. Deze werkzaamheden vallen buiten het servicecontract.

  1. 1. Neem al het papier uit de printer (om te voorkomen dat er uit een lade geprint wordt waar het papier niet uitgehaald is).
  2. 2. Pak een nieuw pak papier wat geacclimatiseerd is.
  3. 3. Haal het papier uit de wikkel of doos en maak het papier los.
  4. 4. Verwijder eerste en laatste vel en zorg ervoor dat er geen lijmresten van de wikkel op het papier zitten.
  5. 5. Leg het papier in de printer. De pijl op de wikkel/doos wijst naar de zijde van het papier die als eerste bedrukt moet worden.

NB: Indien er geen pijl op de wikkel/doos staat of u weet niet welke zijde eerst bedrukt wordt, test dan even welke zijde boven gelegd moet worden om het papier zo goed mogelijk door de printer te laten lopen. Als het papier door de machine bedrukt is, leg het dan op een vlakke ondergrond en kijk op welke manier het papier het minste krult of golft. Op deze manier kunt u bepalen welke zijde van het papier boven hoort. Mocht u na bovenstaande toch nog papierloop problemen hebben, kun u uw storing melden via: http://www.canon.nl/Support/support_voor_onze_zakelijk_klanten/index.aspx


Voorkomen

Wanneer u uw printer meerdere dagen aaneengesloten niet gebruikt is het raadzaam om het papier uit de printer te halen en in een papierwikkel of papierdoos op te slaan. De wikkel en doos hebben de eigenschap uw papier tegen vocht te beschermen. Als u de printer weer gaat gebruiken legt u het papier weer in de printer. Lees voor meer informatie over het opslaan van uw papier en achtergrondinformatie de volgende pagina.

Papier en luchtvochtigheid

De luchtvochtigheid van de omgeving kan invloed hebben op de verwerkbaarheid van kopieerpapier in de printer. De vezels in het papier zullen uitzetten of samen trekken bij wijzigingen in het vochtgehalte. Dit heeft invloed op de stijfheid en de formatie van het kopieerpapier.

Vocht en temperatuur

Wanneer er sprake is van een hogere relatieve vochtigheid (RV ) in de omgeving ten opzichte van het papier, zullen de papiervezels vocht opnemen en zwellen. Bij een lagere relatieve vochtigheid onttrekt de omgeving vocht aan het papier, waardoor de papiervezels samen trekken. Dit zwellen of samen trekken wordt ook wel deformatie genoemd. De optimale relatieve vochtigheid in de omgeving ligt rond de 55% bij 21°C.

Deformatie en papier

Veelvoorkomende gevolgen zijn dat het papier gaat krullen:


Randgolf  De papierranden zijn vergroot terwijl het midden gelijk is gebleven. Dit gebeurt wanneer papier is blootgesteld aan een omgeving met een hogere relatieve vochtigheid, ofwel koud papier komt in een warme ruimte. Het vocht condenseert op het papier en de vezels zwellen op.
Randgolf-icoon


Randverkorting  Het vocht het dichtst bij de rand van het papier wordt onttrokken waardoor de randen samen trekken terwijl het midden van het papier de originele afmeting houdt. Dit is het gevolg van lucht met een lagere relatieve vochtigheid dan het papier zelf.
Randverkorting-icoon



Krul  Wanneer papier zonder vochtwerend wikkel voor een langere tijd aan droge lucht wordt blootgesteld zal er krul ontstaan. Deze krul komt ook voor als gevolg van afkoeling na een snelle temperatuurstijging in de printer. Hierbij is over het complete oppervlak van het vel vocht uitgetreden.
Krul-icoon


Voorkomen

Vervormd papier kan vast komen te zitten in de printer en zet de printer daarmee in storing. U kunt dit voorkomen door preventief te handelen. Het is belangrijk dat de omgevingslucht in de opslagruimte van het papier en de ruimte waarin de wikkel wordt geopend dezelfde temperatuur en relatieve vochtigheid hebben. Zolang het papier in de verpakking blijft is de relatieve vochtigheid van de opslagruimte onbelangrijk. Er zal geen vochtuitwisseling optreden tussen opslagruimte en papier door het vochtwerende wikkel. Zodra papier geopend gaat worden in een ruimte met een andere temperatuur, is het belangrijk de in onderstaande tabel genoemde acclimatiseringtijd in acht te nemen:



Toename in temperatuur


Hoeveelheid5 0C10 0C15 0C20 0C
1 pak3 uur5 uur9 uur15 uur
1 doos (5 pak)5 uur10 uur16 uur24 uur
1 doos (10 pak)7 uur14 uur21 uur36 uur
1 pallet14 uur24 uur38 uur72 uur

Download Papierloop problemen voorkomen en oplossen [PDF, 322KB] >

< terug naar overzichtspagina



Afdrukprioriteit aanpassen (via bedieningspaneel)

Deze procedure beschrijft het aanpassen van de afdrukprioriteit.


Inloggen via het bedieningspaneel als Beheerder (indien nodig):

Inloggen via het bedieningspaneel als Beheerder (indien nodig)
  1. Druk op de Instellingen/Registratie toets.
  2. Selecteer Inloggen.
  3. Voer bij Systeembeheerder ID en Systeem PIN de juiste gegevens in.
  4. Selecteer Aanmelden (Inloggen).
  5. Ga door met stap 2 bij Prioriteit aanpassen.







Prioriteit aanpassen:

Prioriteit aanpassen:
  1. Druk op de Instellingen/Registratie toets.
  2. Selecteer Functie-instellingen.
  3. Selecteer Algemeen.
  4. Selecteer Afdrukinstellingen.
  5. Selecteer Afdrukprioriteit.
  6. Zorg dat iedere functie dezelfde prioriteit krijgt (indien gewenst).
  7. Selecteer OK om deze instelling te bevestigen.



Download Afdrukprioriteit aanpassen (via bedieningspaneel) [PDF, 219KB] >

< terug naar overzichtspagina



Afdrukrapport/Configuratiepagina uitprinten

Dit document beschrijft de procedure voor het uitprinten van een afdrukrapport/configuratiepagina. Op dit rapport zijn diverse gegevens te vinden, SMTP-instellingen (tbv scan2mail), IP-adres gegevens, MAC-adres etc.


Inloggen via het bedieningspaneel als Beheerder (indien nodig):

Inloggen via het bedieningspaneel als Beheerder (indien nodig)
  1. 1. Druk op de Instellingen/Registratie toets.
  2. 2. Selecteer Inloggen.
  3. 3. Voer bij Systeembeheerder ID en Systeem PIN de juiste gegevens in.
  4. 4. Selecteer Aanmelden (Inloggen).
  5. Ga door met stap 2 bij uitprinten van een afdrukrapport…..








Uitprinten van een afdrukrapport op de machine:


  1. Druk op de Instellingen/Registratie toets.
  2. Selecteer Voorkeuren.
  3. Selecteer Netwerk.
  4. Selecteer Afdrukrapport.
  5. Selecteer Ja.
  6. Het afdrukrapport wordt afgedrukt.
  7. Wanneer het rapport afgedrukt is selecteer dan Sluiten.

Download Afdrukrapport/Configuratiepagina uitprinten [PDF, 205KB] >

< terug naar overzichtspagina



Beveiligd afdrukken (met pincode)

Algemene informatie over beveiligd afdrukken.

Deze functie kan gebruikt worden om vertrouwelijke documenten te printen. De machine zal de opdracht(en) pas gaan printen na het invullen van de persoonlijke pincode op het bedieningspaneel. Het is niet nodig om aanvullende instellingen in de machine uit te voeren, de enige voorwaarde is dat in het hoofdmenu het Beveiligd afdrukken icoon zichtbaar is. Standaard is de bewaartijd voor beveiligde opdrachten 1 uur, deze bewaartijd kan worden aangepast naar max. 24 uur. Aan het eind van dit document staat hiervoor de procedure.

Ter info: Er kunnen maximaal 50 opdrachten opgeslagen worden in de Beveiligde afdruk functie.

Beveiligd afdrukken van de opdrachten met een pincode.

Een gebruiker die (incidenteel) beveiligd wil afdrukken moet dit bij het geven van de printopdracht instellen in de eigenschappen van de printerdriver. Voor een gebruiker die altijd beveiligd wil afdrukken zal deze instelling gedaan moeten worden via de voorkeursinstellingen van de printerdriver. Deze methode wordt hieronder beschreven.

1-Open-de-Voorkeursinstellingen-van-de-betreffende-printer
  1. Open de Voorkeursinstellingen van de betreffende printer.
  2. Selecteer bij uitvoermodus Beveiligd afdrukken.
  3. Er komt een pop-up met daarin de mededeling dat de uitvoermodus gewijzigd is. Bevestig de keuze met Ja.











4- Er-verschijnt-een-pop-up

  • 4. Er verschijnt een pop-up, vul hier de gebruikersnaam en de gewenste pincode in.
  • 5. Selecteer OK.
  • 6. Nu zal bij elke printopdracht een pop-up zichtbaar worden waarbij (indien gewenst) de gegevens alsnog kunnen worden aangepast.
  • 7. Selecteer OK om gegevens te bevestigen en de printopdracht te versturen.








6-Nu-zal-bij-elke-printopdracht-een-pop-up

  • 6. Nu zal bij elke printopdracht een pop-up zichtbaar worden waarbij (indien gewenst) de gegevens alsnog kunnen worden aangepast.
  • 7. Selecteer OK om gegevens te bevestigen en de printopdracht te versturen.








Gebruik van de Beveiligd afdruk functie op de multifunctional.


nl_[IMAGE]_gi_2012_0012-1-Selecteer-in-het-Hoofdmenu-Beveiligde-afdruk

  • 1. Selecteer in het Hoofdmenu Beveiligde afdruk.













2a-Selecteer-een-of-meerdere-opdrachten

  • 2a. Selecteer één of meerdere opdrachten. Selecteer daarna Beveil- afdruk.







    ..of











2b-Selecteer-alle opdrachten-door-Alles-select-te-selecteren

  • 2b. Selecteer alle opdrachten door Alles select te selecteren. Selecteer daarna Beveil- afdruk.




















3-Voer-de-juiste-pincode-in-en-selecteer-OK

  • 3. Voer de juiste pincode in en selecteer OK.




















  • 4. De geselecteerde printopdrachten die met deze code waren verstuurd worden nu afgedrukt.

Bewaartijd beveiligde documenten wijzigen (indien gewenst).

  1. Druk op de Instellingen/Registratie toets.
  2. Selecteer Inloggen.
  3. Voer bij Systeembeheerder ID en Systeem PIN de juiste gegevens in.
  4. Selecteer Aanmelden.
  5. Selecteer Functie-instellingen.
  6. Selecteer Printer.
  7. Selecteer Printerinstellingen.
  8. Selecteer Custom Settings.
  9. Ga met ▼-toets naar volgende pagina’s.
  10. Selecteer Job Securing Time.
  11. Selecteer met ▼ of ▲ de gewenste waarde.
  12. Selecteer OK.
  13. Selecteer Uitloggen.

Download Beveiligd afdrukken (met pincode) [PDF, 383KB] >

< terug naar overzichtspagina



Automatische kleurcorrectie

Deze procedure beschrijft de automatische kleurcorrectie voor het aanpassen van de kleurenregistratie en dient uitgevoerd te worden bij problemen met de afdrukkwaliteit.

Inloggen via het bedieningspaneel als Beheerder (indien nodig)

Inloggen-via-het-bedieningspaneel-als-Beheerder-indien nodig
  1. Druk op de Instellingen-Registratie-toetsInstellingen/Registratie toets.

  2. Selecteer Inloggen.

  3. Voer bij Systeembeheerder ID en Systeem PIN de juiste gegevens in.

  4. Selecteer Aanmelden (Inloggen).

  5. Ga door met stap 2 bij Kleurcorrectie.














Uitvoeren van de Kleurcorrectie

Uitvoeren-van-de-Kleurcorrectie
  1. Druk op de Instellingen-Registratie-toetsInstellingen/Registratie toets.

  2. Selecteer Aanpassen/Onderhoud.

  3. Selecteer Aanpassen beeldkwaliteit.

  4. Selecteer Autom. kleurcorrectie.

  5. Selecteer Start.

  6. Selecteer (na het volledig uitvoeren van de procedure) Uitloggen om weer terug te keren naar het standaard scherm.













Uitvoeren-van-de-Kleurcorrectie
  1. Selecteer Start.

  2. Selecteer (na het volledig uitvoeren van de procedure) Uitloggen om weer terug te keren naar het standaard scherm.




















Download Automatische kleurcorrectie [PDF, 227KB] >

< terug naar overzichtspagina



Display melding “Printer Vul papier bij”

Deze procedure beschrijft het oplossen (en voorkomen) van de foutmelding “Vul papier bij”. Schakel de machine niet uit maar volg deze procedure, uitschakelen/opstarten van de machine kost meer tijd.


1. Er is een printopdracht naar de machine gestuurd en de machine meldt in het display:

meldt-in-het-display

Display-melding-Printer-Vul-papier-bij

2. Tevens knippert het oranje statuslampje.





3. Afhankelijk van het betreffende type, druk op de Status toets Status-toets of selecteer in het touchscreen de nl_[IMAGE]_gi_2012_0014-het-touchscreen toets.




4-De-machine-geeft-nu-aan-welk-papierformaa

4. De machine geeft nu aan welk papierformaat (4a) en welke cassette (4b) er is aangestuurd vanuit de applicatie.




In het voorbeeld is de handinvoer aangestuurd met A4 terwijl er geen papier in de handinvoer aanwezig is.




5a. Selecteer nu een andere (alternatieve) cassette.




5b. Selecteer OK. De opdracht zal nu alsnog uitgeprint worden.













LET OP ! Om herhaling van deze melding(en) te voorkomen dient in de betreffende applicatie(s) het papierformaat en de lade-aansturing gecontroleerd te worden.

Vanuit bijvoorbeeld MS Word gaat dit regelmatig fout omdat de pagina-instellingen in het Word-document de instellingen die u in de eigenschappen van de printer driver opgeeft overschrijven!

Voor meer informatie m.b.t. aansturing vanuit MS Word http://support.microsoft.com/kb/904805/nl







Download Display melding “Printer Vul papier bij” [PDF, 285KB] >

< terug naar overzichtspagina



Touchscreen aanpassen

Deze procedure beschrijft het aanpassen van de touchscreen layout naar de wens van de klant en afhankelijk van de ingestelde en gebruikte functies.

Inloggen via het bedieningspaneel als Beheerder

Inloggen-via-het-bedieningspaneel-als-Beheerder
  1. Druk op de Instellingen-Registratie-toetsInstellingen/Registratie toets.

  2. Selecteer Inloggen.

  3. Voer bij Systeembeheerder ID en Systeem PIN de juiste gegevens in.

  4. Selecteer Aanmelden (Inloggen).

  5. Selecteer Sluiten.









Touchscreen layout aanpassen:


2-Selecteer-Inst-Weergave-knop-Hoofdmen
  1. Selecteer Touchscreen-layout-aanpassen

  2. Selecteer Inst. Weergave knop Hoofdmenu.

  3. Selecteer bij Layout de gewenste aantal zichtbare knoppen op het touchscreen met behulp van de ◄ ► toetsen.

  4. 4et daarna de gewenste functies in de juiste volgorde.

  5. Selecteer OK.

  6. Selecteer (indien gewenst) Andere instellingen van Hoofdmenu om op het hoofdscherm 3 knoppen zichtbaar te maken of te verbergen m.b.t. Taalinstelling, Instellingen/Registratie sneltoets en een Alles Tonen knop om alle mogelijke iconen zichtbaar te maken op het display.

  7. Selecteer Uitloggen om terug te keren naar het hoofdmenu.

















Download Touchscreen aanpassen [PDF, 289KB] >

< terug naar overzichtspagina



Datum en tijd aanpassen (via bedieningspaneel)

Deze procedure beschrijft het aanpassen van de datum en tijd.

Inloggen via het bedieningspaneel als Beheerder

Systeembeheerder-ID
  1. Druk op de Instellingen/Registratie toets.

  2. Selecteer Inloggen.

  3. Voer bij Systeembeheerder ID en Systeem PIN de juiste gegevens in.

  4. Selecteer Aanmelden (Inloggen).









Uitvoeren van de aanpassing

Datum-tijd-instellingen
  • 1. Selecteer Voorkeuren.

  • 2. Selecteer Tijdklok/Energie instellingen.

  • 3. Selecteer Datum- & tijd instellingen.

  • 4. Controleer tijdzone (GMT +1).








Datum-tijd-instellingen
  • 5. Controleer of Zomertijd Aan staat (machine zal dan automatisch overschakelen tussen zomer en wintertijd).

  • 6. Vul de juiste datum en tijd in met behulp van de numerieke toetsen.

  • 7. Selecteer OK.

  • 8. Selecteer Uitloggen om weer terug te keren naar het standaard scherm.

  • 9. Herstart de machine met de hoofdschakelaar om de instellingen te bevestigen.









Datum en tijd aanpassen (via webinterface).


1. Start een web browser op en vul in de adresbalk het IP-adres van de printer in. Het IP-adres van de printer is te vinden op het afdrukrapport (configuratiepagina).

 

Uitprinten van een afdrukrapport op de machine:

  • Druk op de Instellingen/Registratie toets.
  • Selecteer Voorkeuren.
  • Selecteer Netwerk.
  • Selecteer Afdrukrapport.
  • Selecteer Ja.
  • Het afdrukrapport wordt afgedrukt.
  • Wanneer het rapport afgedrukt is selecteer dan Sluiten.

2. Voer System Manager ID en System PIN in en selecteer daarna Administrator Login.

nl_[IMAGE]_gi_2012_0016-03-Settings-Registration

3. Selecteer Settings/Registration. Settings-Registration

4. Selecteer Preferences : Timer/Energy Settings > Date/Time Settings

5. Vul de juiste Datum/tijd in. Wijzig Time Zone in “GMT+1:00” en activeer door middel van het vinkje het automatisch aanpassen van de zomer/wintertijd.

Datum-tijd

6. Selecteer OK

7. Selecteer links bovenin Restart Device om de instellingen te bevestigen.



Download Datum en tijd aanpassen (via bedieningspaneel) [PDF, 380KB] >

< terug naar overzichtspagina



Driver installatie en configuratie

Dit document beschrijft de installatie en configuratie van de Canon printer driver op een server en het delen van deze driver voor de werkplekken van de gebruikers. De gebruikte omgeving in dit document is een Engelstalige Windows 2008 R2 64 bits server waarbij de driver gedeeld (shared) wordt voor een 32 bits werkplek Windows XP.

Voordat er een printer driver gedownload wordt, controleer welke printer taal aanwezig is op de Canon MFP.

De volgende printer talen zijn beschikbaar:

  • UFR II, is een eigen Canon printertaal en is standaard aanwezig
  • PCL 5/6 is een optie
  • PS (PostScript) is een optie

Het bekijken van de geïnstalleerde opties gaat als volgt:

  • Druk op de 123 toets Druk op de 123 toets
  • Druk op Controleer app. config.
Druk op Controleer app. config.

Druk op de ▼ om naar een volgend scherm te stappen. In onderstaand voorbeeld zijn de printertalen PCL en PS (beide optioneel) geïnstalleerd op de Canon MFP. Opmerking: UFR II is standaard aanwezig en wordt in dit overzicht niet getoond

Druk op de down om naar een volgend scherm te stappen

Voorbereidingen voor het downloaden van de juiste driver

Inventariseer welk type Operating System op server er gebuikt wordt (bijv. Windows 2003/2008, 32/64 bits), welk Operating System op de cliënts (bijv. Windows XP/Vista/7, 32/64 bits) en welke taal van de printerdriver (bijv. Engels, Nederlands etc.) de klant wil gebruiken.

Met deze gegevens kan de juiste driver(s) gedownload worden van:
http://www.canon.nl/Support/Driver_Download/

Wij adviseren voor zowel PCL als PS in een 64 bits Operating System driver versie V20.xx (This driver is for Windows X64 Edition).
Voor een 32 bits Operating System adviseren wij driver versie V20.xx (This driver is for 32 bit Windows OS). Download dezelfde versie 32 bits driver als je de MFP/Printer voor 32bits cliënts moet delen (sharen) Op het moment van schijven is de meest recente Nederlandstalige driver versie 20.40.

Na het downloaden van de driver(s), pak de driver uit door te dubbel klikken op het bestand wat gedownload is en sla deze uitgepakte bestanden op (zie onderstaand voorbeeld)

Na het downloaden van de driver(s)

Driver installatie op een server (Windows 2008 R2 64 bits)

Er zijn een 2-tal mogelijkheden om de driver op de server te installeren.

