iR32XX FAQ en Help

Wist u dat u veel storingen en problemen zelf kunt oplossen? Op deze FAQ pagina zijn veel gestelde vragen en handige Tips & Tricks om zelf tot een oplossing te komen.

Papierloop problemen voorkomen en oplossen

Met deze instructie willen wij u helpen papierloop problemen te voorkomen en/of op te lossen. Op deze manier heeft u uw machine maximaal tot uw beschikking. Papier is gevoelig voor schommelingen in de luchtvochtigheid. Vooral bij het uit/aan zetten van de centrale verwarming kan er vaker vochtig papier in de machine ontstaan omdat de omgevingstemperatuur plotseling wijzigt. Dit treedt vooral op in het voor –en najaar tijdens vakantieperiodes/lange weekenden. Met mogelijk papierloop problemen als gevolg.

Wat te doen bij storing?

Mocht uw machine toch papierloop problemen hebben, volg dan eerst onderstaande instructies voor u een papierloop storing meldt. Dit is het eerste wat de engineer zal uitvoeren. Deze werkzaamheden vallen buiten het servicecontract.

  1. 1. Neem al het papier uit de printer (om te voorkomen dat er uit een lade geprint wordt waar het papier niet uitgehaald is).
  2. 2. Pak een nieuw pak papier wat geacclimatiseerd is.
  3. 3. Haal het papier uit de wikkel of doos en maak het papier los.
  4. 4. Verwijder eerste en laatste vel en zorg ervoor dat er geen lijmresten van de wikkel op het papier zitten.
  5. 5. Leg het papier in de printer. De pijl op de wikkel/doos wijst naar de zijde van het papier die als eerste bedrukt moet worden.

NB: Indien er geen pijl op de wikkel/doos staat of u weet niet welke zijde eerst bedrukt wordt, test dan even welke zijde boven gelegd moet worden om het papier zo goed mogelijk door de printer te laten lopen. Als het papier door de machine bedrukt is, leg het dan op een vlakke ondergrond en kijk op welke manier het papier het minste krult of golft. Op deze manier kunt u bepalen welke zijde van het papier boven hoort. Mocht u na bovenstaande toch nog papierloop problemen hebben, kun u uw storing melden via: http://www.canon.nl/Support/support_voor_onze_zakelijk_klanten/index.aspx


Voorkomen

Wanneer u uw printer meerdere dagen aaneengesloten niet gebruikt is het raadzaam om het papier uit de printer te halen en in een papierwikkel of papierdoos op te slaan. De wikkel en doos hebben de eigenschap uw papier tegen vocht te beschermen. Als u de printer weer gaat gebruiken legt u het papier weer in de printer. Lees voor meer informatie over het opslaan van uw papier en achtergrondinformatie de volgende pagina.

Papier en luchtvochtigheid

De luchtvochtigheid van de omgeving kan invloed hebben op de verwerkbaarheid van kopieerpapier in de printer. De vezels in het papier zullen uitzetten of samen trekken bij wijzigingen in het vochtgehalte. Dit heeft invloed op de stijfheid en de formatie van het kopieerpapier.

Vocht en temperatuur

Wanneer er sprake is van een hogere relatieve vochtigheid (RV ) in de omgeving ten opzichte van het papier, zullen de papiervezels vocht opnemen en zwellen. Bij een lagere relatieve vochtigheid onttrekt de omgeving vocht aan het papier, waardoor de papiervezels samen trekken. Dit zwellen of samen trekken wordt ook wel deformatie genoemd. De optimale relatieve vochtigheid in de omgeving ligt rond de 55% bij 21°C.

Deformatie en papier

Veelvoorkomende gevolgen zijn dat het papier gaat krullen:


Randgolf  De papierranden zijn vergroot terwijl het midden gelijk is gebleven. Dit gebeurt wanneer papier is blootgesteld aan een omgeving met een hogere relatieve vochtigheid, ofwel koud papier komt in een warme ruimte. Het vocht condenseert op het papier en de vezels zwellen op.
Randgolf-icoon


Randverkorting  Het vocht het dichtst bij de rand van het papier wordt onttrokken waardoor de randen samen trekken terwijl het midden van het papier de originele afmeting houdt. Dit is het gevolg van lucht met een lagere relatieve vochtigheid dan het papier zelf.
Randverkorting-icoon



Krul  Wanneer papier zonder vochtwerend wikkel voor een langere tijd aan droge lucht wordt blootgesteld zal er krul ontstaan. Deze krul komt ook voor als gevolg van afkoeling na een snelle temperatuurstijging in de printer. Hierbij is over het complete oppervlak van het vel vocht uitgetreden.
Krul-icoon


Voorkomen

Vervormd papier kan vast komen te zitten in de printer en zet de printer daarmee in storing. U kunt dit voorkomen door preventief te handelen. Het is belangrijk dat de omgevingslucht in de opslagruimte van het papier en de ruimte waarin de wikkel wordt geopend dezelfde temperatuur en relatieve vochtigheid hebben. Zolang het papier in de verpakking blijft is de relatieve vochtigheid van de opslagruimte onbelangrijk. Er zal geen vochtuitwisseling optreden tussen opslagruimte en papier door het vochtwerende wikkel. Zodra papier geopend gaat worden in een ruimte met een andere temperatuur, is het belangrijk de in onderstaande tabel genoemde acclimatiseringtijd in acht te nemen:



Toename in temperatuur


Hoeveelheid5 0C10 0C15 0C20 0C
1 pak3 uur5 uur9 uur15 uur
1 doos (5 pak)5 uur10 uur16 uur24 uur
1 doos (10 pak)7 uur14 uur21 uur36 uur
1 pallet14 uur24 uur38 uur72 uur

Download Papierloop problemen voorkomen en oplossen [PDF, 322KB] >

< terug naar overzichtspagina



Papierstoringen oplossen en voorkomen

Deze procedure beschrijft het oplossen (en voorkomen) van papierstoringen op de printers. De papierstoringen kunnen veroorzaakt worden door een onjuiste instelling van de papiergeleiders. In onderstaande procedure wordt uitgegaan van het



1. Verwijder de papierlade uit de printer.

Verwijder-de-papierlade-uit-de-printer

2. Zorg ervoor dat alle papiergeleiders staan ingesteld op het juiste formaat (A4). Er is een “klik” hoorbaar als het formaat goed is ingesteld.

