imagePRESS C800 FAQ en Help

Wist u dat u veel storingen en problemen zelf kunt oplossen? Op deze FAQ pagina zijn veel gestelde vragen en handige Tips & Tricks om zelf tot een oplossing te komen.

Papierloop problemen voorkomen en oplossen

Met deze instructie willen wij u helpen papierloop problemen te voorkomen en/of op te lossen. Op deze manier heeft u uw machine maximaal tot uw beschikking. Papier is gevoelig voor schommelingen in de luchtvochtigheid. Vooral bij het uit/aan zetten van de centrale verwarming kan er vaker vochtig papier in de machine ontstaan omdat de omgevingstemperatuur plotseling wijzigt. Dit treedt vooral op in het voor –en najaar tijdens vakantieperiodes/lange weekenden. Met mogelijk papierloop problemen als gevolg.

Wat te doen bij storing?

Mocht uw machine toch papierloop problemen hebben, volg dan eerst onderstaande instructies voor u een papierloop storing meldt. Dit is het eerste wat de engineer zal uitvoeren. Deze werkzaamheden vallen buiten het servicecontract.

  1. 1. Neem al het papier uit de printer (om te voorkomen dat er uit een lade geprint wordt waar het papier niet uitgehaald is).
  2. 2. Pak een nieuw pak papier wat geacclimatiseerd is.
  3. 3. Haal het papier uit de wikkel of doos en maak het papier los.
  4. 4. Verwijder eerste en laatste vel en zorg ervoor dat er geen lijmresten van de wikkel op het papier zitten.
  5. 5. Leg het papier in de printer. De pijl op de wikkel/doos wijst naar de zijde van het papier die als eerste bedrukt moet worden.

NB: Indien er geen pijl op de wikkel/doos staat of u weet niet welke zijde eerst bedrukt wordt, test dan even welke zijde boven gelegd moet worden om het papier zo goed mogelijk door de printer te laten lopen. Als het papier door de machine bedrukt is, leg het dan op een vlakke ondergrond en kijk op welke manier het papier het minste krult of golft. Op deze manier kunt u bepalen welke zijde van het papier boven hoort. Mocht u na bovenstaande toch nog papierloop problemen hebben, kun u uw storing melden via: http://www.canon.nl/Support/support_voor_onze_zakelijk_klanten/index.aspx


Voorkomen

Wanneer u uw printer meerdere dagen aaneengesloten niet gebruikt is het raadzaam om het papier uit de printer te halen en in een papierwikkel of papierdoos op te slaan. De wikkel en doos hebben de eigenschap uw papier tegen vocht te beschermen. Als u de printer weer gaat gebruiken legt u het papier weer in de printer. Lees voor meer informatie over het opslaan van uw papier en achtergrondinformatie de volgende pagina.

Papier en luchtvochtigheid

De luchtvochtigheid van de omgeving kan invloed hebben op de verwerkbaarheid van kopieerpapier in de printer. De vezels in het papier zullen uitzetten of samen trekken bij wijzigingen in het vochtgehalte. Dit heeft invloed op de stijfheid en de formatie van het kopieerpapier.

Vocht en temperatuur

Wanneer er sprake is van een hogere relatieve vochtigheid (RV ) in de omgeving ten opzichte van het papier, zullen de papiervezels vocht opnemen en zwellen. Bij een lagere relatieve vochtigheid onttrekt de omgeving vocht aan het papier, waardoor de papiervezels samen trekken. Dit zwellen of samen trekken wordt ook wel deformatie genoemd. De optimale relatieve vochtigheid in de omgeving ligt rond de 55% bij 21°C.

Deformatie en papier

Veelvoorkomende gevolgen zijn dat het papier gaat krullen:


Randgolf  De papierranden zijn vergroot terwijl het midden gelijk is gebleven. Dit gebeurt wanneer papier is blootgesteld aan een omgeving met een hogere relatieve vochtigheid, ofwel koud papier komt in een warme ruimte. Het vocht condenseert op het papier en de vezels zwellen op.
Randgolf-icoon


Randverkorting  Het vocht het dichtst bij de rand van het papier wordt onttrokken waardoor de randen samen trekken terwijl het midden van het papier de originele afmeting houdt. Dit is het gevolg van lucht met een lagere relatieve vochtigheid dan het papier zelf.
Randverkorting-icoon



Krul  Wanneer papier zonder vochtwerend wikkel voor een langere tijd aan droge lucht wordt blootgesteld zal er krul ontstaan. Deze krul komt ook voor als gevolg van afkoeling na een snelle temperatuurstijging in de printer. Hierbij is over het complete oppervlak van het vel vocht uitgetreden.
Krul-icoon


Voorkomen

Vervormd papier kan vast komen te zitten in de printer en zet de printer daarmee in storing. U kunt dit voorkomen door preventief te handelen. Het is belangrijk dat de omgevingslucht in de opslagruimte van het papier en de ruimte waarin de wikkel wordt geopend dezelfde temperatuur en relatieve vochtigheid hebben. Zolang het papier in de verpakking blijft is de relatieve vochtigheid van de opslagruimte onbelangrijk. Er zal geen vochtuitwisseling optreden tussen opslagruimte en papier door het vochtwerende wikkel. Zodra papier geopend gaat worden in een ruimte met een andere temperatuur, is het belangrijk de in onderstaande tabel genoemde acclimatiseringtijd in acht te nemen:



Toename in temperatuur


Hoeveelheid5 0C10 0C15 0C20 0C
1 pak3 uur5 uur9 uur15 uur
1 doos (5 pak)5 uur10 uur16 uur24 uur
1 doos (10 pak)7 uur14 uur21 uur36 uur
1 pallet14 uur24 uur38 uur72 uur

Download Papierloop problemen voorkomen en oplossen [PDF, 322KB] >

< terug naar overzichtspagina



Papierstoringen oplossen en voorkomen

Deze procedure beschrijft het oplossen (en voorkomen) van papierstoringen op de printers. De papierstoringen kunnen veroorzaakt worden door een onjuiste instelling van de papiergeleiders. In onderstaande procedure wordt uitgegaan van het



1. Verwijder de papierlade uit de printer.

Verwijder-de-papierlade-uit-de-printer

2. Zorg ervoor dat alle papiergeleiders staan ingesteld op het juiste formaat (A4). Er is een “klik” hoorbaar als het formaat goed is ingesteld.