1. Middels een setup.exe, deze adviseren wij alleen als er ook met accounting/authenticatie gewerkt gaat worden. Deze installatie werkt middels een wizard die je door de volledige driver installatie navigeert.

2. Middels de “standaard” methode voor het installeren van de driver op een server. Deze methode wordt hieronder beschreven.

Opmerking:

In onderstaand voorbeeld wordt gebruik gemaakt van de PCL6 driver versie 20.40 64 bits. De PCL6 driver adviseren wij in de “standaard” Microsoft Operating System server omgevingen In Microsoft Citrix omgevingen adviseren wij de PCL5 driver.

1. Ga via Start naar Printer and Devices and Printers.

Ga via Start naar Printer and Devices and Printers

2. Druk op Add Printer

Druk op Add Printer

3. Selecteer: Add a local printer

Selecteer Add a local printer

4. Selecteer: Create a new port

Selecteer als type poort: Standard TCP/IP Port

Selecteer Create a new port

5. Voer het IP adres van de Canon MFP in en druk op Next

Voer het IP adres van de Canon MFP in en druk op Next

6. Druk op Have Disk, daarna op Browse en blader naar de locatie waar de gedownloade driver (64 bits) opgeslagen is

Druk op Have Disk

7. Selecteer de door het systeem geselecteerde INF file en druk op Open

Selecteer de door het systeem geselecteerde INF

8. Druk op OK

Druk op OK

9. Selecteer het juiste Canon MFP model en druk op Next

Selecteer het juiste Canon MFP model en druk op Next

10. Geef de Canon MFP een herkenbare naam en druk op Next

Geef de Canon MFP een herkenbare naam en druk op Next

11. Deel (share) de Canon MFP zodat gebruikers deze later kunnen toevoegen op hun werkplek. Geef hiervoor de Canon MFP een herkenbare naam.

Driver installatie en configuratie-Deel share de Canon MFP

12. Indien gewenst kan de printer als standaard ingesteld worden en kan een test pagina afgedrukt worden voor de juiste werking. Om de installatie af te ronden druk op Finish.

Indien gewenst kan de printer als standaard ingesteld

Driver configuratie en delen (sharen) voor een 32 bits Operating System


1. Zoek in de Devices and Printers scherm de nieuw aangemaakte Canon MFP op, druk er met de rechtermuis toets op en selecteer Printer Properties

1- Zoek in de Devices and Printers scherm

2. Open het tabblad Ports en druk op Configure Port

Open het tabblad Ports en druk op Configure Port

3. Controleer of Raw en 9100 geselecteerd is, als dit niet zo is pas het aan, en druk op OK

Controleer of Raw en 9100 geselecteerd

4. Open het tabblad Device Settings en controleer of de juiste Canon MFP configuratie opgehaald is. Als dit niet gebeurt is kun je dit proces forceren door op Get Device Status te drukken of je configureerd de Canon MFP (optionals) handmatig. Na aanpassing druk op Apply

Open het tabblad Device Settings

5. Indien de driver gedeeld moet worden voor 32 bits omgevingen: Open het tabblad Sharing en druk op Additional Drivers

Indien de driver gedeeld moet worden voor 32 bits

6. Selecteer x86 en druk op OK

Selecteer x86 en druk op OK

7. Druk op Browse en blader naar de folder waar de 32 bits driver is opgeslagen (folder herkenbaar aan…._x86)

Druk op Browse en blader naar de folder waar de 32 bits

Browsen binnen de folder ….._x86 naar dezelfde printertaal (in dit voorbeeld PCL6) en de juist INF file wordt automatisch geselecteerd. Druk vervolgens op OPEN en in het volgende scherm op OK.

Browsen binnen de folder

9. Open Tabblad Advanced en druk op Printing Defaults voor het maken van standaard instellingen

Open Tabblad Advanced en druk op Printing Defaults

10. Open het tabblad Quality en druk op Advanced Settings…

Open het tabblad Quality en druk op Advanced Settings

Opmerking:

Indien gewenst kunnen er diverse standaard instellingen (bijvoorbeeld standaard 2-Zijdig afdrukken etc.) gewijzigd worden in de tabbladen van bovenstaande schermafdruk

11. Zoek de regel op met Use Printer Fonts en zet deze op Off en druk op OK

Zoek de regel op met Use Printer Fonts

12. Open tabblad general en druk op Preferences….

Open tabblad general en druk op Preferences

13. Herhaal de stappen 10 en 11 en controleer of dezelfde settings gemaakt zijn. Indien dit niet het geval is maak dan hier dezelfde instellingen als in de stappen 10 en 11.



De driver is nu geïnstalleerd en geconfigureerd op de server.



Download Driver installatie en configuratie [PDF, 551KB] >

< terug naar overzichtspagina



Gradatie aanpassing

Deze procedure beschrijft de automatische correctie voor het aanpassen van de gradatieniveaus (kleuropbouw) en moet uitgevoerd bij problemen met de afdrukkwaliteit.

Inloggen via het bedieningspaneel als Beheerder (indien nodig)

Druk op de Instellingen-Registratie toets
  1. Druk op de Druk op de Instellingen-Registratie toetsInstellingen/Registratie toets.

  2. Selecteer Inloggen.

  3. Voer bij Systeembeheerder ID en Systeem PIN de juiste gegevens in.

  4. Selecteer Aanmelden (Inloggen).

  5. Ga door met stap 2 bij Gradatie aanpassing.





Uitvoeren van de Gradatie aanpassing

Druk op de Instellingen-Registratie toets
  • 1. Druk op de Druk op de Instellingen-Registratie toetsInstellingen/Registratie toets.

  • 2. Selecteer Aanpassen/Onderhoud.

  • 3. Selecteer Aanpassen Beeldkwaliteit.

  • 4. Selecteer Autom. Gradatie-aanpassing.

  • 5. Selecteer Normaal* + Volledige aanpassing voor het starten van de procedure.

  • 6. Selecteer een lade. (met daar in normaal blanco papier)

  • 7. Selecteer OK.





glasplaat
  • 8. Selecteer Start afdrukken.

  • 9. De machine vraagt in totaal 4 x een proefpagina te maken en vervolgens in te scannen. Zie ook de instructies in het display (m.b.t. plaatsing van de afdruk op de glasplaat).

  • 10. Voer stap 3 t/m 8 eventueel nog een keer uit voor de andere cassettes of papiertypen.

  • 11. Selecteer (na het volledig uitvoeren van de procedure) Uitloggen om weer terug te keren naar het standaard scherm.



 

* Indien er (regelmatig) gebruik gemaakt wordt van dik papier zal de bovenstaande procedure opnieuw uitgevoerd moeten worden maar dan bij stap 4 kiezen voor Dik + Volledige aanpassing.



Download Gradatie aanpassing [PDF, 253KB] >

< terug naar overzichtspagina



E-Mailadres toevoegen aan adresboek/sneltoets (via webinterface)

1. Start een web browser op en vul in de adresbalk het IP-adres van de printer in. Het IP-adres van de printer is te vinden op het afdrukrapport (configuratiepagina).

Uitprinten van een afdrukrapport op de machine:

  • Druk op de Instellingen Registratie toetsInstellingen/Registratie toets.
  • Selecteer Voorkeuren.
  • Selecteer Netwerk.
  • Selecteer Afdrukrapport.
  • Selecteer Ja.
  • Het afdrukrapport wordt afgedrukt.
  • Wanneer het rapport afgedrukt is selecteer dan Sluiten.

2. Selecteer General User Login of vul System Manager ID en System PIN in en selecteer daarna Administrator Login.

General User Login
  • 3. Selecteer Address Book.
  • 4. Selecteer Address List One-Touch.
  • 5. Selecteer een nummer met daar achter Not Registered.
  • 6. Vul in het volgende scherm de gevraagde gegevens in.
  • Address Book
  • 7. Selecteer OK. Voeg indien gewenst nog andere gebruikers toe.
  • 8. Selecteer rechts bovenin Log Out.

Tip. Wanneer de hierboven aangemaakte snel-toets veel gebruikt gaat worden, kan het bedieningspaneel aangepast worden zodat deze toets makkelijker te bereiken is.

  • Druk op de Instellingen Registratie toetsInstellingen/Registratie toets.
  • Selecteer Functie-instellingen.
  • Selecteer Verzenden.
  • Selecteer Algemene instellingen.
  • Selecteer Standaard scherm.
  • Selecteer Sneltoets.
  • Selecteer OK.
  • Selecteer Sluiten.


Download E-Mailadres toevoegen aan adresboek/sneltoets (via webinterface) [PDF, 292KB] >

< terug naar overzichtspagina



Fax gegevens invoeren/wijzigen (via bedieningspaneel)

Deze procedure beschrijft het aanpassen van de datum en tijd.

Inloggen via het bedieningspaneel als Beheerder

Systeembeheerder-ID
  1. Druk op de Instellingen/Registratie toets.

  2. Selecteer Inloggen.

  3. Voer bij Systeembeheerder ID en Systeem PIN de juiste gegevens in.

  4. Selecteer Aanmelden (Inloggen).








Instellen afzendergegevens (kopregel)

Lijn-1
  1. Selecteer Functie-instellingen.

  2. Selecteer Verzenden.

  3. Selecteer Faxinstellingen.

  4. Ga met ▼ naar 3/4 en selecteer Stel lijn in.

  5. Selecteer Lijn 1.

  6. Vul bij Registreer eenheid telefoonnummer uw faxnummer in.

  7. Selecteer OK.

  8. Vul bij Registreer apparaatnaam uw bedrijfsnaam en/of afdelingsnaam in.

  9. Selecteer OK.

  10. Selecteer Boven (3 x).

  11. Selecteer (eventueel) Uitloggen om terug te keren naar het beginscherm of ga verder met de onderstaande instellingen m.b.t. verzend en ontvangstrapport.



Instellen verzendrapport (TX) en ontvangstrapport (RX)


Faxinstellingen
  • 1. Selecteer Faxinstellingen.

  • 2. Ga met ▼ naar 2/4 en selecteer Fax TX Rapport.

  • 3. Selecteer de gewenste instelling.

  • 4. Selecteer OK.

  • 5. Selecteer Boven (2x)










Faxinstellingen
  • 6. Ga met ▼ naar 2/2 en selecteer Ontvangen/Doorzenden.

  • 7. Selecteer Faxinstellingen.

  • 8. Selecteer Fax RX rapport.

  • 9. Selecteer de gewenste instelling.

  • 10. Selecteer OK.

  • 11. Selecteer Uitloggen.








Fax gegevens invoeren/wijzigen (via webinterface).

1. Start een web browser op en vul in de adresbalk het IP-adres van de printer in. Het IP-adres van de printer is te vinden op het afdrukrapport (configuratiepagina).

Uitprinten van een afdrukrapport op de machine:

  • Druk op de Instellingen-Registratie-toetsInstellingen/Registratie toets.
  • Selecteer Voorkeuren.
  • Selecteer Netwerk.
  • Selecteer Afdrukrapport.
  • Selecteer Ja.
  • Het afdrukrapport wordt afgedrukt.
  • Wanneer het rapport afgedrukt is selecteer dan Sluiten.

2. Voer System Manager ID en System PIN in en selecteer daarna Administrator Login.

System-Manager-ID-en-System-PIN

3. Selecteer Settings/Registration. Settings-Registration

4. Selecteer Function Settings : Send > Set Line.

5. Voer het faxnummer en afzendernaam in.

faxnummer-en-afzendernaam

6. Selecteer OK.

7. Selecteer Function Settings : Send > Fax TX Report/Fax Activity Report. Maak de gewenste keuze:

Fax-Activity-Report

8. Selecteer OK.

9. Selecteer Function Settings : Receive/Forward > Fax RX Report/Confidential Fax Inbox RX Report.

Maak de gewenste keuze (advies “for Error Only”):

Confidential-Fax-Inbox-RX-Report

10. Selecteer OK.

11. Selecteer rechts bovenin Log Out.




Download Fax gegevens invoeren/wijzigen (via bedieningspaneel) [PDF, 414KB] >

< terug naar overzichtspagina




Machine start niet op

Deze procedure beschrijft de mogelijkheden als de machine niet opstart en of het display zwart blijft.

Machine start niet op-afb-1

1. Controleer hoofdschakelaar.

Indien de machine nergens meer op reageert, dient de machine opnieuw opgestart te worden. Dit dient te gebeuren door de hoofdschakelaar aan de rechterzijkant van de machine uit/aan te schakelen. (afb. 1)

Indien de hoofdschakelaar is ingeschakeld behoord ook de groene netspanningsindicator aan de voorzijde van het bedieningspaneel te branden. (afb. 2) Wanneer deze niet brandt ga dan verder met punt 2.


Indien deze wel brandt maar de machine start toch niet op, maak dan de machine 2 minuten spanningsloos en probeer het nog een keer. Als dit niet de oplossing is neem dan contact op met Océ.







Machine-start-niet-op-afb-2

2. Controleer of de machine correct is aangesloten op een werkende wandcontactdoos.

Verwijder de stekker uit het stopcontact en controleer of de netspanning nog aanwezig is. Herplaats de stekker en start de machine op met behulp van de hoofdschakelaar.















Machine-start-niet-op-afb-3

3. Controleer zekering (achterzijde machine).

Als de machine niet opstart terwijl de hoofdschakelaar is ingeschakeld, controleer dan nog of de zekering aan de achterkant van de machine wellicht in de UIT-stand staat. (afb. 3)

Indien de zekering in de UIT-stand staat, zet de zekering dan in de AAN-stand. Start de machine opnieuw op.


Download Machine start niet op [PDF, 266KB] >













Download Machine-start-niet-op [PDF, 266KB] >

< terug naar overzichtspagina



Netwerkinstelling invoeren/wijzigen. (via bedieningspaneel)

Deze procedure beschrijft het invoeren/wijzigen van een IP-adres of het inschakelen van DHCP.



Inloggen via het bedieningspaneel als Beheerder

Inloggen via het bedieningspaneel als Beheerder
  1. Druk op de nl_[IMAGE]_gi_2012_0022-Instellingen-Registratie-toetsInstellingen/Registratie toets.

  2. Selecteer Inloggen.

  3. Voer bij Systeembeheerder ID en Systeem PIN de juiste gegevens in.

  4. Selecteer Aanmelden (Inloggen).






IP-instellingen aanpassen:


IP-instellingen aanpassen
  • 1. Selecteer Voorkeuren.

  • 2. Selecteer Netwerk.

  • 3. Selecteer Bevestig wijziging inst. netwerkaansl.

  • 4. Selecteer Aan en vervolgens op OK.







IP-instellingen aanpassen

  • 5. Selecteer TCP/IP instellingen.

  • 6. Selecteer IPv4 instellingen.

  • 7. Selecteer Instellingen IP adres.

  • 8. - Voor het instellen van een vast IP-adres: Vul het gewenste IP-adres, Subnet mask en Gateway adres in en bevestig met OK.
        - Voor het instellen van IP-adres via DHCP: Selecteer DHCP en bevestig met OK.

  • 9. Herstart de machine met hoofdschakelaar aan de rechterzijkant om de instellingen te bevestigen.








Download Netwerkinstelling invoeren/wijzigen. (via bedieningspaneel) [PDF, 277KB] >

< terug naar overzichtspagina



LDAP gegevens invoeren/wijzigen. (via webinterface)

1. Start een web browser op en vul in de adresbalk het IP-adres van de printer in. Het IP-adres van de printer is te vinden op het afdrukrapport (configuratiepagina).


Uitprinten van een afdrukrapport op de machine:

  • Druk op de Instellingen-Registratie-toetsInstellingen/Registratie toets.
  • Selecteer Voorkeuren.
  • Selecteer Netwerk.
  • Selecteer Afdrukrapport.
  • Selecteer Ja.
  • Het afdrukrapport wordt afgedrukt.
  • Wanneer het rapport afgedrukt is selecteer dan Sluiten.

2. Voer System Manager ID en System PIN in en selecteer daarna Administrator Login.

System-Manager-ID-en-System-PIN

3. Selecteer Settings/Registration.


Settings-Registration

4. Selecteer Set Destination > Register LDAP Server.


5. Selecteer Register.


6. Vul in het volgende scherm de gevraagde gegevens in en selecteer dan OK.

Vul-in-het-volgende-scherm-de-gevraagde-gegevens

7. Selecteer OK.


8. Selecteer rechts bovenin Log Out.

Tip. Wanneer LDAP goed werkt is het handig om de volgende instellingen te doen op de machine.

  • Druk op de Instellingen/Registratie toets.
  • Selecteer Inloggen.
  • Voer Systeem beheerder ID in.
  • Selecteer Systeem PIN en voer code in.
  • selecteer Aanmelden.
  • Selecteer Stel bestemmingin.
  • Selecteer Wijzig standaard weergave van adresboek.
  • Selecteer LDAP server
  • Selecteer OK.
  • Selecteer tabblad 2/3.
  • Selecteer Autom.zoeken bij gebruik LDAP server.
  • Selecteer Uit.
  • Selecteer OK.
  • Selecteer Boven.
  • Selecteer Functie-instellingen.
  • Selecteer Verzenden.
  • Selecteer Algemene Instellingen.
  • Selecteer Standaard scherm.
  • Selecteer Adresboek.
  • Selecteer OK.
  • Selecteer Sluiten.


Download LDAP gegevens invoeren/wijzigen. (via webinterface) [PDF, 261KB] >

< terug naar overzichtspagina



Licentie installeren

Neem ontvangen certificaat en vul daarop serienummer van machine in. Ga via een web browser naar www.canon.com/lms/license


- Licence Access Number invullen zoals dat op het ontvangen Certificaat staat.

Licence-Access-Number-invullen


- Controleer product.

Controleer-product


-Serienummer invullen.


Serienummer-invullen


Serienummer nogmaals invullen.


Serienummer-nogmaals-invullen


Gegevens controleren en op License Issuance klikken


Gegevens-controleren-en-op-License-Issuance


Dan volgt onderstaand overzicht met daarin de License Key
.


Dan-volgt-onderstaand-overzicht-met-daarin-de-License-Key


Tevens de mogelijkheid om de info te Printen, dat leverde onderstaande screenshot op:


Tevens-de-mogelijkheid-om-de-info-te-Printen

Nog een andere optie:


Nog-een-andere-optie



Licentie invullen via bedieningspaneel:


 
Licentie-invullen-via-bedieningspaneel

- Inloggen als Systeem beheerder.

- Selecteer Beheerinstellingen.


- Selecteer Licentie / Overige.


- Selecteer Registreer Licentie.


- Licentienummers invoeren (bijv. 1211-1042-6829-9652-9517-9555)


- Selecteer Start.


- Bevestiging op display dat e.e.a. succesvol is verlopen en dat voor


activering van de licentie machine herstart moet worden.

- Herstart machine met hoofdschakelaar.


- Druk op de 123-knop.


- Selecteer Controleer app. Config


- De toegevoegde functie (licentie) staat nu in deze lijst.







Overhandig tenslotte (het ingevulde) certificaat aan klant met verzoek om goed te bewaren, evt. digitaliseren m.b.v. scan2usb, scan2mail oid. En vul (eventueel) licentienummer(s) in in SMART.





Download Licentie installeren [PDF, 324KB] >

< terug naar overzichtspagina



Mac driver installatie en configuratie.

Dit document beschrijft de installatie en configuratie van de Canon printer driver op een Apple Mac systeem.


Voordat er een printer driver gedownload wordt, controleer welke printer taal aanwezig is op de Canon MFP.


De volgende printer talen zijn beschikbaar:

  • UFR II, is een eigen Canon printertaal en is standaard aanwezig
  • PS (PostScript) is een optie

Het bekijken van de geïnstalleerde opties gaat als volgt


  • Druk op de 123 toets Druk-op-de-123 toets
  • Druk op Controleer app. config.
Controleer-app-config
  • Druk op de ▼ om naar een volgend scherm te stappen. In onderstaand voorbeeld zijn de printertalen PCL en PS (beide optioneel) geïnstalleerd op de Canon MFP. Opmerking: UFR II is standaard aanwezig en wordt in dit overzicht niet getoond
Druk-op-de-down

Voorbereidingen voor het downloaden van de juiste driver


Inventariseer welke versie van het Operating System er op de Apple Mac is geïnstalleerd. Dit doe je als volgt.


Druk op het Apple symbool, linksboven op het bureaublad en selecteer “Over deze Mac”.


Druk-op-het-Apple-symbool

Het volgende scherm opent zich waar het versie nummer te lezen is, in dit geval 10.6.7.


Het-volgende-scherm

Met deze gegevens kan de juiste driver(s) gedownload worden van:
http://www.canon.nl/Support/Driver_Download/ Selecteer de driver waarvan het Operating System overeenkomt of het dichtst in de buurt zit van het Operating Systeem welke geïnstalleerd is op de Mac. In dit voorbeeld wordt er gekozen voor de PostScript driver.