Zorg ervoor dat alle papiergeleiders staan ingesteld op het juiste formaat (A4)

LET OP !
Als het papier goed “opgesloten” ligt (de papiergeleiders zo ver mogelijk naar het papier toe) staat de papiergeleider NIET op het juiste formaat maar tussen A4 en LTR. Dit veroorzaakt juist papierstoringen, de papiergeleider moet dus op A4 staan.



Download Papierstoringen oplossen en voorkomen [PDF, 190KB] >

< terug naar overzichtspagina



Pagina en print instellingen in Office 2010

Bij Office 2010 is de plaats waar de pagina-instellingen gewijzigd kunnen worden anders dan in Office 2007 en oudere versies. Via deze pagina instellingen kan ook de aansturing van de papiercassettes plaatsvinden.

LET OP! Instellingen die worden gedaan via deze methode gaan altijd voor op instellingen in de printerdriver.

Optie 1: Via het tabblad “Pagina-indeling” is het mogelijk deze instellingen te openen.

Optie 1-Via het tabblad Pagina-indeling

Optie 2: De andere manier is via het printerscherm.

Optie 2 De andere manier is via het printerscherm

In Office 2007 en ouder zijn de Office printinstellingen (nieten, dubbelzijdig etc.) in dit scherm te wijzigen:

In Office 2007 en ouder zijn de Office printinstellinge

In Office 2010 zijn deze instellingen beschikbaar via het tabblad “Bestand” en “Afdrukken” .

 
In Office 2010 zijn deze instellingen beschikbaar via het tabblad Bestand



Download Pagina en print instellingen in Office 2010 [PDF, 391KB] >

< terug naar overzichtspagina



Configuratiepagina afdrukken

Deze procedure beschrijft het uitprinten van een configuratierapport van de machine. Op dit rapport zijn diverse gegevens te vinden. Lade-instellingen, SMTP-instellingen (tbv scan2mail), IP-adres gegevens, MAC-adres etc.



Uitprinten van een configuratie-pagina:


Selecteer onder Lijst afdrukken Netwerk

1. Druk op de Extra functies Druk op de Extra functies toets toets.

2. Selecteer Rapportage-instellingen.

3. Selecteer onder Lijst afdrukken Netwerk.

4. Selecteer Lijst met gebruikersgegevens.

5. Selecteer Ja.

6. Druk op de Druk op de reset toetsreset toets zodra de configuratiepagina is afgedrukt.
    De machine keert dan terug naar het standaard scherm.









Download Configuratiepagina afdrukken [PDF, 190KB] >

< terug naar overzichtspagina



Tijd aanpassen (via bedieningspaneel)

Deze procedure beschrijft het aanpassen van de tijd.


Vul de juiste tijd in met behulp door middel van de -+ toets

1. Druk op de 1-Druk op de Extra functies toetsExtra functies toets.

2. Selecteer Tijdklokinstellingen.

3. Selecteer Tijd fijn-aanpassing.

4. Vul de juiste tijd in met behulp door middel van de -/+ toets.

5. Selecteer OK om deze instelling te bevestigen.

6. Druk op de Druk op de reset toetsreset toets zodra de configuratiepagina is afgedrukt.

    De machine keert dan terug naar het standaard scherm.





Datum en Tijd aanpassen (via webinterface).



1. Start een web browser op en vul in de adresbalk het IP-adres van de printer in.

Het IP-adres van de printer is te vinden op de configuratiepagina.

Uitprinten van een configuratiepagina op de machine:

- Druk op de Druk op de Extra functies toetsExtra functies toets.

- Selecteer Rapportage-instellingen.

- Selecteer onder Lijst afdrukken Netwerk.

- Selecteer Lijst met gebruikersgegevens.

- Selecteer Ja.

- Druk op de Druk op de reset toetsreset toets zodra de configuratiepagina is afgedrukt.

De machine keert dan terug naar het standaard scherm.



Selecteer Timer setting

2. Selecteer in de linker kolom Add.Func.

3. Selecteer onder Add.Func. Custom Settings.

4. Voer, indien nodig, het juiste ID Systeem-beheerder en Systeem-wachtwoord in en bevestig dit met OK.

5. Selecteer Timer settings.














Controleer of de Time Zone op GMT-1-00

6. Controleer of de Time Zone op GMT+1:00 staat en zet een vinkje bij Use Daylight Saving Time Settings.

7. Selecteer OK om te bevestigen.

8. Selecteer in de linker kolom (opnieuw) Add.Func.

9. Selecteer onder Add.Func. Custom Settings.









Selecteer Timer settings

10. Selecteer Timer settings.

11. Selecteer rechtsboven Date & Time Settings…

12. Voer de juiste datum en tijd in en bevestig dit met OK.









Download Tijd aanpassen (via bedieningspaneel) [PDF, 318KB] >

< terug naar overzichtspagina



E-mail adres toevoegen aan adresboek

1. Start een web browser op en vul in de adresbalk het IP-adres van de printer in. Het IP-adres van de printer is te vinden op de configuratiepagina.



Uitprinten van een configuratiepagina op de machine:

- Druk op de Druk op de Extra functies toetsExtra functies toets.

- Selecteer Rapportage-instellingen.

- Selecteer onder Lijst afdrukken Netwerk.

- Selecteer Lijst met gebruikersgegevens.

- Selecteer Ja.

- Druk op de Druk op de reset toetsreset toets zodra de configuratiepagina is afgedrukt.

De machine keert dan terug naar het standaard scherm.

Selecteer een van de Address books

2. Selecteer in de linker kolom Address.



Selecteer Register New Address

3. Selecteer één van de Address books.

4. Selecteer Register New Address.



Vul in het volgende scherm de gevraagde gegevens in

5. Vul in het volgende scherm de gevraagde gegevens in.

6. Selecteer OK.











Download E-mail adres toevoegen aan adresboek [PDF, 205KB] >

< terug naar overzichtspagina



LDAP gegevens invoeren/wijzigen

1. Start een web browser op en vul in de adresbalk het IP-adres van de printer in. Het IP-adres van de printer is te vinden op de configuratiepagina.



Uitprinten van een configuratiepagina op de machine:

- Druk op de Druk op de Extra functies toetExtra functies toets.

- Selecteer Rapportage-instellingen.

- Selecteer onder Lijst afdrukken Netwerk.

- Selecteer Lijst met gebruikersgegevens.

- Selecteer Ja.

- Druk op de Druk op de reset toetreset toets zodra de configuratiepagina is afgedrukt.

De machine keert dan terug naar het standaard scherm.



2. Selecteer in de linker kolom Add.Func.

3. Selecteer onder Add.Func. Register LDAP Server.


4. Voer, indien nodig, het juiste ID Systeem-beheerder en Systeem-wachtwoord in en bevestig dit met OK.Selecteer Register






5. Selecteer Register.

6. Vul in het volgende scherm de gevraagde gegevens in en selecteer dan OK.

Vul in het volgende scherm de gevraagde




Download LDAP gegevens invoeren/wijzigen [PDF, 221KB] >

< terug naar overzichtspagina



Netwerkinstelling invoeren/wijzigen

Deze procedure beschrijft het invoeren/wijzigen van een IP-adres of het inschakelen van DHCP.



Inloggen via het bedieningspaneel als Beheerder:


Voer bij ID Systeem-beheerder

1. Druk op de nl_[IMAGE]_gi_2012_0077-1-Druk op de Extra functies toetsExtra functies toets.

2. Selecteer Systeeminstellingen.

3. Voer bij ID Systeem-beheerder en Systeem-wachtwoord de juiste gegevens in.

4. Druk op de ID-toets.











IP-instellingen aanpassen:


Selecteer IP adresinstellingen

1. Selecteer Netwerkinstellingen.

2. Selecteer TCP/IP instellingen.

3. Selecteer IPv4 instellingen.

4. Selecteer IP adresinstellingen.

5. - Voor het instellen van een vast IP-adres:

       Zorg dat DHCP/RARP/BOOTP niet geselecteerd staat. Vul het gewenste IP adres, Subnet mask en Gateway adres in en bevestig dit met OK.
       - Voor het    instellen van IP-adres via DHCP: Selecteer DHCP en bevestig dit met OK.

6. Herstart de machine met hoofdschakelaar aan de rechterzijkant.










Download Netwerkinstelling invoeren/wijzigen [PDF, 214KB] >

< terug naar overzichtspagina



Netwerktest

Deze procedure beschrijft het testen van de netwerkverbinding d.m.v. een pingopdracht vanaf de machine naar een ander IP-adres in het netwerk. Dit kan bijvoorbeeld gebruikt worden om de verbinding te testen naar de DNS server, de SMTP server, de LDAP server etc.



Inloggen via het bedieningspaneel als Beheerder:


Voer bij ID systeem-beheerder

1. Druk op de Druk op de Extra functies toetsExtra functies toets.

2. Selecteer Systeem-instellingen.

3. Voer bij ID systeem-beheerder en Systeem-wachtwoord de juiste gegevens in.

4. Druk op de ID-toets.












IP-ping test uitvoeren:


Selecteer Start

1. Selecteer Netwerk-instellingen.

2. Selecteer TCP/IP instellingen.

3. Selecteer IPv4 instellingen.

4. Selecteer PING commando.

5. Vul het IP-adres in waarnaar er getest moet worden.

6. Selecteer Start.

- Indien er “Geen respons van de host” verschijnt, dan kan (of mag) de machine dus geen contact maken via het netwerk naar het opgegeven IP-adres.

- Indien er “Respons van de host.” verschijnt, dan kan de machine via het netwerk contact maken met het opgegeven IP-adres.

7. Druk op de ID-toets om deze testfunctie af te sluiten.













Download Netwerktest [PDF, 212KB] >

< terug naar overzichtspagina



Papierlade instellingen aanpassen

Lade doorschakeling instellen.



Papierlades instellen die niet automatisch bij een functie gekozen mogen worden, denk aan papierlades met Briefpapier of gekleurd papier.


Selecteer Standaard instellingen

1. Druk op de Extra functies toets.

2. Selecteer Standaard instellingen.

3. Selecteer (m.b.v. de ▼ -toets) Lade geschikt voor APS/ADS.

4. Selecteer de gewenste functie (Kopiëren, Printer, Postbus, etc.).

5. Selecteer UIT bij de papierlades die niet automatisch gekozen mogen worden bij deze functie.

6. Zorg dat bij de functie kopie het vinkje staat bij “controleer type papier”.

7. Selecteer OK.

8. Herhaal de stappen vanaf punt 4 voor de andere functies.

9. Selecteer Gereed.

10. Druk op de Reset-toets om terug te keren naar het hoofdmenu.



“Snelheidprioriteit” of “Afdr.zijde prioriteit” instellen van de papierlades.