Operating-System

Driver installatie


1. Nadat de driver gedownload is, kun je deze via de downloads folder terug vinden op het systeem. In dit voorbeeld klik op PS en klik net zolang door totdat de file “Canon PS Installer.mpkg” gevonden is.


Nadat-de-driver-gedownload

2. Dubbelklik op “Canon PS Installer.mpkg” en de installatie start.


Canon-PS-Installer

3. Druk vervolgens 2 x op “Ga door” en geef akkoord op de licentie overeenkomst


4. Druk uiteindelijk op “Installeer”.


Druk-uiteindelijk

Zodra de installatie start wordt het ROOT wachtwoord gevraagd. Als dit wachtwoord niet bekend is kan de installatie niet afgerond worden.


ROOT-wachtwoord-gevraagd

6. Tijdens de installatie is een voortgang indicator zichtbaar.


installatie-is-een-voortgang-indicator

7. De installatie van de driver is afgerond zodra onderstaand scherm zichtbaar is.


driver-is-afgerond

8. Druk op systeemvoorkeuren Systeemvoorkeuren . Dit icoon is te vinden op de start balk.


9. Kies “Afdrukken en faxen”.


Afdrukken-en-faxen

10. Druk op de „+‟ voor het toevoegen van een printer.


Druk-op-de-plus

11. Selecteer bij Protocol: Line Printer Daemon.

Voer bij Adres het ip-adres van de printer in.

Vul een Wachtrij naam in.

Geef de printer bij Naam een herkenbare naam.

Het Locatie veld is optioneel.

Druk op het pulldown menu bij Druk af via en kies voor “Selecteer printer software…”


Selecteer-bij-Protocol

12. Selecteer uit de keuze lijst de te installeren Multifunctional en druk op “OK”.


Selecteer-uit-de-keuze-lijst

13. Een overzicht scherm wordt getoond en druk op “Voeg toe”.


Een-overzicht-scherm

14. Selecteer vervolgens de geïnstalleerde hardware optionals van de Multifunctional en druk op “Ga door”.


Selecteer-vervolgens

15. Kies vervolgens voor “Bidirectional” communicatie.


Kies-vervolgens-voor-Bidirectional

16. Hierna is de installatie afgerond en is de printer zichtbaar in het printer overzicht.


Hierna-is-de-installatie-afgerond

17. Maak voor de juiste werking een proefafdruk.



Download Mac driver installatie en configuratie [PDF, 787KB] >

< terug naar overzichtspagina



Machine resetten bij een foutcode.

Deze procedure beschrijft het resetten van de machine na het optreden van een foutcode.


Melding op het display

  • 1. Er is een service-oproep of foutcode op het display zichtbaar in de onderste regel van het display (de statusbalk). Zie afb. 1.

  • 1a-Er-is-een-service-oproep-combo
  • 2. De details van de error melding zijn zichtbaar na een druk op de Instellingen-Registratie-toetsInstellingen/Registratie toets. Zie afb. 2.

  • 3. Noteer de foutcode zodat, als deze code na onderstaande reset procedure terug komt, deze informatie gebruikt kan worden als de storing bij ons aangemeld wordt.

Resetten van de machine

UIT-stand

1. Zet de hoofdschakelaar in de UIT-stand (0)







2. Wacht 10 seconden.






nl_[IMAGE]_gi_2012_0030-AAN-stand

3. Zet de schakelaar weer in de AAN-stand (I).













Download Machine resetten bij een foutcode [PDF, 329KB] >

< terug naar overzichtspagina



Netwerktest. (via bedieningspaneel)

Deze procedure beschrijft het testen van de netwerkverbinding d.m.v. een ping opdracht vanaf de machine naar een ander IP-adres in het netwerk. Dit kan bijvoorbeeld gebruikt worden om de verbinding te testen naar de DNS server, de SMTP server, de LDAP server etc.


Inloggen via het bedieningspaneel als Beheerder:


Instellingen-Registratie-toets

1. Druk op de toetsInstellingen/Registratie toets.


2. Selecteer Inloggen.


3. Voer bij Systeembeheerder ID en Systeem PIN de juiste gegevens in.


4. Selecteer Aanmelden (Inloggen).






PING commando uitvoeren:

PING-commando-uitvoeren

1. Selecteer Voorkeuren.


2. Selecteer Netwerk.


3. Selecteer TCP/IP instellingen.


4. Selecteer IPv4 instellingen.


5. Selecteer PING commando.










Vul-het-IP-adres


6. Vul het IP-adres in waarnaar er getest moet worden.


7. Selecteer Start.


- Indien er “Geen respons van de host” verschijnt, dan kan (of mag) de machine geen contact maken via het netwerk naar het opgegeven IP-adres.


- Indien er “Respons van de host.” verschijnt, dan kan de machine via het netwerk contact maken met het opgegeven IP-adres.


8. Selecteer Uitloggen om deze testfunctie af te sluiten.








Download Netwerktest (via bedieningspaneel) [PDF, 290KB] >

< terug naar overzichtspagina



Onbekende pincode van box (postbus) wijzigen

Deze procedure beschrijft hoe een onbekende pincode van een box kan worden gewijzigd/verwijderd.




Inloggen via het bedieningspaneel als Beheerder

Instellingen-Registratie

1. Druk op de toetsInstellingen/Registratie toets.


2. Selecteer Inloggen.


3. Voer bij Systeembeheerder ID en Systeem PIN de juiste gegevens in.


4. Selecteer Aanmelden.



Wijzigen of verwijderen box pincode


1. Selecteer Functie-instellingen.

1-Selecteer-Functie-instellingen

2. Selecteer Opslaan/Toegang bestanden. (scherm 2/2)

2-Selecteer-Opslaan-Toegang-bestanden

3. Selecteer Postbusinstellingen.

3-Selecteer-Postbusinstellingen

4. Selecteer Instellen/Registreren postbussen.

4-Selecteer-Instellen-Registreren-postbussen

5. Selecteer de gewenste postbus.

5-Selecteer-de-gewenste-postbus

6. Breng de gewenste wijzigingen aan en bevestig met “OK”.

6-Breng-de-gewenste-wijzigingen

7. Selecteer Uitloggen om terug te keren naar het hoofdmenu.

Instellingen-Registratie



Download Onbekende pincode van box (postbus) wijzigen [PDF, 389KB] >

< terug naar overzichtspagina



Origineelscanvlak (glazenstrook/aanvoer) is verontreinigd.

In dit document worden de handelingen beschreven die uitgevoerd moeten worden bij de meldingen:


1. Origineelscanvlak (glazen strook) is verontreinigd.


2. Origineelscanvlak (aanvoer) is verontreinigd.




Afhankelijk van het type origineleninvoer kunnen onderstaande meldingen in het bedieningspaneel verschijnen.

document-worden-de-handelingen-beschreven

Volg de aanwijzingen in het bedieningspaneel op. Indien dit niet het gewenste resultaat oplevert, ga dan verder met onderstaande beschrijving.

Bij melding:1. Origineelscanvlak (glazen strook) is verontreinigd.

Controleer de witte wals welke, als de origineleninvoer gesloten is, zich boven deze glazenstrook bevindt op vervuiling en reinig deze indien nodig. De vervuiling kan zich ook op een deel van de wals bevinden welke niet zichtbaar is. Deze wals is (moeilijk) naar rechts (linksom) te verdraaien.


Bij melding:2. Origineelscanvlak (Aanvoer) is verontreinigd.

Controleer de witte wals, welke zich tegenover het scanruitje in de originelen invoer bevindt, op vervuiling en reinig deze indien nodig. De vervuiling kan zich ook op een deel van de wals bevinden welke niet zichtbaar is. Deze wals is (moeilijk) naar links (rechtsom) te verdraaien.




Download Origineelscanvlak (glazenstrook/aanvoer) is verontreinigd [PDF, 261KB] >

Papierlade instellingen aanpassen. (via bedieningspaneel)

Papierlades instellen die niet automatisch bij een functie gekozen mogen worden, denk aan papierlades met briefpapier of gekleurd papier.



1. Druk op de Instellingen-Registratie-toetsInstellingen/Registratie toets.

2. Selecteer Functie-instellingen.

3. Selecteer Algemeen.

4. Selecteer Instellingen Papierinvoer.

5. Selecteer Autom. selectie papierlade Aan/Uit.

6. Selecteer de gewenste functie (Kopie, Printer, Toegang opgesl. best, Ontvangen/Fax, Overige).

7. Selecteer UIT bij de papierlades die niet automatisch gekozen mogen worden bij deze functie.

8. Zorg dat bij de functie kopie het vinkje staat bij “controleer type papier”.

9. Selecteer OK.

10. Herhaal de stappen vanaf punt 6 voor de andere functies.

11. Selecteer Sluiten.



“Snelheidprioriteit” of “Afdr.zijde prioriteit” instellen van de papierlades. “Afdr.zijde prioriteit” moet gekozen worden wanneer er op voorbedrukt papier of geperforeerd papier enkelzijdig en dubbelzijdig wordt afgedrukt. Wanneer er gekozen wordt voor “Afdr.zijde prioriteit”, gaat de snelheid bij enkelzijdig wel omlaag.Wanneer er alleen enkelzijdig of dubbelzijdig wordt afgedrukt op voorbedrukt papier of geperforeerd papier dan is het mogelijk om “Snelheidprioriteit” te selecteren. De snelheid gaat dan bij enkelzijdig niet omlaag.



1. Druk op de Instellingen-Registratie-toetsInstellingen/Registratie toets.

2. Selecteer Functie-instellingen.

3. Selecteer Algemeen.

4. Selecteer Instellingen papierinvoer.

5. Selecteer Schakelaar voor invoermethode.

6. Selecteer voor iedere papierlade de gewenste “prioriteit”.

7. Selecteer OK.

8. Selecteer Sluiten.



Instellen welk “Type papier” in de papierlade ligt. Dit is alleen noodzakelijk wanneer er afgedrukt wordt op dikker ontvangstmateriaal.



1. Druk op de Instellingen-Registratie-toetsInstellingen/Registratie toets.

2. Selecteer Voorkeuren.

3. Selecteer Papierinstellingen.

4. Selecteer Papierinstellingen.

5. Selecteer de lade die gewijzigd moet worden.

6. Selecteer Instellen.

7. Selecteer het gewenste materiaal.

8. Selecteer OK.

9. Herhaal de stappen vanaf punt 5 voor de andere papierlades.

10. Selecteer Sluiten.


Papierlade instellingen aanpassen. (via webinterface)


Papierlades instellen die niet automatisch bij een functie gekozen mogen worden, denk aan papierlades met briefpapier of gekleurd papier.



1. Start een web browser op en vul in de adresbalk het IP-adres van de printer in. Het IP-adres van de printer is te vinden op het afdrukrapport (configuratiepagina).



Uitprinten van een afdrukrapport op de machine:

  • Druk op de Instellingen-Registratie-toetsInstellingen/Registratie toets.
  • Selecteer Voorkeuren.
  • Selecteer Netwerk.
  • Selecteer Afdrukrapport.
  • Selecteer Ja.
  • Het afdrukrapport wordt afgedrukt.
  • Wanneer het rapport afgedrukt is selecteer dan Sluiten.

System-Manager-ID-en-System-PIN

2. Voer System Manager ID en System PIN in en selecteer daarna Administrator Login.

3. Selecteer Settings/Registration.


4. Selecteer onder Function Settings Common Settings.


5. Selecteer onder Paper Feed Settings Paper Drawer Auto Selection On/Off.


5-Selecteer-onder-Paper-Feed-Settings

6. Zorg ervoor dat bij elke functie (Kopie, Printer, Toegang opgesl. best, Ontvangen/Fax, Overige) de papierlades die niet automatisch geselecteerd mogen worden uit de selectie gehaald worden. Bijvoorbeeld, indien in lade 2 briefpapier of gekleurd papier ligt, moet bij alle functies lade 2 “uitgevinkt” worden (zoals in onderstaande screenshot).

6-Zorg-ervoor-dat-bij-elke-functie

7. Selecteer OK om de instellingen te bevestigen.

Indien briefpapier ook dubbelzijdig wordt gebruikt of de standaard printerinstelling (in de printerdriver) op dubbelzijdig staat ingesteld, dient er nog een instelling te worden aangepast. Het briefpapier dient daarna mogelijk wel anders in de papierlade neergelegd te worden, met het logo/briefhoofd naar beneden. Indien briefpapier niet dubbelzijdig gebruikt wordt ga verder met stap 10.

Ter info:

De instelling “Print Side Priority” moet gekozen worden als er op voorbedrukt papier of geperforeerd papier enkelzijdig en dubbelzijdig wordt afgedrukt. Wanneer er gekozen wordt voor “Print Side Priority”, gaat de snelheid bij enkelzijdig wel iets omlaag. Wanneer er alleen enkelzijdig of dubbelzijdig wordt afgedrukt op voorbedrukt papier of geperforeerd papier dan is het mogelijk om “Speed Priority” te selecteren. De snelheid gaat dan bij enkelzijdig niet omlaag.



8. Selecteer onder Paper Feed Setting Feed Method Switch. Wijzig de instelling bij de gewenste lade(s).

8-Selecteer-onder-Paper-Feed-Setting

9. Selecteer OK om de instellingen te bevestigen.


10. Selecteer Log Out om webinterface te verlaten.




Download Papierlade instellingen aanpassen (via bedieningspaneel) [PDF, 425KB] >

< terug naar overzichtspagina



Papierlade verwijderen

Deze procedure beschrijft het verwijderen van een papierlade in geval van papierstoring en/of papier achter de papierlade (waardoor storingen ontstaan).



Verwijderen van de lade:


Papierlade-verwijderen

1. Schakel eerst de machine uit met de hoofdschakelaar aan de zijkant van de machine. Als de machine volledig uitgeschakeld is, ga dan verder met de volgende stap.



2. Druk op de ontgrendelknop van de lade die verwijderd moet worden.



3 Pak de lade vast bij de greep aan de voorzijde en trek de lade zover mogelijk naar buiten.



4. Trek de lade naar boven en naar buiten door de ze met beide handen aan de linker- en rechterzijde vast te houden.



5. Controleer of er papier of papierresten zichtbaar zijn. Verwijder papier en eventuele papierresten.



6. Schuif de lade voorzichtig weer terug in de machine totdat er een klik hoorbaar is.



7. Schakel de machine weer in met de hoofdschakelaar.



















Download Papierlade verwijderen [PDF, 421KB] >

< terug naar overzichtspagina



Reiniging origineleninvoer

Deze procedure beschrijft de reinigingsfunctie van de origineleninvoer. Als de kopie/scan zwarte strepen vertoont of de originelen verontreinigd zijn nadat ze via de aanvoer zijn gescand voer dan onderstaande procedure uit.



Inloggen via het bedieningspaneel als Beheerder:

2- Selecteer-Inloggen

1. Druk op de 1-Instellingen-Registratie-toetsInstellingen/Registratie toets.



2. Selecteer Inloggen.



3. Voer bij Systeembeheerder ID en Systeem PIN de juiste gegevens in.



4. Selecteer Aanmelden.









Uitvoeren van de aanvoer reiniging:

Uitvoeren-van-de-aanvoer-reiniging

1. Selecteer Aanpassen/Onderhoud.


2. Selecteer Onderhoud.


3. Selecteer Reinig aanvoer.


4. Plaats 10 blanco A4 vellen in de automatische invoer.


5. Selecteer Start.


6. Selecteer OK.


7. Selecteer Start afdrukken.


8. Selecteer (na het volledig uitvoeren van de procedure) Uitloggen om weer terug te keren naar het standaard scherm.



Reinigen scanruit/glasplaat:



Reinigen-scanruit-glasplaat

Lijmresten, vervuilde originelen, tipp-ex, etc. kunnen de glasruit en/of de scanruit vervuilen waardoor op de kopie strepen, stippen of vlekken kunnen komen.







Reinig de glasruit en het smalle scanruitje aan de linkerkant met een licht vochtig doekje. (water of glassex).











Download Reiniging origineleninvoer [PDF, 272KB] >

< terug naar overzichtspagina



Scan to FTP gegevens invoeren. (via webinterface)

1. Start een web browser op en vul in de adresbalk het IP-adres van de printer in. Het IP-adres van de printer is te vinden op het afdrukrapport (configuratiepagina).



Uitprinten van een afdrukrapport op de machine:



Druk op de 1-Instellingen-Registratie-toetsInstellingen/Registratie toets.


Selecteer Voorkeuren.


Selecteer Netwerk.


Selecteer Afdrukrapport.


Selecteer Ja.


Het afdrukrapport wordt afgedrukt.


Wanneer het rapport afgedrukt is selecteer dan Sluiten.



2. Voer System Manager ID en System PIN in en selecteer daarna Administrator Login.

2-Voer-System-Manager-ID-en-System-PIN

3. Selecteer Addres Book.

3-Selecteer-Addres-Book

4. Selecteer Addres List One-Touch.

4-Selecteer-Addres-List-One-Touch

5. Selecteer een nummer met daar achter Not Registered.

6. Selecteer bij Type in het pull down menu File en bevestig dit met Set.

6-Selecteer-bij-Type


Download Scan to FTP gegevens invoeren. (via webinterface) [PDF, 162KB] >

< terug naar overzichtspagina



Scan to mail gegevens invoeren/wijzigen (via bedieningspaneel)

Inloggen via het bedieningspaneel als Beheerder:



1. Druk op de 1-Instellingen-Registratie-toetsInstellingen/Registratie toets.


2. Selecteer Inloggen.


3. Voer bij Systeembeheerder ID en Systeem PIN de juiste gegevens in.


4. Selecteer Aanmelden.



Invoeren/wijzigen mail gegevens:

Invoeren-wijzigen-mail-gegevens1. Selecteer Functie-instellingen.

2. Selecteer Verzenden.


3. Selecteer Instellingen e-mail/I-fax.


4. Selecteer Communicatie-instellingen.


5. Zorg dat bij SMTP RX en POP UIT staat geselecteerd en vul de gevraagde gegevens in.






6-Indien-de-E-Mail-server-authentication-encryption

6. Indien de E-Mail server authentication/encryption vereist, selecteer dan

 



7-Vul-de-gevraagde-gegevens-in

7. Vul de gevraagde gegevens in.


8. Selecteer 2x OK.












9. Selecteer Maximum bestandsgrootte bij verzending.


10. Vul de gewenste maximale bestandsgrootte in van de bijlage.


11. Selecteer OK.


12. Selecteer Standaard onderwerp


13. Vul de gewenste tekst in die in het subject veld komt van de E-mail.


14. Selecteer OK.


15. Selecteer Sluiten.


16. Herstart de machine door de hoofdschakelaar uit/aan te doen.




Scan to mail gegevens invoeren/wijzigen (via webinterface).



1. Start een web browser op en vul in de adresbalk het IP-adres van de printer in. Het IP-adres van de printer is te vinden op het afdrukrapport (configuratiepagina).



Uitprinten van een afdrukrapport op de machine:

  • Druk op de Instellingen/Registratie toets.
  • Selecteer Voorkeuren.
  • Selecteer Netwerk.
  • Selecteer Afdrukrapport.
  • Selecteer Ja.
  • Het afdrukrapport wordt afgedrukt.
  • Wanneer het rapport afgedrukt is selecteer dan Sluiten.

2. Voer System Manager ID en System PIN in en selecteer daarna Administrator Login.

2-Voer-System-Manager-ID-en-System-PIN

3. Selecteer Settings/Registration.

3-Selecteer-Settings-Registration

4. Selecteer Function Settings : Send > Network Settings - E-Mail/I-Fax Settings.


5. Zorg dat er geen vinkje staat bij SMTP RX en POP RX en vul de gevraagde gegevens in.

5-Zorg-dat-er-geen-vinkje-staat-bij-SMTP-RX

6. Indien de E-Mail server authentication/encryption vereist dan ook de volgende gegevens invullen.

6-Indien-de-E-Mail-server-authentication-encryption-vereist-dan-ook

7. Selecteer OK.


8. Selecteer Function Settings : Send > Communications Settings - E-Mail/I-Fax Settings.


9. Vul de gevraagde gegevens in.

9-Vul-de-gevraagde-gegevens-in

10. Selecteer OK.


11. Selecteer links bovenin Restart Device.




Download Scan to mail gegevens invoeren/wijzigen (via bedieningspaneel) [PDF, 349KB] >

< terug naar overzichtspagina



Scan to SMB gegevens invoeren (via webinterface)

1. Start een web browser op en vul in de adresbalk het IP-adres van de printer in. Het IP-adres van de printer is te vinden op het afdrukrapport (configuratiepagina).



Uitprinten van een afdrukrapport op de machine:


  • Druk op de 1-Instellingen-Registratie-toetsInstellingen/Registratie toets.
  • Selecteer Voorkeuren.
  • Selecteer Netwerk.
  • Selecteer Afdrukrapport.
  • Selecteer Ja.
  • Het afdrukrapport wordt afgedrukt.
  • Wanneer het rapport afgedrukt is selecteer dan Sluiten.


2. Voer System Manager ID en System PIN in en selecteer daarna Administrator Login.

2-Voer-System-Manager-ID-en-System-PIN

3. Selecteer Addres Book.

3-Selecteer-Addres-Book

4. Selecteer Addres List One-Touch.

4-Selecteer-Addres-List-One-Touch

5. Selecteer een nummer met daar achter Not Registered.


6. Selecteer bij Type in het pull down menu File en bevestig dit met Set.

6-Selecteer-bij-Type-in-het-pull

7. Vul in het volgende scherm de gevraagde gegevens in. Let op dat SMB geselecteerd is.

7-Vul-in-het-volgende-scherm-de-gevraagde

8. Selecteer OK.


9. Selecteer rechts bovenin Log Out.


Tip. Wanneer de hierboven aangemaakte snel toets veel gebruikt gaat worden, kan het bedieningspaneel aangepast worden zodat deze toets makkelijker te bereiken is.


  • Druk op de 1-Instellingen-Registratie-toetsInstellingen/Registratie toets.
  • Selecteer Functie-instellingen
  • Selecteer Verzenden.
  • Selecteer Algemene instellingen.
  • Selecteer Standaard scherm.
  • Selecteer Sneltoets.
  • Selecteer OK.
  • Selecteer Sluiten.



Download Scan to SMB gegevens invoeren (via webinterface) [PDF, 183KB] >

< terug naar overzichtspagina



Tellerstanden en serienummer (via bedieningspaneel)

Deze procedure beschrijft het uitlezen en uitprinten van de tellerstanden en het serienummer.



1. Druk op de 1-Druk-op-de-123-toets toets.

2-U-ziet-nu-een-overzicht

2. U ziet nu een overzicht van de tellerstanden.

Tevens is links onderin het display het serienummer zichtbaar.


3. Eventueel kunt u Lijst afdrukken selecteren om de tellerstanden en het serienummer af te drukken.


3-Eventueel-kunt-u-Lijst-afdrukken


4. Selecteer OK om terug te keren naar het beginscherm.




Tellerstanden en serienummer (via webinterface).

Deze procedure beschrijft het uitlezen van de tellerstanden via de webinterface.



1. Start een web browser op en vul in de adresbalk het IP-adres van de printer in. Het IP-adres van de printer is te vinden op het afdrukrapport (configuratiepagina).



Uitprinten van een afdrukrapport op de machine:

  • Druk op de Instellingen-Registratie-toetInstellingen/Registratie toets.
  • Selecteer Voorkeuren.
  • Selecteer Netwerk.
  • Selecteer Afdrukrapport.
  • Selecteer Ja.
  • Het afdrukrapport wordt afgedrukt.
  • Wanneer het rapport afgedrukt is selecteer dan Sluiten.


2. Selecteer General User Login.

2-Selecteer-General-User-Login

3. Selecteer Status Monitor/Cancel.

3-Selecteer-Status-Monitor-Cancel

4. Selecteer Counter Check in het linker menu.

Onder Main Counter zijn nu de belangrijkste tellerstanden te vinden.


4-Selecteer-Counter-Check

5. Selecteer Log Out om de webinterface te verlaten.




Download Tellerstanden en serienummer (via bedieningspaneel) [PDF, 482KB] >

< terug naar overzichtspagina



Tonerafvalreservoir vervangen

Deze procedure beschrijft het vervangen van het tonerafvalreservoir.



Melding op het display

1-Tonerafvalreservoir-vervangen

Wanneer het tonerafvalreservoir vol is, verschijnt de melding Vervang het tonerafvalreservoir op het display. Volg de instructies op het display of de hieronder beschreven procedure.



Tonerafvalreservoir vervangen

1. Open de voorklep.



2. Ontgrendel het tonerafvalreservoir met behulp van de lichtblauwe handel.



3. Verwijder het tonerafvalreservoir.



4. Open de verpakking, verwijder eventuele verpakkingsmaterialen en plaats het nieuwe tonerafvalreservoir.




5. Vergrendel het tonerafvalreservoir met behulp van de lichtblauwe handel.





6. Sluit de voorklep.






Download Tonerafvalreservoir vervangen [PDF, 449KB] >

< terug naar overzichtspagina



Tonercartridge vervangen

Deze procedure beschrijft het vervangen van de tonercartridge. De procedure voor het vervangen van de tonercartridge is dezelfde voor alle tonerkleuren.



Tonermeldingen op display

1. Wanneer het bijna tijd is om de toner te vervangen, wordt vooraf een waarschuwingsbericht weergegeven: “Toner is bijna op. Vervangen nog niet nodig”. Er is dan nog gelegenheid om de betreffende tonercartridge te bestellen.


2. Indien de melding “Vervang tonercartridge” wordt weergegeven moet u de tonercartridge vervangen.



Tonercartridge vervangen

1-Open-de-bovenste-voorklep-van-de-machine

1. Open de (bovenste) voorklep van de machine



2. Selecteer op het display de kleur die vervangen moet worden en druk op Verwijder tonercartridges.



3. Wacht tot de deksel van de betreffende kleur automatisch opent en verwijder de tonercartridge voorzichtig uit de machine.



4a. Open de verpakking en schud de nieuwe tonercartridge een aantal malen (5-10 x).



4b. Verwijder de beschermkap door deze in de richting van de pijl te draaien.



5. Plaats de nieuwe tonercartridge in de machine.



6. Sluit de deksel van de betreffende kleur.



7. Sluit de (bovenste) voorklep van de machine.









Download Tonercartridge vervangen [PDF, 493KB] >

< terug naar overzichtspagina



USB-poort configureren voor scannen en printen

USB-poort vrijgeven voor gebruiker.



  • Druk op de 1-Instellingen-Registratie-toetsInstellingen/Registratie toets.

  • Selecteer Inloggen.

  • Voer Systeem beheerder ID in.

  • Selecteer Systeem PIN en voer code in.

  • Selecteer Aanmelden.

  • Selecteer Voorkeuren.

  • Selecteer Weergave-instellingen.

  • Selecteer Instellingen Weergave opslaglocatie.

  • Selecteer Aan bij Geheugenmedia.

  • Selecteer OK.

  • Selecteer Sluiten.


Zet de machine uit/aan met de hoofdschakelaar aan de zijkant.



  • USB-poort vrijgeven voor scannen en/of printen.

  • Druk op de 1-Instellingen-Registratie-toetsInstellingen/Registratie toets.

  • Selecteer Inloggen.

  • Voer Systeem beheerder ID in.

  • Selecteer Systeem PIN en voer code in.

  • Selecteer Aanmelden.

  • Selecteer Functie-instellingen.

  • Selecteer Opslaan/Toegangbestanden.

  • Selecteer Instellingen geheugenmedia.

  • Selecteer Scan/afdrukfunctie gebruiken.

  • Maak de gewenste keuze.

  • Selecteer OK.

  • Selecteer Sluiten.

  • Zet de machine uit/aan met de hoofdschakelaar aan de zijkant.



Download USB-poort configureren voor scannen en printen [PDF, 150KB] >

< terug naar overzichtspagina



Printen naar mailbox (userbox)

Deze procedure beschrijft het instellen en het gebruik van de boxfunctie. Iedere gebruiker kan printen naar een box (er zijn totaal 100 boxen beschikbaar), eventueel kan de box worden voorzien van een naam en een pincode. De boxen kunnen niet worden gekopieerd naar een andere machine.


Let op ! Er kunnen vanuit een box 32 documenten in 1 keer worden uitgeprint, de maximale capaciteit van de totale boxfunctie is max. 6000 pagina’s en/of 1500 documenten.


Configureren van de boxen (indien naam en/of pincode gewenst is).

1. Start een web browser op en vul in de adresbalk het IP-adres van de printer in.


Het IP-adres van de printer is te vinden op het afdrukrapport (configuratiepagina).

Uitprinten van een afdrukrapport op de machine:


  • Druk op de 1-Instellingen-Registratie-toetsInstellingen/Registratie toets.

  • Selecteer Voorkeuren.

  • Selecteer Netwerk.

  • Selecteer Afdrukrapport.

  • Selecteer Ja.

  • Het afdrukrapport wordt afgedrukt.

  • Wanneer het rapport afgedrukt is selecteer dan Sluiten.

2. Selecteer Access Received/Stored Files.

2-Selecteer-Access-Received-Stored-Files

3. Selecteer een lege box.

3-Selecteer-een-lege-box

4. Selecteer Settings

4-Selecteer-Settings

5. Vul de gewenste gegevens in, eventueel kan de betreffende box beveiligd worden met een pincode. Bij het printen vanuit de box vraagt de machine dan om deze pincode, zodat vertrouwelijke documenten nooit door andere gebruikers geprint kunnen worden.

5-Vul-de-gewenste-gegevens-in

6. Selecteer OK.


7. Selecteer Mail Box om terug te keren naar het Mail Box overzicht.

7-Selecteer-Mail-Box

8. Nu is in het overzicht zichtbaar dat box een naam heeft en het slotje geeft aan dat de betreffende box beveiligd is met een pincode.

8-Nu-is-in-het-overzicht-zichtbaar

9. Selecteer na het configureren van de boxen Log Out om terug te keren naar het beginscherm.

Printerdriver configuratie (door beheerder/ICT)

Als er namen ingesteld zijn voor één of meerdere boxen dient de driver geactualiseerd te worden. Hierdoor wordt de printerdriver gesynchroniseerd met de aangemaakte boxen, hierdoor zien de gebruikers de namen van de boxen.


Printerdriver-configuratie-door-beheerder-ICT



1. Selecteer de Eigenschappen van de printerdriver op de server. Wanneer de driver lokaal is geïnstalleerd dan dient dit gedaan te worden op de betreffende PC.



2. Selecteer tabblad Apparaatinstellingen.



3. Selecteer Apparaatstatus opvragen.



4. Bevestig de pop-up’s met Ja en OK.







Gebruik van de boxen vanaf de PC



Als de gebruiker altijd naar een box wil printen dan zullen deze instellingen gedaan moeten worden via de driver voorkeursinstellingen op het werkstation van de gebruiker.



1. Open de voorkeursinstellingen van de printer.

2. Selecteer bij uitvoermethode Opslaan.

3. Er komt een pop-up met daarin de mededeling dat de uitvoermodus gewijzigd is. Bevestig de keuze met Ja.


3-Er-komt-een-pop-up

4. Selecteer de gewenste postbus.


5. Selecteer OK (2x).

5-Selecteer-OK

Gebruik van de boxen op de multifunctional.


1. Selecteer in het Hoofdmenu Toegang opgesl. best.

1-Selecteer-in-het-Hoofdmenu-Toegang-opg

2. Selecteer Postbus (afhankelijk van instellingen en de exacte configuratie wordt onderstaande scherm overgeslagen of zijn er ook nog andere keuzes zichtbaar).

2-Selecteer-Postbus

3. Selecteer de gewenste box.
Indien de box beveilgd is met een pincode, vraagt de machine om de pincode in te voeren.

3-Selecteer-de-gewenste-box

4. Selecteer één of meerdere opdrachten en selecteer Afdrukken.

4-Selecteer-een-of-meerdere-opdrachten

5. Wijzig indien gewenst de afdrukinstellingen en selecteer Start afdrukken.

5-Wijzig-indien-gewenst-de-afdrukinstellingen

Aanpassen van de bewaartijd van de documenten voor alle mailboxen.



De standaard bewaartijd is 3 dagen.


3-Voer-bij-Systeembeheerder-ID-en-Systeem-PIN

1. Druk op de 1-Instellingen-Registratie-toetsInstellingen/Registratie toets.


2. Selecteer Inloggen.


3. Voer bij Systeembeheerder ID en Systeem PIN de juiste gegevens in.


4. Selecteer Aanmelden (Inloggen).


5. Selecteer Functie-Instellingen.


6. Selecteer (op de 2e pagina) Opslaan/Toegang bestanden.




Selecteer-Postbusinstellingen

7. Selecteer Postbusinstellingen.


8. Selecteer Instellingen voor alle postbussen.


9. Selecteer Periode tot autom. Verwijderen van bestand.


10. Maak de gewenste keuze voor de bewaartijd.


11. Selecteer (eventueel) Uitloggen om terug te keren naar het beginscherm.








Download Printen naar mailbox (userbox) [PDF, 888KB] >

< terug naar overzichtspagina



Aanpassen scankwaliteit (via bedieningspaneel)

Deze procedure beschrijft het aanpassen van de scankwaliteit. Wanneer de beschreven instellingen gekozen worden zal de bestandsgrootte (van de PDF) iets toenemen, echter de kwaliteit zal wel verbeteren.



Inloggen via het bedieningspaneel als Beheerder:



3-Voer-bij-Systeembeheerder-ID-en-Systeem-PIN

1. Druk op de 1-Instellingen-Registratie-toetsInstellingen/Registratie toets.


2. Selecteer Inloggen.


3. Voer bij Systeembeheerder ID en Systeem PIN de juiste gegevens in.


4. Selecteer Aanmelden (Inloggen).






Kwaliteit aanpassen:



3-Voer-bij-Systeembeheerder-ID-en-Systeem-PIN

1. Selecteer Functie-instellingen.


2. Selecteer Algemeen.


3. Selecteer Bestand aanmaken.


4. Selecteer Hoge compressie beeldkwaliteit niveau.


5. Selecteer 2 x de Kwaliteit-prioriteit toets.


6. Selecteer OK om deze instelling te bevestigen.


7. Selecteer Functie-instellingen.

 
Kwaliteit-aanpassen8. Selecteer Verzenden.


9. Selecteer Algemene instellingen.

10. Selecteer totdat Gegevenscompressieverhouding zichtbaar is.


11. Selecteer Gegevenscompressieverhouding.


12. Selecteer Lageverhouding.


13. Selecteer OK om deze instelling te bevestigen.


14. Selecteer Sluiten om weer terug te keren naar het standaard scherm.




Aanpassen scankwaliteit. (via webinterface)




Deze procedure beschrijft het aanpassen van de scankwaliteit. Wanneer de beschreven instellingen gekozen worden zal de bestandsgrootte (van de PDF) iets toenemen, echter de kwaliteit zal wel verbeteren.



1. Start een web browser op en vul in de adresbalk het IP-adres van de printer in. Het IP-adres van de printer is te vinden op het afdrukrapport (configuratiepagina).



Uitprinten van een afdrukrapport op de machine:



  • Druk op de 1-Instellingen-Registratie-toetsInstellingen/Registratie toets.

  • Selecteer Voorkeuren.

  • Selecteer Netwerk.

  • Selecteer Afdrukrapport.

  • Selecteer Ja.

  • Het afdrukrapport wordt afgedrukt.

  • Wanneer het rapport afgedrukt is selecteer dan Sluiten.


2. Voer System Manager ID en System PIN in en selecteer daarna Administrator Login.


2-Voer-System-Manager-ID-en-System-PIN

3. Selecteer Settings/Registration.


4. Selecteer Function Settings : Common Settings >Generate File > High Compression Image Quality Level.

4-Selecteer-Function-Settings-Common-Setting

5. Kies 2 maal voor Quality Priority.


6. Selecteer OK.


7. Selecteer Function Settings : Send > Common Settings.

7-Selecteer-Function-Settings-Send

8. Kies bij Data Compression Ratio voor Low Ratio.


9. Selecteer OK.


10. Selecteer Log Out om de webinterface af te sluiten.





Download Aanpassen scankwaliteit (via bedieningspaneel) [PDF, 374KB] >

< terug naar overzichtspagina



Pagina en print instellingen in Office 2010

Bij Office 2010 is de plaats waar de pagina-instellingen gewijzigd kunnen worden anders dan in Office 2007 en oudere versies. Via deze pagina instellingen kan ook de aansturing van de papiercassettes plaatsvinden.

LET OP! Instellingen die worden gedaan via deze methode gaan altijd voor op instellingen in de printerdriver.

Optie 1: Via het tabblad “Pagina-indeling” is het mogelijk deze instellingen te openen.

Optie 1-Via het tabblad Pagina-indeling

Optie 2: De andere manier is via het printerscherm.

Optie 2 De andere manier is via het printerscherm

In Office 2007 en ouder zijn de Office printinstellingen (nieten, dubbelzijdig etc.) in dit scherm te wijzigen:

In Office 2007 en ouder zijn de Office printinstellinge

In Office 2010 zijn deze instellingen beschikbaar via het tabblad “Bestand” en “Afdrukken” .

 
In Office 2010 zijn deze instellingen beschikbaar via het tabblad Bestand



Download Pagina en print instellingen in Office 2010 [PDF, 391KB] >

< terug naar overzichtspagina



Standaard instellingen kopie

Deze procedure beschrijft het aanpassen van de standaard kopieerinstellingen naar de wens van de klant.



Inloggen via het bedieningspaneel als Beheerder


Voer bij Systeembeheerder ID

1. Druk op de Druk op de Instellingen-Registratie toetsInstellingen/Registratie toets.

2. Selecteer Inloggen.

3. Voer bij Systeembeheerder ID en Systeem PIN de juiste gegevens in.

4. Selecteer Aanmelden (Inloggen).

5. Selecteer Sluiten.








Standaard instelling aanpassen:


Selecteer Kopie

1. Pas eerst de gewenste instelling aan (bijvoorbeeld 2-Zijdig)

2. Druk op de Druk op de Instellingen-Registratie toetsInstellingen/Registratie toets.

3. Selecteer Functie-instellingen.

4. Selecteer Kopie.













Selecteer Wijzig standaard instellingen

5. Selecteer Wijzig standaard instellingen.

6. Selecteer Registreren.















Controleer de gewijzigde instellingen

7. Controleer de gewijzigde instellingen en selecteer Ja om de keuze te bevestigen.

8. Selecteer Sluiten.

9. Selecteer Uitloggen om terug te keren naar het hoofdmenu.













Download Standaard instellingen kopie [PDF, 248KB] >

< terug naar overzichtspagina



Standaard scaninstellingen aanpassen

Deze procedure beschrijft het aanpassen van de standaard scaninstellingen, bijvoorbeeld om de machine standaard in stellen op TIFF (i.p.v. Compact PDF) of op standaard grijswaarden (i.p.v. Automatisch Kleur/Grijs)



Inloggen via het bedieningspaneel als Beheerder


Voer bij Systeembeheerder ID

1. Druk op de nl_[IMAGE]_gi_2012_0078-1-Druk op de Instellingen-Registratie toetsInstellingen/Registratie toets.

2. Selecteer Inloggen.

3. Voer bij Systeembeheerder ID en Systeem PIN de juiste gegevens in.

4. Selecteer Aanmelden (Inloggen).

5. Selecteer Sluiten.














Standaard instelling aanpassen:


Selecteer Scannen en verzenden

1. Selecteer Scannen en verzenden.

2. De layout van het display is afhankelijk van de configuratie/instellingen. Zorg ervoor dat aan de rechterkant de scaninstellingen zichtbaar zijn.

3. Wijzig de gewenste instelling(en).

4. Selecteer Selecteer .















Selecteer Wijzig standaard instellingen

5. Selecteer Wijzig standaard instellingen.

6. Controleer de gewijzigde instellingen en selecteer Ja om de keuze te bevestigen.

7. Selecteer Sluiten.

8. Selecteer Uitloggen om terug te keren naar het hoofdmenu.



















Download Standaard scaninstellingen aanpassen [PDF, 246KB] >

< terug naar overzichtspagina



USB-poort configureren voor scannen en/of printen

Deze procedure beschrijft het configureren van de USB poort (aan de zijkant van het bedieningspaneel) zodat deze gebruikt kan worden om te scannen naar of te printen vanaf USB-geheugenmedia. De exacte mogelijkheden m.b.t. scannen en printen zijn afhankelijk van de configuratie van de machine.



Inloggen via het bedieningspaneel als Beheerder.

1. Druk op de Instellingen/Registratie toets.

2. Selecteer Inloggen.

3. Voer bij Systeembeheerder ID en Systeem PIN de juiste gegevens in.

4. Selecteer Aanmelden (Inloggen).



USB-poort vrijgeven voor gebruiker.



USB-poort vrijgeven voor gebruiker

1. Selecteer Voorkeuren.

2. Selecteer Weergave-instellingen.

3. Selecteer Instellingen Weergave opslaglocatie.

4. Selecteer Aan bij Geheugenmedia.

5. Selecteer OK.

6. Selecteer Sluiten.

7. Zet de machine uit/aan met de hoofdschakelaar aan de zijkant om deze instelling te activeren.











USB-poort vrijgeven voor scannen en/of printen.