“Afdr.zijde prioriteit” moet gekozen worden wanneer er op voorbedrukt of geperforeerd papier enkelzijdig en dubbelzijdig wordt afgedrukt. Wanneer er gekozen wordt voor “Afdr.zijde prioriteit”, gaat de snelheid bij enkelzijdig wel omlaag. Wanneer er alleen enkelzijdig of dubbelzijdig wordt afgedrukt op voorbedrukt papier of geperforeerd papier dan is het mogelijk om “Snelheidprioriteit” te selecteren. De snelheid gaat dan bij enkelzijdig niet omlaag.



Selecteer mbv de-toets Omschakelen van invoermethode

1. Druk op de Extra functies toets.

2. Selecteer Standaard instellingen.

3. Selecteer (m.b.v. de ▼ -toets) Omschakelen van invoermethode voor papier.

4. Selecteer voor iedere papierlade de gewenste “prioriteit”.

5. Selecteer OK.

6. Selecteer Gereed.

7. Druk op de Reset-toets om terug te keren naar het hoofdmenu.









Papier type instellen.



Dit is alleen nodig wanneer er afgedrukt wordt op dikker materiaal.



Selecteer mbv de-toets Opslaan type papier

1. Druk op de Extra functies toets.

2. Selecteer Standaard instellingen.

3. Selecteer (m.b.v. de ▼ -toets) Opslaan type papier.

4. Selecteer de lade die gewijzigd moet worden.

5. Selecteer Instellingen.

6. Selecteer het gewenste materiaal.

7. Selecteer Gereed.

8. Druk op de Reset-toets om terug te keren naar het hoofdmenu.











Download Papierlade instellingen aanpassen [PDF, 284KB] >

< terug naar overzichtspagina



Tellerstanden en serienummer

Deze procedure beschrijft het uitlezen van de tellerstanden en het serienummer.



1. Druk op de 123 toets.

U ziet nu een overzicht van de tellerstanden

2. U ziet nu een overzicht van de tellerstanden.

Tevens is links onder in het display het serienummer zichtbaar.






Download Tellerstanden en serienummer [PDF, 173KB] >

< terug naar overzichtspagina



Standaard scaninstellingen aanpassen

Deze procedure beschrijft het aanpassen van de standaard scaninstellingen, bijvoorbeeld om de machine standaard in stellen op PDF (i.p.v. auto TIFF/PDF) met een resolutie van 300 dpi (i.p.v. 200 dpi).



Standaard instelling aanpassen:



Selecteer Communicatie - instellingen

1. Druk op de Extra functies toets.

2. Selecteer Communicatie - instellingen.












Selecteer TX instellingen

3. Selecteer TX instellingen.

4. Selecteer Bewerken van standaard verzendinstellingen.












Wijzig de gewenste verzend instelling

5. Wijzig de gewenste verzend instelling(en) bij Scanmode en Bestandsindeling.

7. Selecteer OK om de gewijzigde instellingen te bevestigen.

8. Druk op de Reset-toets om terug te keren naar het hoofdmenu.














Download Standaard scaninstellingen aanpassen [PDF, 232KB] >

< terug naar overzichtspagina



Scan to SMB gegevens invoeren

1. Start een web browser op en vul in de adresbalk het IP-adres van de printer in. Het IP-adres van de printer is te vinden op de configuratiepagina.



Uitprinten van een configuratiepagina op de machine:


- Druk op de Extra functies toets.

- Selecteer Rapportage-instellingen.

- Selecteer onder Lijst afdrukken Netwerk.

- Selecteer Lijst met gebruikersgegevens.

- Selecteer Ja.

- Druk op de reset toets zodra de configuratiepagina is afgedrukt.

De machine keert dan terug naar het standaard scherm.

2. Selecteer in de linker kolom Address.

3. Selecteer één van de Address books.

Selecteer één van de Address books

4. Selecteer Register New Address.

Selecteer Register New Address

5. Selecteer File en bevestig dit met Switch Type.

Selecteer File en bevestig dit met Switch Type

6. Vul in het volgende scherm de gevraagde gegevens in.

Let op dat bij Protocol Windows (SMB) geselecteerd is.

-Vul in het volgende scherm

6. Selecteer OK.






Download Scan to SMB gegevens invoeren [PDF, 216KB] >

< terug naar overzichtspagina



Scan to mail gegevens invoeren/wijzigen (via bedieningspaneel)

Inloggen via het bedieningspaneel als Beheerder:


Voer bij ID systeem-beheerder

1. Druk op de Extra functies toets.

2. Selecteer Systeem-instellingen.

3. Voer bij ID systeem-beheerder en Systeem-wachtwoord de juiste gegevens in.

4. Druk op de ID-toets.

















Invoeren/wijzigen mail gegevens:


Selecteer E-MailI-Fax standaard instellingen

1. Selecteer Communicatie instellingen.

2. Selecteer E-Mail/I-Fax standaard instellingen.

3. Wijzig indien gewenst bij Max. TX datagrootte met behulp van de – of + toets de gewenste maximale bestandsgrootte van de bijlage.