1. Selecteer Functie-instellingen.

2. Selecteer Opslaan/Toegang bestanden.

3. Selecteer Instellingen geheugenmedia.

4. Selecteer Scan/afdrukfunctie gebruiken.

5. Maak de gewenste keuze.

6. Selecteer OK.

7. Selecteer Sluiten.

8. Zet de machine uit/aan met de hoofdschakelaar aan de zijkant om deze instelling te activeren.

Touchscreen layout aanpassen.



Selecteer Inst Weergave knop Hoofdmenu

1. Log (opnieuw) in als beheerder (zie hierboven).

2. Selecteer Selecteer.

3. Selecteer Inst. Weergave knop Hoofdmenu.

4. Selecteer bij Layout de gewenste aantal zichtbare knoppen op het touchscreen met behulp van de ◄► toetsen. Voor gebruik van de USB functies dienen in ieder geval Toegang opgesl. best. (voor printen vanaf USB) en/of Scannen en opslaan (voor scannen naar USB) zichtbaar te zijn.

5. Zet daarna de gewenste functies in de juiste volgorde.

6. Selecteer OK.

7. Selecteer Uitloggen om terug te keren naar het hoofdmenu.










Download USB-poort configureren voor scannen en/of printen [PDF, 343KB] >

< terug naar overzichtspagina



Toevoegen 32 bits driver aan 64 bits server

Installeren van de 64 bits driver op de server


Selecteer Add a printer

1. Ga naar Start.

2. Selecteer Devices and Printers

3. Selecteer Add a printer.



























4-Selecteer Add a local printer en Selecteer Next

4. Selecteer Add a local printer en Selecteer Next.






























Selecteer bij Type of port

5. Selecteer Create a new port.

6. Selecteer bij Type of port voor Standard TCP/IP port en Selecteer Next.



























Vul het IP-adres

7. Vul het IP-adres van de printer in. De Port name wordt automatisch gevuld.

8. Zet het vinkje uit bij Query the printer and automatically select the driver to use.

9. Selecteer Next.



























Selecteer Have Disk

10. Selecteer Have Disk.


11. Vul het pad in naar de juiste 64 bits driver of ga met Browse naar de juiste driver.






























Selecteer OK

12. Selecteer OK.





























Selecteer de juiste driver onder Printers



13. Selecteer de juiste driver onder Printers en Selecteer Next.



























Selecteer de juiste driver onder Printers

14. Vul de printer naam in en Selecteer Next.
































Share de printer en voer de gewenste Share name

15. Share de printer en voer de gewenste Share name in.

16. Selecteer Next.



























Zet eventueel het vinkje bij Set as the default printer

17. Zet eventueel het vinkje bij Set as the default printer en Selecteer Finish.






























Nu is de 64 bits driver op de server geïnstalleerd.


Toevoegen 32 bit driver


Er zijn 2 mogelijkheden om de 32 bit driver toe te voegen op de Server 2008.

1. Kies als eerste de optie, om de printerdriver toe te voegen via Print Management.

2. Als het toevoegen via Print Management niet lukt, moet de driver toegevoegd worden via een 32bit werkstation.


Toevoegen 32 bits driver via Server 2008 Print Management


De 64 bit driver moet op de gebruikelijke manier geïnstalleerd worden, zoals hierboven beschreven.

Op de Server moet de role Print and Document services geïnstalleerd zijn.

Ga naar Print Servers, Server, Drivers

1. Ga naar Start, Administrative tools, Print Management.

2. Ga naar Print Servers, Server, Drivers.















Selecteer Add Driver

3. Klik met de rechtermuisknop op Drivers en Selecteer Add Driver.
























Zet alléén het vinkje bij x86

4. Selecteer Next.

5. Zet alléén het vinkje bij x86 en Selecteer Next.



























6. Selecteer Have Disk.

Selecteer Have Disk

7. Selecteer Browse, en navigeer naar de juiste 32 bits driver en Selecteer OK.

8. Selecteer in het volgende scherm het juiste printer-type en Selecteer Next.

Selecteer in het volgende scherm het juiste printer-type en Selecteer Next

9. Selecteer Finish in het laatste scherm.

Selecteer Finish in het laatste scherm

Installeren van de 32 bits driver op de server via een 32bit client.

1. Log op de client in als (domain)-administrator of als gebruiker met domain-admin rechten.

2. Ga naar Start en Printers en faxapparaten.

3. Selecteer Een printer toevoegen.

Selecteer Een printer toevoegen

4. Selecteer Volgende.

5. Selecteer Netwerkprinter en Selecteer Volgende.

Selecteer Netwerkprinter en Selecteer Volgende

6. Selecteer Verbinding maken met deze printer en vul het netwerkpad in naar de gedeelde printer.

7. Selecteer Volgende.

Selecteer Volgende

8. Nu geeft de client de melding dat er geen juiste driver beschikbaar is. Selecteer OK.

Nu geeft de client de melding

9. Vul het pad in naar de juiste 32 bits driver of ga met Browse naar de juist driver.

10. Selecteer OK.

Selecteer OK

11. Zet de printer eventueel als standaard printer.

12. Selecteer Volgende.

Selecteer Volgende

13. Selecteer Voltooien.

Selecteer Voltooien

14. Selecteer de zojuist geïnstalleerde printer met de rechtermuisknop en Selecteer Eigenschappen.

Selecteer de zojuist geïnstalleerde printer

15. Ga naar het tabblad Delen.

16. Selecteer Extra Stuurprogramma’s.

Selecteer Extra Stuurprogrammas

17. Zet een vinkje bij de juiste driver-versie.

Zet een vinkje bij de juiste driver-versie

18. Selecteer OK.

Selecteer OK

19. Vul het pad in naar de juiste 32 bits driver of ga met Browse naar de juist driver.

Vul het pad in naar de juiste 32 bits driver

20. De juiste bestanden worden nu naar de server gekopieerd.

De juiste bestanden worden

21. Nu is op elk 32 bits werkstation de printer toe te voegen.






Download Toevoegen 32 bits driver aan 64 bits server [PDF, 145KB] >

< terug naar overzichtspagina



LPR poort aanmaken in TCP/IP poort

1. Klik met de rechtermuisknop op de printer en kies Properties of Eigenschappen.

2. Kies het tabblad Ports.

3. Klik op Configure Port.

Klik op Configure Port

4. Selecteer LPR.

5. Vul het woord print in bij Queue Name.

6. Zet een vinkje bij LPR Byte Counting Enabled.

Zet een vinkje bij LPR Byte Counting Enabled

7. Sluit af met OK en Close.






Download LPR poort aanmaken in TCP/IP poort [PDF, 267KB] >

< terug naar overzichtspagina



LPR poort aanmaken in Windows 7

De onderstaande procedure dient te worden uitgevoerd door een (systeem)beheerder of een gebruiker met administrator rechten.

Door verschillende grafische- en computer instellingen kunnen onderstaande schermen afwijken.


1. Kies Start-knopKies Start-knop.

2. Kies voor Configuratiescherm in het Start-menu.

3. Kies voor Programma’s.

Kies voor Programmas

4. Kies voor Windows-onderdelen in- of uitschakelen.
4-Kies voor Windows-onderdelen in- of uitschakelen

5. Zet een vinkje bij LPR-poortmonitor en druk OK.
Zet een vinkje bij LPR-poortmonitor

6. Nu wordt er software geïnstalleerd en verschijnt onderstaand scherm.
Nu wordt er software geïnstalleerd

7. Start de computer opnieuw op als hierom gevraagd wordt.

8. Nu is bij het installeren van een printer de LPR Port beschikbaar.

Nu is bij het installeren van een printer de LPR Port



Download LPR poort aanmaken in Windows 7 [PDF, 419KB] >

< terug naar overzichtspagina



Niet printen van tabelgegevens in MS Excel

Algemene informatie


Deze procedure beschrijft de oplossing voor problemen met het uitprinten van Excel documenten waarbij tabelgegevens worden weggelaten.

Door Microsoft is er half december 2011 een beveiligingsupdate (KB2596596) beschikbaar gesteld, het installeren van deze update kan bovenstaande problemen veroorzaken.

Het advies is dan ook om deze update te (laten) verwijderen.


Bepalen of de update is geïnstalleerd


Bepalen of de update is geïnstalleerd

Deze update bevat bestanden met de versies die worden vermeld in de volgende tabel.


Deze update verwijderen


1. Klik op Start, en klik vervolgens op Uitvoeren.

2. Type appwiz.cpl, en klik vervolgens op OK.

3. Gebruik een van de volgende procedures, afhankelijk van het besturingssysteem dat u gebruikt:

Windows 7 en Windows Vista

- Klik op Geïnstalleerde updates weergeven.

- In de lijst met updates op de update 2596596, en klik vervolgens op Verwijderen.

Windows XP

- Selecteer de Updates weergeven het selectievakje.

In de lijst met updates op de update 2596596, en klik vervolgens op Verwijderen.

Aanvullende informatie

Extra informatie is te vinden via onderstaande link:

http://support.microsoft.com/kb/2596596







Download Niet printen van tabelgegevens in MS Excel [PDF, 218KB] >

< terug naar overzichtspagina



Instellingen Mac t.b.v. scan naar SMB

Maak een map aan op het Bureaublad.


1. Ga in de menubalk naar Archief en selecteer Nieuwe map met de naam Scans.


Ga in de menubalk naar Archief

2. Ga nu naar Systeemvoorkeuren en klik op Delen en selecteer Bestandsindeling. Klik op de + bij Gedeelde mappen.

Ga nu naar Systeemvoorkeuren

3. Blader naar het Bureaublad en selecteer de map Scans en klik op Voeg toe.

Blader naar het Bureaublad

4. Klik nu op de + bij Gebruikers en maak een Nieuwe persoon met de naam scan en klik op “Maak account aan en selecteer nu de aangemaakte gebruiker en klik op Selecteer.

Klik nu op de plus bij Gebruikers

5. Geef deze in het scherm Delen onder Gebruikers Lezen en schrijven rechten door op de tekst Alleen lezen te klikken.

Geef deze in het scherm Delen

6. Zorg ervoor dat de Gebruiker scan geselecteerd is en klik op Opties.

7. Selecteer Deel bestanden en mappen via SMB.

Selecteer Deel bestanden en mappen via SMB

8. Nu is het mogelijk om via SMB naar de MAC te scannen.





Download Instellingen Mac t.b.v. scan naar SMB [PDF, 552KB] >

< terug naar overzichtspagina



FTP configureren in Windows 7

Deze procedure beschrijft het configureren het FTP protocol in Windows 7. Om (bijvoorbeeld) scan naar FTP mogelijk te maken.


1. Ga naar het Control Panel scherm en kies voor Programs en Features.


Ga naar het Control Panel scherm en kies voor Programs en Features

2. Ga naar Turn Windows features on or off.

Ga naar Turn Windows features on or off

3. Selecteer onder Internet Information Services en FTP Server de optie FTP Services en onder Web Management Tools IIS Management Console.

Selecteer onder Internet Information Services

4. Ga terug naar het Control Panel en via Administrative Tools ga je naar de Internet Information Services (IIS) Manager.

Ga terug naar het Control Panel

5. Selecteer Sites en ga met de rechtermuistoets naar Add FTP sites.

Selecteer Sites en ga met de rechtermuistoets naar Add FTP sites

6. Kies een naam voor de FTP site en browse naar het pad waar de scans naar toe moeten. Klik op Next.

Kies een naam voor de FTP site

7. Selecteer Allow SSL en klik op Next.

Selecteer Allow SSL en klik op Next

8. Selecteer Anonymous bij Authentication en bij Authorization Anonymous users selecteren en vergeet niet bij Permissions Read en Write te selecteren. Klik dan op Finish.

Selecteer Anonymous bij Authentication

9. Nu is een FTP site aangemaakt en kan scannen naar FTP worden ingericht op de machine.

Nu is een FTP site aangemaakt


Download Instellingen Mac t.b.v. scan naar SMB [PDF, 555KB] >

< terug naar overzichtspagina



LPR poort aanmaken in Windows 2008

Om de onderstaande procedure uit te voeren, moet u beschikken over administrator rechten. Door verschillende grafische- en computer instellingen kunnen onderstaande schermen afwijken. Na het uitvoeren van onderstaande procedure, is mogelijk een herstart van de server nodig.


1. Kies Start.

2. Kies voor Control Panel in het Start-menu.

3. Kies voor Programs.


Kies voor Programs

4. Kies voor Turn Windows features on or off.

Kies voor Turn Windows features on or off

5. Kies links Features en kies rechts voor Add Features.

Kies links Features en kies rechts voor Add Features

6. Zet een vinkje bij LPR-port Monitor en druk Next.

Zet een vinkje bij LPR-port Monitor en druk Next

7. Klik op Install in het volgende scherm. De software zal geinstalleerd worden.

8. Na de installatie verschijnt het volgende scherm.

Na de installatie verschijnt het volgende scherm

9. Kies Close.

10. Herstart de server als daarom gevraagd wordt. Of herstart de server op een later tijdstip.

11. Nu is bij het installeren van een printer de LPR Port beschikbaar.

Nu is bij het installeren van een printer de LPR



Download Niet printen van tabelgegevens in MS Excel [PDF, 543KB] >

< terug naar overzichtspagina



FTP configureren in Windows 2008

Deze procedure beschrijft het configureren het FTP protocol in Windows 2008.

Om (bijvoorbeeld) scan naar FTP mogelijk te maken.



De Océ 31x5, Océ VP20xx, Kyocera Mita producten (OPxxxx), Konica Minolta(CSxxx, VLxxxx en VLxxxxC) producten maken standaard gebruik van active ftp.


Dit betekend dat er op de server gebruik wordt gemaakt van poort 20 en 21. Om met deze machines scan2ftp te laten werken moet de standaard rule (exception) FTP server (FTP Traffic in) aangezet worden. Deze procedure is hieronder beschreven:


- Ga in de Server Manager naar Configuration\Windows firewall with advanced

Secutity\Inbound Rules

- Zoek hier de rule FTP server (FTP Traffic in) op en enable deze.



De Océ VP1000/2000 maakt standaard gebruik van passieve ftp. Dit betekend dat er op de server gebruik wordt gemaakt van poort 21 en >1023 (random). Hiervoor is in 2008 server geen standaard rule aangemaakt. Vanaf software release R2.1.1 is er een keuze om voor actieve of passieve ftp te kiezen. Het makkelijkste is dus om de machine te (laten) upgraden en voor actieve ftp te kiezen. Als dit niet mogelijk is dan moet er een nieuwe rule aangemaakt worden. Dit gaat als volgt:



- Ga in de Server Manager naar Configuration\Windows firewall with advanced

Secutity\Inbound Rules

- Kies voor new rule

- Kies bij Type of rule voor Program

- Browse naar %SystemRoot%\system32\inetsrv\inetinfo.exe (Dit programma gebruikt de ftp server)

- Vink Allow the connection aan.

- Vink alleen Public aan.

- Vul de naam en description in.



De rule is nu aangemaakt maar moet nog aangepast worden.

- Ga naar de properties van de rule.

- Selecteer het tabblad Scope.

- Vink bij Local ip address, These ip addresses aan en vul het server adres in.

- Vink bij Remote ip address, These ip addresses aan en vul het adres in van de scanner.

De 2008 server hoeft niet herstart te worden de rule werkt gelijk.













Download FTP configureren in Windows 2008 [PDF, 179KB] >

< terug naar overzichtspagina



Handinvoer configureren voor afwijkende papierformaten

Deze procedure beschrijft het instellen van de handinvoer voor een afwijkend formaat. Tevens wordt het afwijkende formaat opgeslagen zodat de instelling makkelijker opgeroepen kan worden.


Selecteer Papierinstellingen

1. Druk op de Instellingen/Registratie toets.

2. Selecteer Voorkeuren.

3. Selecteer Papierinstellingen.












Selecteer Registreer gebruikersformaat

4. Selecteer Registreer gebruikersformaat op de 2e pagina.

5. Selecteer vrije knop (S1 bijvoorbeeld).

6. Selecteer Registr./Bewerken.












Selecteer Registr-Bewerken

7. Voer het gewenste papierformaat in (let op de extra 0).

8. Selecteer OK.

9. Selecteer Hernoemen om de knoptekst (S1) aan te passen naar een andere tekst.

10. Selecteer Sluiten (2x).












Nu is in het vervolg dit papierformaat beschikbaar onder de hierboven aangemaakte knop (S1).


Selecteer nu Gebr-formaat

1. Plaats nu de enveloppen (of de andere specialiteiten) in de handinvoer.

2. Machine geeft automatisch keuzescherm weer op display m.b.t. papierformaten.

    Selecteer nu Gebr.formaat.

3. Selecteer S1

4. Bevestig met OK.

5. Selecteer het juiste papiertype.

6. Bevestig met OK.











Download Handinvoer configureren voor afwijkende papierformaten [PDF, 246KB] >

< terug naar overzichtspagina



Beveiligde afdruk in combinatie met Universal Login Manager

Omschrijving:

Automatische vrijgave van documenten in de Beveiligde afdruk wachtrij zonder ingave van PIN.

Probleem:

De standaard machine instellingen vereisen dat de gebruiker nogmaals zijn/of haar pincode in moet voeren voor de vrijgave van een beveiligde afdruk.

Oplossing:

Verander de Instellingen eenvoudige verificatie.

Functie-instellingen Beveiligde afdruk Instellingen eenvoudige verificatie

Wachtwoord weglaten AAN

Domeinnaam vereisen om mijn opdracht te bepalen UIT (optioneel).

Eventueel kan er voor gekozen worden om het Beveiligde Afdruk

Indien bovenstaand scherm niet beschikbaar is in user mode dan dienen de instellingen in

Service Mode gemaakt te worden.

Level 1 → Copier → Option → User

Indien bovenstaand scherm niet beschikbaar

Voor de automatische vrijgave van printopdracht moet een speciale PIN voor Beveiligd afdrukken ingevoerd worden. Deze PIN is altijd 3758211!

Deze PIN is altijd 3758211

De multifunctional en driver zijn nu geconfigureerd voor Beveiligde afdruk met automatische vrijgave van de job na het inloggen op de machine.

Eventueel kan er voor gekozen worden om het Beveiligde Afdruk scherm als standaardscherm in te stellen.

Voorkeuren Weergave instellingen Standaardscherm bij opstarten/herstel

Eventueel kan er voor gekozen worden om het Beveiligde Afdruk

Na een print vanaf de PC zal de job zichtbaar zijn bij “Mijn opdr. Status”. Selecteer de gewenste opdrachten en klik op Beveil. afdruk (rechtsonder). De opdrachten zullen nu automatisch vrijgegeven worden.

Na een print vanaf de PC zal de job zichtbaar

Indien er als een andere gebruiker ingelogd wordt, zullen de opdrachten wel zichtbaar zijn in de schermen “Opdrachtstatus” en “Log” maar de namen van de opdracht zullen vervangen worden door ****.

Indien er als een andere gebruiker ingelogd wordt



Download Beveiligde afdruk in combinatie met Universal Login Manager [PDF, 624KB] >

< terug naar overzichtspagina



Prikbord melding uitzetten icm uniFLOW (vanaf laptop)

Deze procedure beschrijft het uitschakelen van de prikbord melding op het display.


- Verbind de laptop met een UTP kabel aan de machine.

- Zorg dat de netwerkkaart van de laptop het volgende IP-adres heeft: 172.16.1.101.

- Start de machine op met FIX-IP (machine uitschakelen met de hoofdschakelaar, 1 en 7 ingedrukt houden tijdens het aanzetten van de machine). Machine heeft nu het ip-adres:172.16.1.100.

- Start Internet Explorer op en ga naar: http://172.16.1.100:8000/sms .

- Indien onderstaand scherm zichtbaar wordt selecteer dan:”Continue to this website (not recommended)”.


Continue to this website

- Vul het volgende password in: MeapSmsLogin (let op: hoofd-/kleine letter gevoelig).

MeapSmsLogin

- Selecteer: “Enhanced System Application Management”.

Selecteer Enhanced System Application Management

- Start Default Authentication door op Switch te drukken bij “Default Authentication”.

Start de uniFLOW Login Manager

- Nu is de status veranderd:

Nu is de status veranderd

- Zet de machine UIT met de hoofdschakelaar en start weer op met FIX-IP (1 en 7 ingedrukt houden tijdens het aanzetten van de machine).

- Ga naar: http://172.16.1.100:8000/sms.

- Login als administrator met de juiste gegevens.

Login als administrator met de juiste gegevens

- Selecteer “Settings/Registration”.

- Selecteer :”License/Other”.

Selecteer License-Other

- Selecteer “Message Board/Support Link”.