4. Wijzig indien gewenst bij Onderwerp de tekst (deze tekst is zichtbaar in de onderwerpregel van de e-mail).



















Selecteer Netwerkinstellingen

5. Selecteer OK.

6. Selecteer Gereed.

7. Selecteer Netwerkinstellingen.

8. Selecteer ▼ om naar 3e scherm te gaan (3/3).

9. Selecteer E-mail/I-fax.

10. Zorg dat bij SMTP ontv. en POP, Uit staat geselecteerd.

11. Vul bij SMTP server het IP-adres of DNS-naam in van de mailserver.

12. Vul bij E-mailadres het gewenste (afzender) e-mailadres in. Pagina 2 van 3









Selecteer Aan bij SMTP Authentificatie

13. Indien SMTP-authenticatie noodzakelijk is, selecteer dan Authent./Encryptie. Indien niet noodzakelijk, Selecteer OK en ga verder met punt 17.

14. Selecteer Aan bij SMTP Authentificatie (SMTP AUTH). Vul daarna de gegevens in m.b.t. Gebruiker en Wachtwoord.

15. Selecteer OK.

16. Selecteer OK.

17. Herstart de machine met de hoofdschakelaar aan de rechterzijkant.
















Scan to mail gegevens invoeren/wijzigen (via webinterface).



1. Start een web browser op en vul in de adresbalk het IP-adres van de printer in. Het IP-adres van de printer is te vinden op de configuratiepagina.


Uitprinten van een configuratiepagina op de machine:

- Druk op de Extra functies toets.

- Selecteer Rapportage-instellingen.

- Selecteer onder Lijst afdrukken Netwerk.

- Selecteer Lijst met gebruikersgegevens.

- Selecteer Ja.

- Druk op de reset toets zodra de configuratiepagina is afgedrukt.

De machine keert dan terug naar het standaard scherm.


2. Selecteer in de linker kolom Add.Func.

3. Selecteer onder Add.Func. Custom Settings.

4. Voer, indien nodig, het juiste ID Systeem-beheerder en Systeem-wachtwoord in en bevestig dit met OK.

Selecteer in de linker kolom Add-Func

5. Selecteer in de rechter kolom onderaan, bij Network Settings: E-mail/I-Fax Settings.

6. Zorg dat bij SMTP Receipt en bij POP Receive geen vinkje staat.

7. Vul de gevraagde gegevens in bij SMTP Server en E-mail Address.

8. Vul bij Use SMTP Authentication de gevraagde gegevens in wanneer de E-mail server SMTPauthenticatie vereist.

9. Selecteer OK.

10. Selecteer in de linker kolom, bij Send and Receive Settings:E-mail/I-Fax Settings.





Settings-E-mail-I-Fax Settings

11. Vul de gewenste maximale bestandsgrootte in van de bijlage. (Ter info: 0 = geen limiet qua bestandsgroote)
















12. Vul bij Default Subject de gewenste tekst in die als onderwerp van de e-mail gebruikt moet worden.

13. Selecteer OK.














Download Scan to mail gegevens invoeren/wijzigen (via bedieningspaneel) [PDF, 375KB] >

< terug naar overzichtspagina



Toevoegen 32 bits driver aan 64 bits server

Installeren van de 64 bits driver op de server


Selecteer Add a printer

1. Ga naar Start.

2. Selecteer Devices and Printers

3. Selecteer Add a printer.



























4-Selecteer Add a local printer en Selecteer Next

4. Selecteer Add a local printer en Selecteer Next.






























Selecteer bij Type of port

5. Selecteer Create a new port.

6. Selecteer bij Type of port voor Standard TCP/IP port en Selecteer Next.



























Vul het IP-adres

7. Vul het IP-adres van de printer in. De Port name wordt automatisch gevuld.

8. Zet het vinkje uit bij Query the printer and automatically select the driver to use.

9. Selecteer Next.



























Selecteer Have Disk

10. Selecteer Have Disk.


11. Vul het pad in naar de juiste 64 bits driver of ga met Browse naar de juiste driver.






























Selecteer OK

12. Selecteer OK.





























Selecteer de juiste driver onder Printers



13. Selecteer de juiste driver onder Printers en Selecteer Next.



























Selecteer de juiste driver onder Printers

14. Vul de printer naam in en Selecteer Next.
































Share de printer en voer de gewenste Share name

15. Share de printer en voer de gewenste Share name in.

16. Selecteer Next.



























Zet eventueel het vinkje bij Set as the default printer

17. Zet eventueel het vinkje bij Set as the default printer en Selecteer Finish.






























Nu is de 64 bits driver op de server geïnstalleerd.


Toevoegen 32 bit driver


Er zijn 2 mogelijkheden om de 32 bit driver toe te voegen op de Server 2008.

1. Kies als eerste de optie, om de printerdriver toe te voegen via Print Management.

2. Als het toevoegen via Print Management niet lukt, moet de driver toegevoegd worden via een 32bit werkstation.


Toevoegen 32 bits driver via Server 2008 Print Management


De 64 bit driver moet op de gebruikelijke manier geïnstalleerd worden, zoals hierboven beschreven.

Op de Server moet de role Print and Document services geïnstalleerd zijn.

Ga naar Print Servers, Server, Drivers

1. Ga naar Start, Administrative tools, Print Management.

2. Ga naar Print Servers, Server, Drivers.















Selecteer Add Driver

3. Klik met de rechtermuisknop op Drivers en Selecteer Add Driver.
























Zet alléén het vinkje bij x86

4. Selecteer Next.

5. Zet alléén het vinkje bij x86 en Selecteer Next.



























6. Selecteer Have Disk.

Selecteer Have Disk

7. Selecteer Browse, en navigeer naar de juiste 32 bits driver en Selecteer OK.

8. Selecteer in het volgende scherm het juiste printer-type en Selecteer Next.

Selecteer in het volgende scherm het juiste printer-type en Selecteer Next

9. Selecteer Finish in het laatste scherm.

Selecteer Finish in het laatste scherm

Installeren van de 32 bits driver op de server via een 32bit client.

1. Log op de client in als (domain)-administrator of als gebruiker met domain-admin rechten.

2. Ga naar Start en Printers en faxapparaten.

3. Selecteer Een printer toevoegen.

Selecteer Een printer toevoegen

4. Selecteer Volgende.

5. Selecteer Netwerkprinter en Selecteer Volgende.

Selecteer Netwerkprinter en Selecteer Volgende

6. Selecteer Verbinding maken met deze printer en vul het netwerkpad in naar de gedeelde printer.

7. Selecteer Volgende.

Selecteer Volgende

8. Nu geeft de client de melding dat er geen juiste driver beschikbaar is. Selecteer OK.

Nu geeft de client de melding

9. Vul het pad in naar de juiste 32 bits driver of ga met Browse naar de juist driver.

10. Selecteer OK.

Selecteer OK

11. Zet de printer eventueel als standaard printer.

12. Selecteer Volgende.

Selecteer Volgende

13. Selecteer Voltooien.

Selecteer Voltooien

14. Selecteer de zojuist geïnstalleerde printer met de rechtermuisknop en Selecteer Eigenschappen.

Selecteer de zojuist geïnstalleerde printer

15. Ga naar het tabblad Delen.

16. Selecteer Extra Stuurprogramma’s.

Selecteer Extra Stuurprogrammas

17. Zet een vinkje bij de juiste driver-versie.

Zet een vinkje bij de juiste driver-versie

18. Selecteer OK.

Selecteer OK

19. Vul het pad in naar de juiste 32 bits driver of ga met Browse naar de juist driver.

Vul het pad in naar de juiste 32 bits driver

20. De juiste bestanden worden nu naar de server gekopieerd.

De juiste bestanden worden

21. Nu is op elk 32 bits werkstation de printer toe te voegen.






Download Toevoegen 32 bits driver aan 64 bits server [PDF, 145KB] >

< terug naar overzichtspagina



LPR poort aanmaken in TCP/IP poort

1. Klik met de rechtermuisknop op de printer en kies Properties of Eigenschappen.

2. Kies het tabblad Ports.

3. Klik op Configure Port.

Klik op Configure Port

4. Selecteer LPR.

5. Vul het woord print in bij Queue Name.

6. Zet een vinkje bij LPR Byte Counting Enabled.

Zet een vinkje bij LPR Byte Counting Enabled

7. Sluit af met OK en Close.






Download LPR poort aanmaken in TCP/IP poort [PDF, 267KB] >

< terug naar overzichtspagina



LPR poort aanmaken in Windows 7

De onderstaande procedure dient te worden uitgevoerd door een (systeem)beheerder of een gebruiker met administrator rechten.

Door verschillende grafische- en computer instellingen kunnen onderstaande schermen afwijken.


1. Kies Start-knopKies Start-knop.

2. Kies voor Configuratiescherm in het Start-menu.

3. Kies voor Programma’s.

Kies voor Programmas

4. Kies voor Windows-onderdelen in- of uitschakelen.
4-Kies voor Windows-onderdelen in- of uitschakelen

5. Zet een vinkje bij LPR-poortmonitor en druk OK.
Zet een vinkje bij LPR-poortmonitor

6. Nu wordt er software geïnstalleerd en verschijnt onderstaand scherm.
Nu wordt er software geïnstalleerd

7. Start de computer opnieuw op als hierom gevraagd wordt.

8. Nu is bij het installeren van een printer de LPR Port beschikbaar.

Nu is bij het installeren van een printer de LPR Port



Download LPR poort aanmaken in Windows 7 [PDF, 419KB] >

< terug naar overzichtspagina



Niet printen van tabelgegevens in MS Excel

Algemene informatie


Deze procedure beschrijft de oplossing voor problemen met het uitprinten van Excel documenten waarbij tabelgegevens worden weggelaten.

Door Microsoft is er half december 2011 een beveiligingsupdate (KB2596596) beschikbaar gesteld, het installeren van deze update kan bovenstaande problemen veroorzaken.

Het advies is dan ook om deze update te (laten) verwijderen.


Bepalen of de update is geïnstalleerd


Bepalen of de update is geïnstalleerd

Deze update bevat bestanden met de versies die worden vermeld in de volgende tabel.


Deze update verwijderen


1. Klik op Start, en klik vervolgens op Uitvoeren.

2. Type appwiz.cpl, en klik vervolgens op OK.

3. Gebruik een van de volgende procedures, afhankelijk van het besturingssysteem dat u gebruikt:

Windows 7 en Windows Vista

- Klik op Geïnstalleerde updates weergeven.

- In de lijst met updates op de update 2596596, en klik vervolgens op Verwijderen.

Windows XP

- Selecteer de Updates weergeven het selectievakje.

In de lijst met updates op de update 2596596, en klik vervolgens op Verwijderen.

Aanvullende informatie

Extra informatie is te vinden via onderstaande link:

http://support.microsoft.com/kb/2596596







Download Niet printen van tabelgegevens in MS Excel [PDF, 218KB] >

< terug naar overzichtspagina



Instellingen Mac t.b.v. scan naar SMB

Maak een map aan op het Bureaublad.


1. Ga in de menubalk naar Archief en selecteer Nieuwe map met de naam Scans.


Ga in de menubalk naar Archief

2. Ga nu naar Systeemvoorkeuren en klik op Delen en selecteer Bestandsindeling. Klik op de + bij Gedeelde mappen.

Ga nu naar Systeemvoorkeuren

3. Blader naar het Bureaublad en selecteer de map Scans en klik op Voeg toe.

Blader naar het Bureaublad

4. Klik nu op de + bij Gebruikers en maak een Nieuwe persoon met de naam scan en klik op “Maak account aan en selecteer nu de aangemaakte gebruiker en klik op Selecteer.