- Zorg dat er geen vinkje staat bij “Enable Pop-up Window” en bevestig dit met OK.

Zorg dat er geen vinkje staat bij Enable Pop-up Window

- Ga naar: http://172.16.1.100:8000/sms

- Indien onderstaand scherm zichtbaar wordt selecteer dan:”Continue to this website (not recommended)”

Indien onderstaand scherm zichtbaar wordt selecteer dan Continue to this website

- Selecteer: “Enhanced System Application Management”.

Selecteer Enhanced System Application Management

- Start de “uniFLOW Login Manager”, door op Switch te drukken bij “uniFLOW Login Manager”.

Start de uniFLOW Login Manager

- Bevestig het volgende scherm met OK.

Bevestig het volgende scherm met OK

- Hierna is de status veranderd.

Hierna is de status veranderd

- Zet de machine UIT/AAN met de hoofdschakelaar.

- Nu start de machine weer op met uniFlow.






Download Prikbord melding uitzetten icm uniFLOW (vanaf laptop) [PDF, 364KB] >

< terug naar overzichtspagina



Prikbord melding uitzetten icm uniFLOW (vanaf PC klant)

Deze procedure beschrijft het uitschakelen van de prikbord melding op het display.

- Start Internet Explorer op en ga naar: http://”ip-adres machine”. (Bijv. http://10.21.150.140)

- Indien onderstaand scherm zichtbaar wordt selecteer dan: ”Continue to this website (not recommended)”.

Start Internet Explorer op en ga naar

- Vul de juiste PIN-code in.

Vul de juiste PIN-code in

- Selecteer “Settings/Registration”.

Selecteer -License-Other

- Selecteer “Message Board/Support Link”.

- Zorg dat er geen vinkje staat bij “Enable Pop-up Window” en bevestig dit met OK.

Zorg dat er geen vinkje staat bij Enable Pop-up Window

- Nu is de prikbord melding niet meer zichtbaar.






Download Prikbord melding uitzetten icm uniFLOW (vanaf PC klant) [PDF, 241KB] >

< terug naar overzichtspagina



Machine resetten

Deze procedure beschrijft het resetten van de machine.


Resetten van de machine


1-Zet de hoofdschakelaar in de UIT-stand (0)

1. Zet de hoofdschakelaar in de UIT-stand (0)



















2. Wacht 10 seconden.



3-Zet de schakelaar weer in de AAN-stand

3. Zet de schakelaar weer in de AAN-stand (I).























Download Machine resetten [PDF, 291KB] >

< terug naar overzichtspagina



Uitschakelen automatische (verzend)rapportage. (via bedieningspaneel)

Deze procedure beschrijft het uitschakelen van de automatische rapportage functie, standaard print de machine om de 100 verzendingen een verzendrapport uit.


Inloggen via het bedieningspaneel als Beheerder


Voer bij Systeembeheerder ID en Systeem PIN

1. Druk op de Instellingen/Registratie toets.

2. Selecteer Inloggen.

3. Voer bij Systeembeheerder ID en Systeem PIN de juiste gegevens in.

4. Selecteer Aanmelden (Inloggen).














Uitschakelen automatische rapportage


Selecteer Rapport Communicatiebeheer

1. Selecteer Functie-instellingen.

2. Selecteer Verzenden.

3. Selecteer Algemene instellingen.

4. Selecteer Rapport Communicatiebeheer (in 2e scherm).

5. Selecteer Uit bij Autom. Afdrukken (100 verz.).

6. Selecteer OK om de instelling te bevestigen.

7. Selecteer Uitloggen om terug te keren naar het standaard scherm.



Uitschakelen automatische (verzend)rapportage. (via webinterface)



Deze procedure beschrijft het uitschakelen van de automatische rapportage functie, standaard print de machine om de 100 verzendingen een verzendrapport uit.


1. Start een web browser op en vul in de adresbalk het IP-adres van de printer in.


Het IP-adres van de printer is te vinden op het afdrukrapport (configuratiepagina).


Uitprinten van een afdrukrapport op de machine:

  • Druk op de Instellingen/Registratie toets.
  • Selecteer Voorkeuren.
  • Selecteer Netwerk.
  • Selecteer Afdrukrapport.
  • Selecteer Ja.
  • Het afdrukrapport wordt afgedrukt.
  • Wanneer het rapport afgedrukt is selecteer dan Sluiten.

2. Voer System Manager ID en System PIN in en selecteer daarna Administrator Login.


Selecteer TX Report-Communication Management Report


















3. Selecteer Settings/Registration.

4. Selecteer Send onder Function Settings.

5. Selecteer TX Report/Communication Management Report.

Voer System Manager ID en System PIN
















6. Verwijder vinkje bij Enable Auto Print (100 Transmissions).

7. Selecteer OK om de instelling te bevestigen.

8. Selecteer (rechtsbovenin) Log Out, om uit te loggen uit de webinterface.






Download Uitschakelen automatische (verzend)rapportage. (via bedieningspaneel) [PDF, 469KB] >

< terug naar overzichtspagina



Printen naar mailbox of beveiligde afdruk afdwingen. (via bedieningspaneel)

Deze procedure beschrijft het afdwingen van printen naar een mailbox en/of beveiligd afdrukken. Printopdrachten die dan niet beveiligd naar de printer worden gestuurd (omdat gebruiker bewust of per ongeluk de instelling heeft gewijzigd van Opslaan of Beveiligd Afdrukken naar Afdrukken), worden bij aankomst op de printer GEWIST en komen dus niet meer uit de printer.


De printer accepteert alleen maar opdrachten naar de mailbox of beveiligde opdrachten.


Inloggen via het bedieningspaneel als Beheerder


Voer bij Systeembeheerder ID en Systeem PIN

1. Druk op de Instellingen/Registratie toets.

2. Selecteer Inloggen.

3. Voer bij Systeembeheerder ID en Systeem PIN de juiste gegevens in.

4. Selecteer Aanmelden (Inloggen).














Inschakelen verplicht printen naar mailbox/beveiligd afdrukken


Selecteer Beperk printeropdrachten

1. Selecteer Functie-instellingen.

2. Selecteer Printer.

3. Selecteer Beperk printeropdrachten.

4. Selecteer Aan en Geres. Opdr. + Bev. afdruk.















Selecteer Aan en Geres Opdr Bev afdruk

5. Selecteer OK om de instelling te bevestigen.

6. Selecteer Uitloggen om terug te keren naar het standaard scherm.



















Printen naar mailbox of beveiligde afdruk afdwingen. (via webinterface)



Deze procedure beschrijft het afdwingen van printen naar een mailbox en/of beveiligd afdrukken. Printopdrachten die dan niet beveiligd naar de printer worden gestuurd (omdat gebruiker bewust of per ongeluk de instelling heeft gewijzigd van Opslaan of Beveiligd Afdrukken naar Afdrukken), worden bij aankomst op de printer GEWIST en komen dus niet meer uit de printer. De printer accepteert alleen maar opdrachten naar de mailbox of beveiligde opdrachten.


Uitprinten van een afdrukrapport op de machine:


  • Druk op de Instellingen/Registratie toets.
  • Selecteer Voorkeuren.
  • Selecteer Netwerk.
  • Selecteer Afdrukrapport.
  • Selecteer Ja.
  • Het afdrukrapport wordt afgedrukt.
  • Wanneer het rapport afgedrukt is selecteer dan Sluiten.

2. Voer System Manager ID en System PIN in en selecteer daarna Administrator Login.

Voer System Manager ID en System PIN

3. Selecteer Settings/Registration.

4. Selecteer Printer onder Function Settings.

5. Selecteer Restrict Printer Jobs

6. Selecteer ☑ bij Restrict Printer Jobs en selecteer Reserved Jobs + Secured Print.

Selecteer Restrict Printer Jobs

7. Selecteer OK om de instelling te bevestigen.

8. Selecteer (rechtsbovenin) Log Out, om uit te loggen uit de webinterface.





Download Printen naar mailbox of beveiligde afdruk afdwingen. (via bedieningspaneel) [PDF, 460KB] >

< terug naar overzichtspagina



Uitlezen Department-ID/ID-Beheer (via bedieningspaneel)

Deze procedure beschrijft het uitlezen van Department ID / Afdeling-ID beheer zodat het aantal afdrukken per ID (gebruiker of afdeling) zichtbaar wordt. Tevens is de teller per gebruiker te resetten (bijvoorbeeld aan het begin van de maand/jaar etc.)


Inloggen via het bedieningspaneel als Beheerder


Uitlezen Department ID

1. Voer bij ID en PIN de ID+PIN van de systeembeheerder in.

2. Selecteer Aanmelden.

3. Druk op de Instellingen/Registratie toets.














Uitlezen Department ID


Selecteer Afdeling-ID beheer

1. Selecteer Beheerinstellingen.

2. Selecteer Gebruikersbeheer.

3. Selecteer Afdeling-ID beheer.

4. Selecteer Paginatotalen.

5. Selecteer de gewenste ID (gebruiker/afdeling).













Selecteer Lijst afdrukken

6. a. Selecteer Lijst afdrukken voor het afdrukken van een overzicht van alle tellerstanden per gebruiker/afdeling.

b. Selecteer (indien gewenst) Wissen om de tellers van de betreffende gebruiker te resetten.

c. Selecteer (indien gewenst) Wis alle totalen om tellers van ALLE gebruikers te resetten.

7. Selecteer Ja om te bevestigen

8. Selecteer OK om terug te keren naar het Afdeling ID-menu.

9. Selecteer Uitloggen om terug te keren naar het standaard scherm.










Uitlezen Department-ID/ID-Beheer (via webinterface).



Deze procedure beschrijft het uitlezen van Department ID / Afdeling-ID beheer zodat het aantal afdrukken per ID (gebruiker of afdeling) zichtbaar wordt. Tevens is de teller per gebruiker te resetten (bijvoorbeeld aan het begin van de maand/jaar etc.)


1. Start een web browser op en vul in de adresbalk het IP-adres van de printer in. Het IP-adres van de printer is te vinden op het afdrukrapport (configuratiepagina).


Uitprinten van een afdrukrapport op de machine:


  • Druk op de Instellingen/Registratie toets.
  • Selecteer Voorkeuren.
  • Selecteer Netwerk.
  • Selecteer Afdrukrapport.
  • Selecteer Ja.
  • Het afdrukrapport wordt afgedrukt.
  • Wanneer het rapport afgedrukt is selecteer dan Sluiten.

2. Voer System Manager ID en System PIN in en selecteer daarna Administrator Login.

Voer System Manager ID en System PIN

3. Selecteer Settings/Registration.

4. Selecteer User Management onder Management Settings.

5. Selecteer Department ID Management, nu is een overzicht per gebruiker zichtbaar.

Selecteer Settings-Registration

6. Selecteer de gewenste ID (gebruiker/afdeling).

Selecteer de gewenste ID

7. Selecteer (indien gewenst) Clear Count om de tellers van de betreffende gebruiker te resetten.

Selecteer indien gewenst Clear Count

8. Selecteer OK om de instelling te bevestigen.

9. Selecteer (rechtsbovenin) Log Out, om uit te loggen uit de webinterface.







Download Uitlezen Department-ID/ID-Beheer (via bedieningspaneel) [PDF, 487KB] >

< terug naar overzichtspagina



Exporteren instellingen (via webinterface)

Deze procedure beschrijft het exporteren van de (belangrijkste) instellingen* van de machine. Deze export bestanden kunnen gebruikt worden als backup maar ook om de instellingen over te brengen naar een andere machine (van hetzelfde type). LET OP! Indien export bestanden gebruikt worden om op een andere machine te importeren kunnen er problemen ontstaan, dit is afhankelijk van de instellingen in de machine waar vanuit geëxporteerd wordt. (Bijvoorbeeld i.g.v. vast IP-adres ontstaat een dubbel IP adres op het netwerk).


* - Printer Settings, o.a. instellingen m.b.t. Letter /A4 omzetting, bewaartijd beveiligde afdrukken.

- Settings/Registration bestand, o.a. instellingen m.b.t. network gegevens, hostnaam, SMTP instellingen, LDAP instellingen.

1. Start een web browser op en vul in de adresbalk het IP-adres van de printer in. Het IP-adres van de printer is te vinden op het afdrukrapport (configuratiepagina).


Uitprinten van een afdrukrapport op de machine:

  • Druk op de Instellingen/Registratie toets.
  • Selecteer Voorkeuren.
  • Selecteer Netwerk.
  • Selecteer Afdrukrapport.
  • Selecteer Ja.
  • Het afdrukrapport wordt afgedrukt.
  • Wanneer het rapport afgedrukt is selecteer dan Sluiten.

2. Voer System Manager ID en System PIN in en selecteer daarna Administrator Login.

Voer System Manager ID en System PIN

3. Selecteer Settings/Registration.

4. Selecteer Data Management onder Management Settings.

5. Selecteer Import/Export.


Selecteer Settings-Registration

6. Selecteer Printer Settings.

Selecteer Printer Settings

7. Selecteer Export.

8. Selecteer Start Exporting.

9. Er wordt een bestand gedownload vanaf de machine (printersettings.xml).

LET OP: bestandsnaam mag indien gewenst worden aangepast, echter extensie moet .xml blijven.

10. Selecteer opnieuw Data Managment in het linker menu.

11. Selecteer Import/Export.

12. Selecteer Settings/Registration.


Selecteer Settings-Registration

13. Selecteer Export.

14. Selecteer Start Exporting.

15. Er wordt een bestand gedownload vanaf de machine (usermode.umd).

LET OP: bestandsnaam mag indien gewenst worden aangepast, echter extensie moet .umd blijven.

16. Selecteer Log Out om de webinterface te verlaten.





Download Exporteren instellingen (via webinterface) [PDF, 635KB] >

< terug naar overzichtspagina



LPR poort toevoegen in Windows 2000, 2003 en XP

De onderstaande procedure dient te worden uitgevoerd door een (systeem)beheerder of een gebruiker met administrator rechten. Door verschillende grafische- en computer instellingen kunnen onderstaande schermen afwijken.


1. Ga naar Start; Settings [instellingen]; Control Panel [Configuratiescherm]; Add/Remove Programs [Software]

2. Selecteer Add/Remove Windows components [Toevoegen Windows componenten]

Selecteer Add-Remove Windows components

3. Selecteer Other Network File and Print Services [Andere Netwerkservices voor bestanden en printer] in de lijst op en Selecteer Details

Selecteer Other Network File and Print Service

4. Plaats een vinkje bij Print Services for Unix

5. Selecteer OK

6. Selecteer Next [volgende], Finish [Voltooien] en sluit Add/Remove Programs [Software].

7. Nu is bij het installeren van een printer de LPR Port beschikbaar.

Plaats een vinkje bij Print Services for Unix

Nu is bij het installeren van een printer





Download LPR poort toevoegen in Windows 2000, 2003 en XP [PDF, 263KB] >

< terug naar overzichtspagina



LPR poort probleem, traag printen met veel printopdrachten

De onderstaande procedure dient te worden uitgevoerd door een (systeem)beheerder of een gebruiker met administrator rechten.

Standaard gebruikt Windows voor Unix LPR, poortnummer 721 –731 waardoor het versturen van data via

LPR traag wordt na het tegelijk versturen van 11 of meer printjobs.

Nadat de 11 poorten zijn gebruikt duurt het 2 a 3 minuten voordat deze poorten worden gereset en weer verder gaat met de volgende 11 printjobs.

Via een aanpassing in de registry kan het aantal poortnummers vergroot worden.

1. Start Registry Editor (Regedt32.exe) en ga naar de volgende key: HKEY_LOCAL_MACHINE\SOFTWARE\Microsoft\LPDSVC\lpr

2. Volg de instructies zoals beschreven in Microsoft Support document. http://support.microsoft.com/kb/179156





Download LPR poort probleem, traag printen met veel printopdrachten [PDF, 175KB] >

< terug naar overzichtspagina



E-Mailadres toevoegen aan adresboek (via bedieningspaneel)

Deze procedure beschrijft het toevoegen van een e-mailadres aan het adresboek van de machine via het bedieningspaneel.


Aangemaakte gebruikers zijn nu te vinden in het adresboek

1. Selecteer Scannen en verzenden.

2. Selecteer Adresboek.

3. Selecteer Reg./Bew.

4. Selecteer Registreer nieuwe best.

5. Selecteer E-mail.

6. Selecteer Naam en vul via het touchscreen de naam van de gebruiker in.

7. Selecteer OK.

8. Selecteer E-mailadres en vul via het touchscreen het volledige mailadres van de gebruiker in.

9. Selecteer OK.

10. Selecteer OK.

11. Selecteer Sluiten.


Aangemaakte gebruiker(s) zijn nu te vinden in het adresboek.




Tip. Wanneer de hierboven aangemaakte adressen veel gebruikt gaan worden, kan het bedieningspaneel aangepast worden zodat de gebruikers (en hun emailadressen) makkelijker bereikbaar zijn.

  • Druk op de Instellingen/Registratie toets.
  • Selecteer Functie-instellingen.
  • Selecteer Verzenden.
  • Selecteer Algemene instellingen.
  • Selecteer Standaard scherm.
  • Selecteer Adresboek.
  • Selecteer OK.
  • Selecteer Sluiten.


E-Mailadres toevoegen aan adresboek (via webinterface).



1. Start een web browser op en vul in de adresbalk het IP-adres van de printer in. Het IP-adres van de printer is te vinden op het afdrukrapport (configuratiepagina).

Uitprinten van een afdrukrapport op de machine:


  • Druk op de Instellingen/Registratie toets.
  • Selecteer Voorkeuren.
  • Selecteer Netwerk.
  • Selecteer Afdrukrapport.
  • Selecteer Ja.
  • Het afdrukrapport wordt afgedrukt.
  • Wanneer het rapport afgedrukt is selecteer dan Sluiten.

2. Voer System Manager ID en System PIN in en selecteer daarna Administrator Login.


Vul in het volgende scherm de gevraagde gegevens in

3. Selecteer Address Book.

4. Selecteer Address List 01.

5. Selecteer Register New Destination.

6. Vul in het volgende scherm de gevraagde gegevens in.


Vul in het volgende scherm de gevraagde gegevens in

7. Selecteer OK.

Voeg indien gewenst nog andere gebruikers toe.

8. Selecteer rechts bovenin Log Out.


Tip. Wanneer de hierboven aangemaakte adressen veel gebruikt gaan worden, kan het bedieningspaneel aangepast worden zodat de gebruikers (en hun emailadressen) makkelijker bereikbaar zijn.

  • Druk op de Instellingen/Registratie toets.
  • Selecteer Functie-instellingen.
  • Selecteer Verzenden.
  • Selecteer Algemene instellingen.
  • Selecteer Standaard scherm.
  • Selecteer Adresboek.
  • Selecteer OK.
  • Selecteer Sluiten.





Download E-Mailadres toevoegen aan adresboek (via bedieningspaneel) [PDF, 360KB] >

< terug naar overzichtspagina



SSL Certificaat Google Cloud Print

Omschrijving:


Google heeft onlangs het SSL-certificaat veranderd om Google Cloud Print web service te benaderen. Om deze reden verschijnt de melding “connection failed” wanneer de printer geregistreerd wordt bij de Google Cloud Print Service. Om dit te herstellen dient dit document gevolgd te worden vanaf pagina 2.



Subject: Printer Registration Problem


Overview

Google has recently changed the SSL certificate used to access the Google Cloud Print web service. Unfortunately, the new certificate was created by a different Certificate Authority and the devices do not have this type of ROOT Certificate Authority certificate installed at the factory. For this reason, the connection fails when attempting to register the printer to the Google Cloud Print Service.
The ROOT Certificate Authority certificate is used to verify that Google's certificate is genuine and that the server the GCP MEAP app is connecting to is actually Google. This issue affects all installations of GCP, when registering a new printer.


To reproduce the issue:

1. In a web browser, open the device RUI


2. Click the Mobile Connect button

This issue affects all installations of GCP

3. Click the Google Cloud Printer tick box and Click Submit


3-Click the Google Cloud Printer tick box and Click Subm

4. At this stage, the Google Cloud Print webpage should open in the browser window. However, because the device does not have the new security certificate installed, the Google Cloud Print webpage will not be displayed, therefore the printer cannot be registered



Solution

Google’s new ROOT Certificate Authority certificate must be downloaded, converted and then installed on to the device.
Conversion is necessary because the certificate is provided with a .PEM extension, but the device requires the .DER extension. Once the certificate is converted, it can be used to update all devices in the customer’s fleet.

Download the Certificate

1. To download the certificate, go to the following web site: http://www.geotrust.com/resources/root-certificates/index.html


2. Download the following certificate: Root 1 - Equifax Secure Certificate Authority and save it to the Desktop. The file name is Equifax_Secure_Certificate_Authority.pem

Download the Certificate

Convert the Certificate

1. To convert the certificate to the .DER format, open the Certificates snap in the Microsoft Management Console (MMC). Start > Run > MMC


2. Go to File > Add or Remove Snap-ins


3. Choose Certificates and click Add


4. When prompted choose Computer Account, click Next and choose Local Computer. Click Finish and OK to close the Add or Remove Snap-ins dialog.


5. In the console, click Certificates under the Console Root tree. Double click Trusted Root Certification Authorities.


6. Right click on Certificates in the Object Type window and choose All Tasks > Import


7. Follow the Certificate File ImportWizard. Browse to theEquifax_Secure_Certificate_Authority.pem file downloaded previously and click next

8. Ensure that the “Place all certs in the following store” radio button is selected and check that the Certificate Store is “Trusted Root Certification Authorities”. Click Next then Finish.


9. In the list of certificates, right click the certificate that was just imported (Equifax Secure Certificate Authority) and choose All Tasks > Export


10. Follow the Certificate File Export wizard. Chose the DER encoded binary X.509 (.DER) format and click next


11. Specify Equifax as the filename. Click Next > Finish


Install and Test the Certificate

1. Go to the device RUI: Settings/Registration > Management Settings > Device Management > CA Certificate Settings


2. Click Register CA Certificate


3. Click Install


4. Browse to the certificate exported above


5. Click Start Installation


6. Select the certificate and click Click register.


7. Go back to the CA Certificate list and confirm that the last entry is an Equifax certificate


8. Go to the Mobile Connect page in the RUI and confirm that the printer can now be registered




Download SSL Certificaat Google Cloud Print [PDF, 431KB] >

< terug naar overzichtspagina



Display melding “Printer Vul papier bij” i.c.m. Uniflow

Deze procedure beschrijft het oplossen (en voorkomen) van de foutmelding “Vul papier bij”. Schakel machine niet uit maar volg onderstaande procedure, uitschakelen van de machine en daarna opstarten (en opnieuw verbinding maken met uniFLOW server) kost meer tijd.



1. Er is een printopdracht naar de machine gestuurd en de machine meldt in het display:

2- Tevens knippert het oranje statuslampje1-Er is een printopdracht naar de











2. Tevens knippert het oranje statuslampje.
Log (indien nodig) in met pas of code.



3. Afhankelijk van het betreffende type, druk op de Status toets druk op de Status toets
of selecteer in het touchscreen de selecteer in het touchscreen de toets toets.


4. De machine geeft nu aan welk papierformaat4-De machine geeft nu aan welk papierformaat

(4a) en welke cassette

(4b) er is aangestuurd vanuit de applicatie. In het voorbeeld is de handinvoer aangestuurd met A4 terwijl er geen papier in de handinvoer aanwezig is.









5a. Selecteer nu een andere (alternatieve) cassette. 5a-Selecteer nu een andere

5b. Selecteer OK. De opdracht zal nu alsnog uitgeprint worden.









LET OP !


Om herhaling van deze melding(en) te voorkomen dient in de betreffende applicatie(s) het papierformaat en de lade-aansturing gecontroleerd te worden. Vanuit bijvoorbeeld MS Word gaat dit regelmatig fout omdat de pagina-instellingen in het Word-document de instellingen die u in de eigenschappen van de printer driver opgeeft overschrijven! Voor meer informatie m.b.t. aansturing vanuit MS Word http://support.microsoft.com/kb/904805/nl








Download Gen2 machine maakt af en toe geluid i.c.m. uniFLOW [PDF, 489KB] >

< terug naar overzichtspagina



Scandensiteit en achtergronddensiteit aanpassen

Deze procedure beschrijft het aanpassen van de densiteit van de scanfunctie, hiermee kan ook de achtergronddensiteit aangepast worden. Voor bijvoorbeeld het inscannen van documenten uit een krant of tijdschrift waarbij de achtergrond (licht)gekleurd is.


1. Plaats de te scannen originelen in de documentinvoer of op de glasplaat.


2. Selecteer de gewenste bestemming.


3. Selecteer Opties.

3-Selecteer Opties

4. Selecteer Densiteit.

4-Selecteer Densiteit

5. Pas de densiteit van de scan aan met behulp van de lichter of donker toets.

5-Pas de densiteit van de scan aan met behulp

6. De achtergronddensiteit kan worden aangepast in het onderste gedeelte van het display. Selecteer Auto om de machine zelf de beste waarde te laten bepalen of Selecteer Aanpassen om zelf de achtergronddensiteit aan te passen.

Selecteer Aanpassen

7. Pas de achtergronddensiteit van de scan aan met behulp van de lichter of donker toets. Selecteer (indien gewenst) Elke kleur aanpassen om per kleur de achtergronddensiteit aan te kunnen passen.

7-Pas de achtergronddensiteit



Download Scandensiteit en achtergronddensiteit aanpassen [PDF, 327KB] >

< terug naar overzichtspagina



Snelmenutoets aanmaken t.b.v. scannen

Deze procedure beschrijft het maken van een snelmenutoets voor het scannen. In deze procedure wordt de snelmenutoets gemaakt voor gebruik met Scan2Process, maar deze procedure kan ook worden gebruikt voor het aanmaken van een snelmenutoets voor andere softwarepakketten (Océ File DispatchIT, Decos, Xtendis etc.) of andere aangepaste scaninstellingen.


Inloggen via het bedieningspaneel als Beheerder

3-Voer bij Systeembeheerder ID en Systeem PIN

1. Druk op de 1-Druk op de Instellingen-Registratie toetsInstellingen/Registratie toets.


2. Selecteer Inloggen.


3. Voer bij Systeembeheerder ID en Systeem PIN de juiste gegevens in.


4. Selecteer Aanmelden (Inloggen).


5. Selecteer Sluiten.


Aanmaken snelmenutoets


1. Selecteer Scannen en verzenden.


2. Kies een adres uit het adresboek of selecteer Nieuwe bestemming.


3. Wijzig (indien gewenst) de scaninstellingen.

3-Wijzig indien gewenst de scaninstellingen

4. Selecteer Opties, ga naar de 2e pagina en selecteer Bestandsnaam.

4-Selecteer Opties ga naar de 2e pagina

4. Selecteer Bestands-naam en vul via het touchscreen de gewenste prefix in.

4-Selecteer Bestands-naam

5. Selecteer OK om de instelling te bevestigen.


6. Selecteer 6-Selecteer toets rechtsbovenin het display toets rechtsbovenin het display.


7. Selecteer Registreer bij snelmenu.

3-Wijzig indien gewenst de scaninstellingen

8. Controleer scaninstellingen en selecteer Volgende.

8-Controleer scaninstellingen en selecteer Volgende

9. Selecteer Uit (2x) en selecteer Volgende.

9-Selecteer Uit 2x en selecteer Volgende

10. Selecteer een vrije snelmenu knop en selecteer Volgende.

10-Selecteer een vrije snelmenu knop en selecteer Volgende

11. Selecteer Naam en vul via het touchscreen de gewenste Naam in. Selecteer Opmerking en vul via het touchscreen de gewenste Opmerking in.

11-Selecteer Naam en vul via

12. Selecteer OK om de instelling te bevestigen.


13. Selecteer Sluiten.


14. Selecteer Uitloggen om terug te keren naar het Hoofdmenu.


15. De snelmenu-toets is vanaf nu beschikbaar via de snelmenutoets snelmenutoets .

15-De snelmenu-toets is vanaf nu beschikbaar

Download Scandensiteit en achtergronddensiteit aanpassen [PDF, 478KB] >

< terug naar overzichtspagina



Driverinstallatie melding “Invalid Color Profile”

Deze procedure beschrijft een aantal workarounds die gebruikt kunnen worden indien er bij het installeren van de driver een melding komt m.b.t. Invalid Color Profile.

Invalid Color Profile

Hierdoor kan de printer driver installatie niet worden afgerond. Tot heden is niet bekend wat de oorzaak van deze klacht is. Om toch een succesvolle driverinstallatie te realiseren, zijn er een aantal workarounds mogelijk.

Algemene informatie

De melding heeft betrekking op een defect kleurprofiel. Eerst dient het corrupte profiel te worden opgezocht. De kleur profielen bevinden zich op een x86 systeem op de volgende locatie : system root /windows/system32/spool/drivers/color.

Door met de rechter muisknop één voor één de ‘ICC files’ te selecteren, wordt duidelijk of het profiel is geïnstalleerd of niet. Bij een niet geïnstalleerd ICC profiel kan men kiezen voor ‘install profile’. Als de installatie mislukt dan zal de volgende foutmelding ‘not a valid color profile’ op het scherm worden getoond. Het desbetreffende kleurprofiel is corrupt.

De ICC profielen kunnen niet worden verwijderd, omdat het besturingssysteem deze vast houdt. Een door Microsoft ondersteunde oplossing is er niet. Zoals eerder vermeld zijn er een aantal workarounds mogelijk.
De ICC profielen

Workaround 1

Probeer bij de niet werkende ICC profielen de uninstall procedure uit te voeren.

 Probeer bij de niet werkende ICC profielen


Workaround 2

Server/werkstation herstarten en direct na herstart de spoolerservices stoppen en starten. Daarna proberen om de kleurprofielen te verwijderen.


Workaround 3

Server/ werkstation op starten met een opstartbare CD/DVD en dan de niet werkende ICC profielen handmatig te verwijderen.


Workaround 4

Het is ook mogelijk een Freeware pakket (bijvoorbeeld Unlocker 1.9.1) te installeren. Dit is een applicatie die de processen kan beëindigen die verantwoordelijk zijn voor het niet kunnen verwijderen van de defecte profielen.

Na het succesvol uitvoeren van één (of meerdere) van bovenstaande workarounds kan de driverinstallatie nogmaals worden uitgevoerd. De kleur profielen worden met installatie van de nieuwe printer driver weer geplaatst, waarna deze wel correct werken.





Download Driverinstallatie melding “Invalid Color Profile” [PDF, 201KB] >

< terug naar overzichtspagina



Doorsturen van ontvangen faxen naar e-mail. (via bedieningspaneel)

Deze procedure beschrijft het aanpassen van de automatische uitschakeltijd. Deze instelling zorgt ervoor dat de machine automatisch (na de ingestelde tijd) uitschakelt en staat standaard ingesteld op 4 uur. Door de instelling aan te passen naar 0 zal de machine niet volledig uitschakelen en dus wel bereikbaar blijven via het netwerk.


Inloggen via het bedieningspaneel als Beheerder


3-Voer bij Systeembeheerder ID en Systeem PIN

1. Druk op de 1-Druk op de Instellingen-Registratie toetsInstellingen/Registratie toets.


2. Selecteer Inloggen.


3. Voer bij Systeembeheerder ID en Systeem PIN de juiste gegevens in.


4. Selecteer Aanmelden (Inloggen).









Aanpassen uitschakeltijd


2-Selecteer Tijdklok-Energie instellingen

1. Selecteer Voorkeuren.



2. Selecteer Tijdklok/Energie instellingen.



3. Selecteer Auto uitschakeltijd.



4. Selecteer ▼ totdat waarde 0 (=Uit) zichtbaar is.



5. Selecteer OK.
3-Selecteer Auto uitschakeltijd


6. Selecteer Sluiten.



7. Selecteer Uitloggen om terug te keren naar het standaard scherm.




Automatische uitschakeltijd aanpassen (via webinterface).



Deze procedure beschrijft het aanpassen van de automatische uitschakeltijd. Deze instelling zorgt ervoor dat de machine automatisch (na de ingestelde tijd) uitschakelt en staat standaard ingesteld op 4 uur. Door de instelling aan te passen naar 0 zal de machine niet volledig uitschakelen en dus wel bereikbaar blijven via het netwerk.


1. Start een web browser op en vul in de adresbalk het IP-adres van de printer in. Het IP-adres van de printer is te vinden op het afdrukrapport (configuratiepagina).



Uitprinten van een afdrukrapport op de machine:

  • Druk op de Instellingen/Registratie toets.
  • Selecteer Voorkeuren.
  • Selecteer Netwerk.
  • Selecteer Afdrukrapport.
  • Selecteer Ja.
  • Het afdrukrapport wordt afgedrukt.
  • Wanneer het rapport afgedrukt is selecteer dan Sluiten.


2. Voer System Manager ID en System PIN in en selecteer daarna Administrator Login.

2-Voer System Manager ID en System PIN

3. Selecteer Settings/Registration.


Selecteer Timer/Energy Settings.


Selecteer Auto Shutdown Settings.


Selecteer Auto Shutdown Setting

4. Selecteer bij Auto Shutdown Time Off. Selecteer OK om instelling te bevestigen.

4-Selecteer bij Auto Shutdown Time Off

5. Selecteer rechts bovenin Log Out.





Download Automatische uitschakeltijd aanpassen (via bedieningspaneel) [PDF, 435KB] >

< terug naar overzichtspagina



Controleren van afdrukopdrachten. (via bedieningspaneel)

Deze procedure beschrijft het aanpassen van de automatische uitschakeltijd. Deze instelling zorgt ervoor dat de machine automatisch (na de ingestelde tijd) uitschakelt en staat standaard ingesteld op 4 uur. Door de instelling aan te passen naar 0 zal de machine niet volledig uitschakelen en dus wel bereikbaar blijven via het netwerk.


Inloggen via het bedieningspaneel als Beheerder


3-Voer bij Systeembeheerder ID en Systeem PIN

1. Druk op de 1-Druk op de Instellingen-Registratie toetsInstellingen/Registratie toets.


2. Selecteer Inloggen.


3. Voer bij Systeembeheerder ID en Systeem PIN de juiste gegevens in.


4. Selecteer Aanmelden (Inloggen).









Aanpassen uitschakeltijd


2-Selecteer Tijdklok-Energie instellingen

1. Selecteer Voorkeuren.



2. Selecteer Tijdklok/Energie instellingen.



3. Selecteer Auto uitschakeltijd.



4. Selecteer ▼ totdat waarde 0 (=Uit) zichtbaar is.



5. Selecteer OK.
3-Selecteer Auto uitschakeltijd


6. Selecteer Sluiten.



7. Selecteer Uitloggen om terug te keren naar het standaard scherm.




Automatische uitschakeltijd aanpassen (via webinterface).



Deze procedure beschrijft het aanpassen van de automatische uitschakeltijd. Deze instelling zorgt ervoor dat de machine automatisch (na de ingestelde tijd) uitschakelt en staat standaard ingesteld op 4 uur. Door de instelling aan te passen naar 0 zal de machine niet volledig uitschakelen en dus wel bereikbaar blijven via het netwerk.


1. Start een web browser op en vul in de adresbalk het IP-adres van de printer in. Het IP-adres van de printer is te vinden op het afdrukrapport (configuratiepagina).



Uitprinten van een afdrukrapport op de machine:

  • Druk op de Instellingen/Registratie toets.
  • Selecteer Voorkeuren.
  • Selecteer Netwerk.
  • Selecteer Afdrukrapport.
  • Selecteer Ja.
  • Het afdrukrapport wordt afgedrukt.
  • Wanneer het rapport afgedrukt is selecteer dan Sluiten.


2. Voer System Manager ID en System PIN in en selecteer daarna Administrator Login.

2-Voer System Manager ID en System PIN

3. Selecteer Settings/Registration.


Selecteer Timer/Energy Settings.


Selecteer Auto Shutdown Settings.


Selecteer Auto Shutdown Setting

4. Selecteer bij Auto Shutdown Time Off. Selecteer OK om instelling te bevestigen.

4-Selecteer bij Auto Shutdown Time Off

5. Selecteer rechts bovenin Log Out.





Download Automatische uitschakeltijd aanpassen (via bedieningspaneel) [PDF, 435KB] >

< terug naar overzichtspagina



Canon Remote Operation Viewer

Deze procedure beschrijft het aanpassen van de automatische uitschakeltijd. Deze instelling zorgt ervoor dat de machine automatisch (na de ingestelde tijd) uitschakelt en staat standaard ingesteld op 4 uur. Door de instelling aan te passen naar 0 zal de machine niet volledig uitschakelen en dus wel bereikbaar blijven via het netwerk.


Inloggen via het bedieningspaneel als Beheerder


3-Voer bij Systeembeheerder ID en Systeem PIN

1. Druk op de 1-Druk op de Instellingen-Registratie toetsInstellingen/Registratie toets.


2. Selecteer Inloggen.


3. Voer bij Systeembeheerder ID en Systeem PIN de juiste gegevens in.


4. Selecteer Aanmelden (Inloggen).









Aanpassen uitschakeltijd


2-Selecteer Tijdklok-Energie instellingen

1. Selecteer Voorkeuren.



2. Selecteer Tijdklok/Energie instellingen.



3. Selecteer Auto uitschakeltijd.



4. Selecteer ▼ totdat waarde 0 (=Uit) zichtbaar is.



5. Selecteer OK.
3-Selecteer Auto uitschakeltijd


6. Selecteer Sluiten.



7. Selecteer Uitloggen om terug te keren naar het standaard scherm.




Automatische uitschakeltijd aanpassen (via webinterface).



Deze procedure beschrijft het aanpassen van de automatische uitschakeltijd. Deze instelling zorgt ervoor dat de machine automatisch (na de ingestelde tijd) uitschakelt en staat standaard ingesteld op 4 uur. Door de instelling aan te passen naar 0 zal de machine niet volledig uitschakelen en dus wel bereikbaar blijven via het netwerk.


1. Start een web browser op en vul in de adresbalk het IP-adres van de printer in. Het IP-adres van de printer is te vinden op het afdrukrapport (configuratiepagina).



Uitprinten van een afdrukrapport op de machine:

  • Druk op de Instellingen/Registratie toets.
  • Selecteer Voorkeuren.
  • Selecteer Netwerk.
  • Selecteer Afdrukrapport.
  • Selecteer Ja.
  • Het afdrukrapport wordt afgedrukt.
  • Wanneer het rapport afgedrukt is selecteer dan Sluiten.


2. Voer System Manager ID en System PIN in en selecteer daarna Administrator Login.

2-Voer System Manager ID en System PIN

3. Selecteer Settings/Registration.


Selecteer Timer/Energy Settings.


Selecteer Auto Shutdown Settings.


Selecteer Auto Shutdown Setting

4. Selecteer bij Auto Shutdown Time Off. Selecteer OK om instelling te bevestigen.

4-Selecteer bij Auto Shutdown Time Off

5. Selecteer rechts bovenin Log Out.





Download Automatische uitschakeltijd aanpassen (via bedieningspaneel) [PDF, 435KB] >

< terug naar overzichtspagina



Canon E-maintenance

Deze procedure beschrijft het aanpassen van de automatische uitschakeltijd. Deze instelling zorgt ervoor dat de machine automatisch (na de ingestelde tijd) uitschakelt en staat standaard ingesteld op 4 uur. Door de instelling aan te passen naar 0 zal de machine niet volledig uitschakelen en dus wel bereikbaar blijven via het netwerk.


Inloggen via het bedieningspaneel als Beheerder


3-Voer bij Systeembeheerder ID en Systeem PIN

1. Druk op de 1-Druk op de Instellingen-Registratie toetsInstellingen/Registratie toets.


2. Selecteer Inloggen.


3. Voer bij Systeembeheerder ID en Systeem PIN de juiste gegevens in.


4. Selecteer Aanmelden (Inloggen).









Aanpassen uitschakeltijd


2-Selecteer Tijdklok-Energie instellingen

1. Selecteer Voorkeuren.



2. Selecteer Tijdklok/Energie instellingen.



3. Selecteer Auto uitschakeltijd.



4. Selecteer ▼ totdat waarde 0 (=Uit) zichtbaar is.



5. Selecteer OK.
3-Selecteer Auto uitschakeltijd


6. Selecteer Sluiten.



7. Selecteer Uitloggen om terug te keren naar het standaard scherm.




Automatische uitschakeltijd aanpassen (via webinterface).



Deze procedure beschrijft het aanpassen van de automatische uitschakeltijd. Deze instelling zorgt ervoor dat de machine automatisch (na de ingestelde tijd) uitschakelt en staat standaard ingesteld op 4 uur. Door de instelling aan te passen naar 0 zal de machine niet volledig uitschakelen en dus wel bereikbaar blijven via het netwerk.


1. Start een web browser op en vul in de adresbalk het IP-adres van de printer in. Het IP-adres van de printer is te vinden op het afdrukrapport (configuratiepagina).



Uitprinten van een afdrukrapport op de machine:

  • Druk op de Instellingen/Registratie toets.
  • Selecteer Voorkeuren.
  • Selecteer Netwerk.
  • Selecteer Afdrukrapport.
  • Selecteer Ja.
  • Het afdrukrapport wordt afgedrukt.
  • Wanneer het rapport afgedrukt is selecteer dan Sluiten.