Klik nu op de plus bij Gebruikers

5. Geef deze in het scherm Delen onder Gebruikers Lezen en schrijven rechten door op de tekst Alleen lezen te klikken.

Geef deze in het scherm Delen

6. Zorg ervoor dat de Gebruiker scan geselecteerd is en klik op Opties.

7. Selecteer Deel bestanden en mappen via SMB.

Selecteer Deel bestanden en mappen via SMB

8. Nu is het mogelijk om via SMB naar de MAC te scannen.





Download Instellingen Mac t.b.v. scan naar SMB [PDF, 552KB] >

< terug naar overzichtspagina



FTP configureren in Windows 7

Deze procedure beschrijft het configureren het FTP protocol in Windows 7. Om (bijvoorbeeld) scan naar FTP mogelijk te maken.


1. Ga naar het Control Panel scherm en kies voor Programs en Features.


Ga naar het Control Panel scherm en kies voor Programs en Features

2. Ga naar Turn Windows features on or off.

Ga naar Turn Windows features on or off

3. Selecteer onder Internet Information Services en FTP Server de optie FTP Services en onder Web Management Tools IIS Management Console.

Selecteer onder Internet Information Services

4. Ga terug naar het Control Panel en via Administrative Tools ga je naar de Internet Information Services (IIS) Manager.

Ga terug naar het Control Panel

5. Selecteer Sites en ga met de rechtermuistoets naar Add FTP sites.

Selecteer Sites en ga met de rechtermuistoets naar Add FTP sites

6. Kies een naam voor de FTP site en browse naar het pad waar de scans naar toe moeten. Klik op Next.

Kies een naam voor de FTP site

7. Selecteer Allow SSL en klik op Next.

Selecteer Allow SSL en klik op Next

8. Selecteer Anonymous bij Authentication en bij Authorization Anonymous users selecteren en vergeet niet bij Permissions Read en Write te selecteren. Klik dan op Finish.

Selecteer Anonymous bij Authentication

9. Nu is een FTP site aangemaakt en kan scannen naar FTP worden ingericht op de machine.

Nu is een FTP site aangemaakt


Download Instellingen Mac t.b.v. scan naar SMB [PDF, 555KB] >

< terug naar overzichtspagina



LPR poort aanmaken in Windows 2008

Om de onderstaande procedure uit te voeren, moet u beschikken over administrator rechten. Door verschillende grafische- en computer instellingen kunnen onderstaande schermen afwijken. Na het uitvoeren van onderstaande procedure, is mogelijk een herstart van de server nodig.


1. Kies Start.

2. Kies voor Control Panel in het Start-menu.

3. Kies voor Programs.


Kies voor Programs

4. Kies voor Turn Windows features on or off.

Kies voor Turn Windows features on or off

5. Kies links Features en kies rechts voor Add Features.

Kies links Features en kies rechts voor Add Features

6. Zet een vinkje bij LPR-port Monitor en druk Next.

Zet een vinkje bij LPR-port Monitor en druk Next

7. Klik op Install in het volgende scherm. De software zal geinstalleerd worden.

8. Na de installatie verschijnt het volgende scherm.

Na de installatie verschijnt het volgende scherm

9. Kies Close.

10. Herstart de server als daarom gevraagd wordt. Of herstart de server op een later tijdstip.

11. Nu is bij het installeren van een printer de LPR Port beschikbaar.

Nu is bij het installeren van een printer de LPR



Download Niet printen van tabelgegevens in MS Excel [PDF, 543KB] >

< terug naar overzichtspagina



FTP configureren in Windows 2008

Deze procedure beschrijft het configureren het FTP protocol in Windows 2008.

Om (bijvoorbeeld) scan naar FTP mogelijk te maken.



De Océ 31x5, Océ VP20xx, Kyocera Mita producten (OPxxxx), Konica Minolta(CSxxx, VLxxxx en VLxxxxC) producten maken standaard gebruik van active ftp.


Dit betekend dat er op de server gebruik wordt gemaakt van poort 20 en 21. Om met deze machines scan2ftp te laten werken moet de standaard rule (exception) FTP server (FTP Traffic in) aangezet worden. Deze procedure is hieronder beschreven:


- Ga in de Server Manager naar Configuration\Windows firewall with advanced

Secutity\Inbound Rules

- Zoek hier de rule FTP server (FTP Traffic in) op en enable deze.



De Océ VP1000/2000 maakt standaard gebruik van passieve ftp. Dit betekend dat er op de server gebruik wordt gemaakt van poort 21 en >1023 (random). Hiervoor is in 2008 server geen standaard rule aangemaakt. Vanaf software release R2.1.1 is er een keuze om voor actieve of passieve ftp te kiezen. Het makkelijkste is dus om de machine te (laten) upgraden en voor actieve ftp te kiezen. Als dit niet mogelijk is dan moet er een nieuwe rule aangemaakt worden. Dit gaat als volgt:



- Ga in de Server Manager naar Configuration\Windows firewall with advanced

Secutity\Inbound Rules

- Kies voor new rule

- Kies bij Type of rule voor Program

- Browse naar %SystemRoot%\system32\inetsrv\inetinfo.exe (Dit programma gebruikt de ftp server)

- Vink Allow the connection aan.

- Vink alleen Public aan.

- Vul de naam en description in.



De rule is nu aangemaakt maar moet nog aangepast worden.

- Ga naar de properties van de rule.

- Selecteer het tabblad Scope.

- Vink bij Local ip address, These ip addresses aan en vul het server adres in.