2. Voer System Manager ID en System PIN in en selecteer daarna Administrator Login.

2-Voer System Manager ID en System PIN

3. Selecteer Settings/Registration.


Selecteer Timer/Energy Settings.


Selecteer Auto Shutdown Settings.


Selecteer Auto Shutdown Setting

4. Selecteer bij Auto Shutdown Time Off. Selecteer OK om instelling te bevestigen.

4-Selecteer bij Auto Shutdown Time Off

5. Selecteer rechts bovenin Log Out.





Download Automatische uitschakeltijd aanpassen (via bedieningspaneel) [PDF, 435KB] >

< terug naar overzichtspagina



Canon E-maintenance communicatie

E-maintenance wordt gebruikt om tellerstanden en storingen van de machine en (indien dit is opgenomen in het contract) ook tonermeldingen te versturen naar Canon.

E-maintenance wordt gebruikt

Volg onderstaande stappen om de communicatie te testen en evt. communicatieproblemen op te lossen. Indien melding “Communicatie mislukt” verschijnt, wacht een paar minuten en probeer opnieuw, indien bij de volgende poging weer geen communicatie mogelijk is, neem contact op met Canon en geef tevens de foutcode die op het display zichtbaar is door. Ter info: Indien de machine tijdens de communicatietest ook bezig is met ontvangen of verwerken van een print en/of scanopdracht kan er geen (goede) communicatietest plaatsvinden..

Indien de machine tijdens de communicatietest

Canon E-maintenance (Communicatietest).


Deze procedure beschrijft het testen van de E-maintenance communicatie.

Uitvoeren van de communicatietest:

1. Druk op de -Druk op de 123 toets toets.

2. Selecteer Bewakingsdienst.

2-Selecteer Bewakingsdienst

3. Selecteer Communicatietest.


3-Selecteer Communicatietest

4. Selecteer Start Test.


4-Selecteer Start Test

4. Indien melding op display “Communicatie gelukt”.*
Selecteer OK.


4-Indien melding op display

5. Druk op de Reset toets 5-Druk op de Reset toets om terug te keren naar het beginscherm.

* Indien melding “Communicatie mislukt” wacht een aantal minuten en probeer opnieuw, indien bij 2e poging weer geen communicatie mogelijk is, ga door naar de volgende stap in de flowchart.


Canon E-maintenance (poort 443).


E-maintenance maakt voor de uitgaande communicatie gebruik van poort 443 naar de “UGW server”. Eventueel is het voldoende om (in de firewall) poort 443 alleen voor uitgaande communicatie naar https://a01.ugwdevice.net/ugw/agentif010 “open” te zetten.


Onderstaande procedure test de verbinding naar de E-maintenance server.


Test via “command prompt”:


1. Gebruik de netwerkaansluiting van de multifunctional om deze test uit te voeren.


Afhankelijk van de (firewall) instellingen kan het nodig zijn om ook het IP-adres van de machine te gebruiken voor deze test.


2. Start de “command prompt” op en vul in: telnet a01.ugwdevice.net 443, bevestig met Enter

2-Start de command prompt

3. Indien de “command prompt scherm helemaal zwart wordt staat de poort open en zou er dus communicatie mogelijk moeten zijn, anders verschijnt “connect failed”.

3-Indien de command prompt


Canon E-maintenance (Proxy).


Om E-maintenance communicatie mogelijk te maken kan het nodig zijn de gegevens van de Proxy-server in te stellen in de multifunctional. Dat kan zowel via het bedieningspaneel als via de webinterface.


Proxyinstellingen via bedieningspaneel:

1. Druk op de Instellingen/Registratie 1-Druk op de Instellingen-Registratie toets toets.

2. Selecteer Inloggen.

3. Voer bij Systeembeheerder ID en Systeem PIN de juiste gegevens in.

4. Selecteer Aanmelden (Inloggen).

5. Selecteer Voorkeuren.

6. Selecteer Netwerk.

7. Selecteer TCP/IP instellingen.

8. Selecteer Proxy instellingen.

9. Controleer de proxy instellingen, mogelijk is ook “Gebruik Proxy met zelfde domein” en/of Authentificatie instellingen nodig.

9-Controleer de proxy instellingen


Proxyinstellingen via webinterface:

1. Start een web browser op en vul in de adresbalk het IP-adres van de printer in.

2. Voer System Manager ID en System PIN in en selecteer daarna Administrator Login.

3. Selecteer Settings/Registration.

4. Selecteer Network Settings.

5. Selecteer Proxy Settings.

6. Controleer de proxy instellingen, mogelijk is ook “Use Proxy within Same Domain” en/of Authentificatie instellingen nodig.

6-Controleer de proxy instellingen















 




Download Canon E-maintenance communicatie [PDF, 736KB] >

< terug naar overzichtspagina



Vervangen van het nietpatroon

Deze procedure beschrijft het vervangen van een nietpatroon in de finisher.

LET OP: - Gebruik uitsluitend nietpatronen die geschikt zijn voor deze machine.
             - Verwijder de tape die de nietjes bijeen houdt niet voordat u de nietpatroon in het nietapparaat heeft geplaatst.


1. Open de voordeur van de finisher en trek de niethouder aan de groene handgreep naar buiten. 

1-Open de voordeur van de finisher

2. Druk op het gedeelte waar PUSH staat aan beide zijden van de nietpatroon en trek vervolgens de houder van het nietapparaat naar buiten.

2-Druk op het gedeelte waar PUSH

3. Plaats de nieuwe nietpatroon. Druk de met een veer uitgevoerde behuizing omlaag tot deze vastklikt.

3-Plaats de nieuwe nietpatroon

4. Verwijder de tape van de nietjes door deze in een rechte lijn naar buiten te trekken.

4-Verwijder de tape

5. Druk de houder voorzichtig terug in de finisher tot deze stevig op zijn plaats zit en sluit de voordeur van de finisher.

5-Druk de houder voorzichtig terug

 



Download Vervangen van het nietpatroon [PDF, 736KB] >

< terug naar overzichtspagina



Beheerder inloggegevens wijzigen (via bedieningspaneel)

Deze procedure beschrijft het wijzigen van het beheerders ID en wachtwoord.

LET OP ! Zorg ervoor dat de gewijzigde inloggegevens van de beheerder beschikbaar zijn voor een Canon
              Engineer die ter plaatse komt. Als de Engineer niet kan inloggen kan de Engineer besluiten de beheerdersgegevens weer terug te zetten naar de standaard instelling.


Inloggen via het bedieningspaneel als Beheerder

1. Druk op de Instellingen/Registratie 1-Druk op de Instellingen-Registratie toets toets.

2. Selecteer Inloggen.

3. Voer bij Systeembeheerder ID en Systeem PIN de juiste gegevens in.

4. Selecteer Aanmelden (Inloggen).

3-Voer bij Systeembeheerder ID en Systeem PIN

Wijzigen Beheerderswachtwoord

1. Selecteer Beheerinstellingen.

2. Selecteer Gebruikersbeheer.

2-Selecteer Gebruikersbeheer

3. Selecteer Instellingen Systeembeheerderinformatie.

3-Selecteer Instellingen Systeembeheerderinformatie

4. Selecteer (indien ID aangepast moet worden) ID Systeembeheerder en vul door middel van de numerieke toetsen de nieuwe ID in.

4-Selecteer indien ID aangepast moet worden

5. Selecteer (indien beheerders pincode aangepast moet worden) Systeem PIN en vul door middel van de numerieke toetsen de nieuwe pincode in.

5-Selecteer indien beheerders pincode

6. Selecteer Bevestigen en vul opnieuw de nieuwe pincode in.

6-Selecteer Bevestigen

7. Selecteer OK.

8. Selecteer Uitloggen om terug te keren naar het standaard scherm.


Beheerder inloggegevens wijzigen (via webinterface).

Deze procedure beschrijft het wijzigen van het beheerders ID en wachtwoord.

LET OP ! Zorg ervoor dat de gewijzigde inloggegevens van de beheerder beschikbaar zijn voor een Canon Engineer die ter plaatse komt. Als de Engineer niet kan inloggen kan de Engineer besluiten de beheerdersgegevens weer terug te zetten naar de standaard instelling.


1. Start een web browser op en vul in de adresbalk het IP-adres van de printer in. Het IP-adres van de printer is te vinden op het afdrukrapport (configuratiepagina).


Uitprinten van een afdrukrapport op de machine:

  • Druk op de 1-Druk op de Instellingen-Registratie toetsInstellingen/Registratie toets.
  • Selecteer Voorkeuren.
  • Selecteer Netwerk.
  • Selecteer Afdrukrapport.
  • Selecteer Ja.
  • Het afdrukrapport wordt afgedrukt.
  • Wanneer het rapport afgedrukt is selecteer dan Sluiten.

2. Voer System Manager ID en System PIN in en selecteer daarna Administrator Login.
2-Voer System Manager ID en System PIN

3. Selecteer Settings/Registration onder Management Settings.

4. Selecteer User Management.

5. Selecteer System Manager/Contact Person Information Settings.

6. Wijzig (indien ID aangepast moet worden) de System Manager ID.
6-Wijzig indien ID aangepast moet worden

7. Selecteer (als beheerders pincode moet worden aangepast) ☑ Change PIN.

8. Vul bij Current System PIN de huidige pincode in en daarna bij System PIN en Confirm de nieuwe pincode.

8-Vul bij Current System PIN

9. Selecteer OK om de instelling te bevestigen.

10. Selecteer Log Out om uit te loggen en terug te keren















Download Beheerder inloggegevens wijzigen (via bedieningspaneel) [PDF, 550KB] >

< terug naar overzichtspagina



Overzicht foutcodes (#xxx)

Als tijdens verzending (scan2mail/scan2folder/fax) of ontvangen (printen/faxen) van een document een storing optreedt, verschijnt op het opdrachtlog op het scherm Status monitor/Annuleren een foutmelding en deze treft u ook aan op diverse rapporten. Kijk om welke foutcode het gaat en tref daarna de nodige maatregelen om het probleem op te lossen of geef deze code door bij het melden van een storing bij Canon.







Download Overzicht foutcodes [PDF, 696KB] >

< terug naar overzichtspagina



E-Mailadres toevoegen aan adresboek/sneltoets (via bedieningspaneel)

Deze procedure beschrijft het toevoegen van een e-mailadres aan het adresboek (sneltoets) van de machine via het bedieningspaneel.


1. Selecteer Scannen en verzenden.


2. Selecteer Sneltoets.


3. Selecteer Registreren.


4. Selecteer een vrije toets (bijvoorbeeld) 001.


5. Selecteer Registreren/Bewerken.


6. Selecteer E-mail.


7. Selecteer Naam en vul via het touchscreen de Voornaam + Achternaam van de gebruiker in.


8. Selecteer OK.


9. Selecteer Sneltoetsnaam en vul via het touchscreen de Voornaam van de gebruiker in.


10. Selecteer OK.


11. Selecteer Volgende.


12. Selecteer E-mailadres en vul via het touchscreen het volledige mailadres van de gebruiker in.


13. Selecteer OK.


14. Selecteer OK.


15. Selecteer Sluiten.


Aangemaakte gebruiker(s) zijn nu te vinden in het sneltoets adresboek.


Aangemaakte gebruiker

Tip.

Wanneer de hierboven aangemaakte adressen veel gebruikt gaan worden, kan het bedieningspaneel aangepast worden zodat de gebruikers (en hun emailadressen) makkelijker bereikbaar zijn.


Druk op de Druk op de Instellingen-Registratie toetsInstellingen/Registratie toets.

Selecteer Functie-instellingen.

Selecteer Verzenden.

Selecteer Algemene instellingen.

Selecteer Standaard scherm.

Selecteer Sneltoets.

electeer OK.

Selecteer Sluiten.




Download E-Mailadres toevoegen aan adresboek/sneltoets (via bedieningspaneel) [PDF, 271KB] >

< terug naar overzichtspagina



Canon e-Maintenance communicatie iR-Advanced

E-maintenance wordt gebruikt om tellerstanden en storingen van de machine en (indien dit is opgenomen in het contract) ook tonermeldingen te versturen naar Canon.

Canon e-Maintenance communicatie iR-Advanced-kort

Volg onderstaande stappen om de communicatie te testen en eventuele communicatieproblemen op te lossen.


Ter info: Indien de machine tijdens de communicatietest ook bezig is met ontvangen of verwerken van een print en/of scanopdracht kan er geen (goede) communicatietest plaatsvinden.

Volg onderstaande stappen

Canon e-Maintenance (Communicatietest)


Deze procedure beschrijft het testen van de E-maintenance communicatie.


Uitvoeren van de communicatietest:

 1. Druk op de toets.
1-Druk-op-de-123-toets-01

 2. Selecteer Bewakingsdienst.
2. Selecteer Bewakingsdienst


3. Selecteer Communicatietest.

3- Selecteer Communicatietest

4. Selecteer Start Test.

4- Selecteer Start Test

4. Indien melding op display “Communicatie gelukt”.* Selecteer OK.

4- Indien melding op display Communicatie gelukt

5. Druk op de Reset toets5- Druk op de Reset toets om terug te keren naar het beginscherm.


* Indien melding “Communicatie mislukt” wacht een aantal minuten en probeer opnieuw, indien bij 2e poging weer geen communicatie mogelijk is, ga door naar de volgende stap in de flowchart.

4- Indien melding op display Communicatie gelukt

Canon e-Maintenance (poort 443)


E-maintenance maakt voor de uitgaande communicatie gebruik van poort 443 naar de “UGW server”. Eventueel is het voldoende om (in de firewall) poort 443 alleen voor uitgaande communicatie naar http://a01.ugwdevice.net/ugw/agentif010 of http://b01.ugwdevice.net/ugw/agentif010 “open” te zetten.


Er zijn drie manieren om te testen of poort 443 open staat. Onderstaande procedures testen de verbinding naar de E-maintenance server:


Test 1 via “command prompt”:


1. Gebruik de netwerkaansluiting van de multifunctional om deze test uit te voeren. Afhankelijk van de (firewall) instellingen kan het nodig zijn om ook het IP-adres van de machine te gebruiken voor deze test.


2. Start de “command prompt” op en vul in: telnet a01.ugwdevice.net 443, bevestig met “Enter”.


2-Start de command prompt

3. Indien het “command prompt scherm” helemaal zwart wordt staat de poort open en is er communicatie mogelijk, anders verschijnt “connect failed”.


3- Indien het command prompt scherm

Test 2 via “Internetbrowser”:


1. Gebruik de netwerkaansluiting van de multifunctional om deze test uit te voeren. Afhankelijk van de (firewall) instellingen kan het nodig zijn om ook het IP-adres van de machine te gebruiken voor deze test.

2. Start een internetbrowser op (Internet Explorer, Google Chrome, Firefox) en vul één van de volgende adressen in: http://a01.ugwdevice.net/ugw/agentif010 of http://b01.ugwdevice.net/ugw/agentif010

3. Indien onderstaande melding verschijnt (This Page is not for browsing) staat poort 443 open en is er Communicatie mogelijk


3- Indien onderstaande melding verschijnt

Test 3 gaat ook via “Internetbrowser”:


1. Gebruik de netwerkaansluiting van de multifunctional om deze test uit te voeren. Afhankelijk van de (firewall) instellingen kan het nodig zijn om ook het IP-adres van de machine te gebruiken voor deze test.

2. Start een internetbrowser op (Internet Explorer, Google Chrome, Firefox) en vul het volgende adres in: https://ugwportal.net

3. Indien onderstaande melding verschijnt (Connected!) staat poort 443 open en is er communicatie mogelijk.

3-Indien onderstaande melding verschijnt Connected

Canon e-Maintenance (Proxy)


Om E-maintenance communicatie mogelijk te maken kan het nodig zijn de gegevens van de Proxy-server in te stellen in de multifunctional. Dat kan zowel via het bedieningspaneel als via de webinterface.

Proxyinstellingen via bedieningspaneel:

1. Druk op de Druk op de Instellingen/Registratie toetsInstellingen/Registratie toets.

2. Selecteer Inloggen.

3. Voer bij Systeembeheerder ID en Systeem PIN de juiste gegevens in.

4. Selecteer Aanmelden (Inloggen).

5. Selecteer Voorkeuren.

6. Selecteer Netwerk.

7. Selecteer TCP/IP instellingen.

8. Selecteer Proxy instellingen.

9. Controleer de proxy instellingen, mogelijk is ook “Gebruik Proxy met zelfde domein” en/of Authentificatie instellingen nodig.


8-Selecteer Proxy instellingen

Proxyinstellingen via webinterface:


1. Start een web browser op en vul in de adresbalk het IP-adres van de printer in.

2. Voer System Manager ID en System PIN in en selecteer daarna Administrator Login.

3. Selecteer Settings/Registration.

4. Selecteer Network Settings.

5. Selecteer Proxy Settings.

6. Controleer de proxy instellingen, mogelijk is ook “Use Proxy within Same Domain” en/of Authentificatie instellingen nodig.

6- Controleer de proxy instellingen mogelij



Download Canon e-Maintenance communicatie iR-Advanced [PDF, 805KB] >

< terug naar overzichtspagina



RSOK registreren, installeren & (optioneel) activeren - via LUI

Deze procedure beschrijft het aanpassen van de automatische uitschakeltijd. Deze instelling zorgt ervoor dat de machine automatisch (na de ingestelde tijd) uitschakelt en staat standaard ingesteld op 4 uur. Door de instelling aan te passen naar 0 zal de machine niet volledig uitschakelen en dus wel bereikbaar blijven via het netwerk.


Inloggen via het bedieningspaneel als Beheerder


3-Voer bij Systeembeheerder ID en Systeem PIN

1. Druk op de 1-Druk op de Instellingen-Registratie toetsInstellingen/Registratie toets.


2. Selecteer Inloggen.


3. Voer bij Systeembeheerder ID en Systeem PIN de juiste gegevens in.


4. Selecteer Aanmelden (Inloggen).









Aanpassen uitschakeltijd


2-Selecteer Tijdklok-Energie instellingen

1. Selecteer Voorkeuren.



2. Selecteer Tijdklok/Energie instellingen.



3. Selecteer Auto uitschakeltijd.



4. Selecteer ▼ totdat waarde 0 (=Uit) zichtbaar is.



5. Selecteer OK.
3-Selecteer Auto uitschakeltijd


6. Selecteer Sluiten.



7. Selecteer Uitloggen om terug te keren naar het standaard scherm.




Automatische uitschakeltijd aanpassen (via webinterface).



Deze procedure beschrijft het aanpassen van de automatische uitschakeltijd. Deze instelling zorgt ervoor dat de machine automatisch (na de ingestelde tijd) uitschakelt en staat standaard ingesteld op 4 uur. Door de instelling aan te passen naar 0 zal de machine niet volledig uitschakelen en dus wel bereikbaar blijven via het netwerk.


1. Start een web browser op en vul in de adresbalk het IP-adres van de printer in. Het IP-adres van de printer is te vinden op het afdrukrapport (configuratiepagina).



Uitprinten van een afdrukrapport op de machine:

  • Druk op de Instellingen/Registratie toets.
  • Selecteer Voorkeuren.
  • Selecteer Netwerk.
  • Selecteer Afdrukrapport.
  • Selecteer Ja.
  • Het afdrukrapport wordt afgedrukt.
  • Wanneer het rapport afgedrukt is selecteer dan Sluiten.


2. Voer System Manager ID en System PIN in en selecteer daarna Administrator Login.

2-Voer System Manager ID en System PIN

3. Selecteer Settings/Registration.


Selecteer Timer/Energy Settings.


Selecteer Auto Shutdown Settings.


Selecteer Auto Shutdown Setting

4. Selecteer bij Auto Shutdown Time Off. Selecteer OK om instelling te bevestigen.

4-Selecteer bij Auto Shutdown Time Off

5. Selecteer rechts bovenin Log Out.





Download Automatische uitschakeltijd aanpassen (via bedieningspaneel) [PDF, 435KB] >

< terug naar overzichtspagina



Neem contact op met de ondersteuningsafdeling




Let op: opgegeven informatie in de e-mail wordt uitsluitend gebruikt voor het beantwoorden van uw vraag. Persoonlijke gegevens worden niet gebruikt voor marketingdoeleinden of om u te informeren over andere producten en services waarin u mogelijk bent geïnteresseerd.

Belangrijke mededeling!

Sommige internetproviders blokkeren mogelijk onze antwoorden omdat ze deze als ongewenste berichten beschouwen. Als u zeker wilt zijn van een reactie op uw vraag, raden we u aan om donotreply@support.canon-europe.com aan uw adresboek toe te voegen.

  • Canon
  • ...
  • SUPPORT FAQ en HELP NL