- Vink bij Remote ip address, These ip addresses aan en vul het adres in van de scanner.

De 2008 server hoeft niet herstart te worden de rule werkt gelijk.













Download FTP configureren in Windows 2008 [PDF, 179KB] >

< terug naar overzichtspagina



LPR poort toevoegen in Windows 2000, 2003 en XP

De onderstaande procedure dient te worden uitgevoerd door een (systeem)beheerder of een gebruiker met administrator rechten. Door verschillende grafische- en computer instellingen kunnen onderstaande schermen afwijken.


1. Ga naar Start; Settings [instellingen]; Control Panel [Configuratiescherm]; Add/Remove Programs [Software]

2. Selecteer Add/Remove Windows components [Toevoegen Windows componenten]

Selecteer Add-Remove Windows components

3. Selecteer Other Network File and Print Services [Andere Netwerkservices voor bestanden en printer] in de lijst op en Selecteer Details

Selecteer Other Network File and Print Service

4. Plaats een vinkje bij Print Services for Unix

5. Selecteer OK

6. Selecteer Next [volgende], Finish [Voltooien] en sluit Add/Remove Programs [Software].

7. Nu is bij het installeren van een printer de LPR Port beschikbaar.

Plaats een vinkje bij Print Services for Unix

Nu is bij het installeren van een printer





Download LPR poort toevoegen in Windows 2000, 2003 en XP [PDF, 263KB] >

< terug naar overzichtspagina



LPR poort probleem, traag printen met veel printopdrachten

De onderstaande procedure dient te worden uitgevoerd door een (systeem)beheerder of een gebruiker met administrator rechten.

Standaard gebruikt Windows voor Unix LPR, poortnummer 721 –731 waardoor het versturen van data via

LPR traag wordt na het tegelijk versturen van 11 of meer printjobs.

Nadat de 11 poorten zijn gebruikt duurt het 2 a 3 minuten voordat deze poorten worden gereset en weer verder gaat met de volgende 11 printjobs.

Via een aanpassing in de registry kan het aantal poortnummers vergroot worden.

1. Start Registry Editor (Regedt32.exe) en ga naar de volgende key: HKEY_LOCAL_MACHINE\SOFTWARE\Microsoft\LPDSVC\lpr

2. Volg de instructies zoals beschreven in Microsoft Support document. http://support.microsoft.com/kb/179156





Download LPR poort probleem, traag printen met veel printopdrachten [PDF, 175KB] >

< terug naar overzichtspagina



Driverinstallatie melding “Invalid Color Profile”

Deze procedure beschrijft een aantal workarounds die gebruikt kunnen worden indien er bij het installeren van de driver een melding komt m.b.t. Invalid Color Profile.

Invalid Color Profile

Hierdoor kan de printer driver installatie niet worden afgerond. Tot heden is niet bekend wat de oorzaak van deze klacht is. Om toch een succesvolle driverinstallatie te realiseren, zijn er een aantal workarounds mogelijk.

Algemene informatie

De melding heeft betrekking op een defect kleurprofiel. Eerst dient het corrupte profiel te worden opgezocht. De kleur profielen bevinden zich op een x86 systeem op de volgende locatie : system root /windows/system32/spool/drivers/color.

Door met de rechter muisknop één voor één de ‘ICC files’ te selecteren, wordt duidelijk of het profiel is geïnstalleerd of niet. Bij een niet geïnstalleerd ICC profiel kan men kiezen voor ‘install profile’. Als de installatie mislukt dan zal de volgende foutmelding ‘not a valid color profile’ op het scherm worden getoond. Het desbetreffende kleurprofiel is corrupt.

De ICC profielen kunnen niet worden verwijderd, omdat het besturingssysteem deze vast houdt. Een door Microsoft ondersteunde oplossing is er niet. Zoals eerder vermeld zijn er een aantal workarounds mogelijk.
De ICC profielen

Workaround 1

Probeer bij de niet werkende ICC profielen de uninstall procedure uit te voeren.

 Probeer bij de niet werkende ICC profielen


Workaround 2

Server/werkstation herstarten en direct na herstart de spoolerservices stoppen en starten. Daarna proberen om de kleurprofielen te verwijderen.


Workaround 3

Server/ werkstation op starten met een opstartbare CD/DVD en dan de niet werkende ICC profielen handmatig te verwijderen.


Workaround 4

Het is ook mogelijk een Freeware pakket (bijvoorbeeld Unlocker 1.9.1) te installeren. Dit is een applicatie die de processen kan beëindigen die verantwoordelijk zijn voor het niet kunnen verwijderen van de defecte profielen.

Na het succesvol uitvoeren van één (of meerdere) van bovenstaande workarounds kan de driverinstallatie nogmaals worden uitgevoerd. De kleur profielen worden met installatie van de nieuwe printer driver weer geplaatst, waarna deze wel correct werken.





Download Driverinstallatie melding “Invalid Color Profile” [PDF, 201KB] >

< terug naar overzichtspagina



Neem contact op met de ondersteuningsafdeling




Let op: opgegeven informatie in de e-mail wordt uitsluitend gebruikt voor het beantwoorden van uw vraag. Persoonlijke gegevens worden niet gebruikt voor marketingdoeleinden of om u te informeren over andere producten en services waarin u mogelijk bent geïnteresseerd.

Belangrijke mededeling!

Sommige internetproviders blokkeren mogelijk onze antwoorden omdat ze deze als ongewenste berichten beschouwen. Als u zeker wilt zijn van een reactie op uw vraag, raden we u aan om donotreply@support.canon-europe.com aan uw adresboek toe te voegen.

  • Canon
  • ...
  • SUPPORT FAQ en HELP NL