Zorg ervoor dat alle papiergeleiders staan ingesteld op het juiste formaat (A4)

LET OP !
Als het papier goed “opgesloten” ligt (de papiergeleiders zo ver mogelijk naar het papier toe) staat de papiergeleider NIET op het juiste formaat maar tussen A4 en LTR. Dit veroorzaakt juist papierstoringen, de papiergeleider moet dus op A4 staan.



Download Papierstoringen oplossen en voorkomen [PDF, 190KB] >

< terug naar overzichtspagina



Kalibratie procedure machine en controller

Inhoud:


Frequentie van kalibreren blz. 1

Kleurbalans aanpassen blz. 3

Shading/egaliteits correctie blz. 5

Automatische egaliteitscorrectie blz. 6

Controller kalibratie met behulp van Eye-one blz. 7

Controller kalibratie met behulp van glasplaat blz. 7


Frequentie van Kalibreren


De meest gestelde vraag is, hoe vaak moet je kalibreren? Het antwoord: zo vaak als nodig is, afhankelijk van de gewenste afdrukkwaliteit.


Belangrijk


Voor een optimale afdrukkwaliteit dient u alle stappen in de beschreven volgorde uit te voeren en te voltooien.

De printer kalibreren

Stap 1. De printer kalibreren - Egaliteitscorrectie, Shading (met behulp van Eye-one)

Stap 2. De printer kalibreren - Automatische egaliteitscorrectie

Stap 3. De controller kalibreren - Kalibratie van de controller (met behulp van Eye-one)



De Kalibratie moet uitgevoerd worden met een warme printer, dit bereikt u door eerst en job te printen die niet kleur kritisch is. Tevens is het van belang dat de ruimte waarin de printer staat op temperatuur is.


Stap 1:


Shading-egaliteits correctie

Shading / egaliteits correctie

Canon imagePRESS C700/C800 met Eye-One PRO:


1. Druk op de 1-Druk op de Instellingen-Registratie toetsInstellingen/Registratie toets


2. Selecteer aanpassen/onderhoud, adjustment/maintenance


3. Selecteer aanpassen beeldkwaliteit, adjust image quality


4. Selecteer corrigeer rastering, correct shading


5. Selecteer visuele correctie, visual correction

7-Selecteer voor opslaan en afwerken

6. Selecteer initiële instelling, restore initial settings


7. Selecteer voor opslaan en afwerken, store and finish










9-Kies vanuit het menu Shading correction

8. Kies vanuit de Command WorkStation (CWS) in de taak balk Calibrate, Kalibreren



9. Kies vanuit het menu Shading correction, Tintcorrectie.



10. Kies bij: Select Measurement method, meet methode: X-Rite i1Pro2;



11. Kies voor Continue, Doorgaan De pagina zal nu worden geprint en daarna kan de meting worden gestart.












12-Meet nu alle kleurvlakken

12. Meet nu alle kleurvlakken van de testafdruk met de Eye-One, daarna Continue en kies daarna close, sluiten
















Stap 2:


Automatische gradatie aanpassing, auto gradation

Deze procedure beschrijft de automatische correctie voor het aanpassen van de gradatieniveaus (kleuropbouw) en moet uitgevoerd bij problemen met de afdrukkwaliteit.


3-Voer bij Systeembeheerder ID en Systeem PIN

Inloggen via het bedieningspaneel als Beheerder (indien nodig)


1. Druk op de Instellingen/Registratie toets.


2. Selecteer Inloggen.


3. Voer bij Systeembeheerder ID en Systeem PIN de juiste gegevens in.


4. Selecteer Aanmelden (Inloggen).


5. Ga door met stap 2 bij Gradatie aanpassing.
















Uitvoeren van de Gradatie aanpassing6-Selecteer een lade


1. Druk op de 1-Druk op de Instellingen-Registratie toetsInstellingen/Registratie toets.


2. Selecteer Aanpassen/Onderhoud, adjustment/maintenance.


3. Selecteer Aanpassen Beeldkwaliteit, adjust image quality


4. Selecteer Autom. Gradatie-aanpassing, auto

5. Selecteer Volledige aanpassing voor het starten van de procedure. Standaard zal de optie standaard (links onderin) geselecteerd staan, hierdoor wordt automatisch ook de kalibratie toegepast voor zwaardere grams gewicht papier. Als de machine is voorzien van een een interne sensor kun je bij selecteer methode eventueel nog kiezen voor scanner i.p.v. sensor (anders is de button grijs)


6. Selecteer een lade. (met daar in normaal blanco papier bij voorkeur ColorCopy 100gr papier)


7. Selecteer OK.

9-Als er is gekozen om de scanner


8. Selecteer Start afdrukken.


9. Als er is gekozen om de scanner niet te gebruiken voert de machine de test automatisch uit. In geval er gekozen is om de scanner te gebruiken moeten de prints op de glasplaat


worden gelegd. Zie ook de instructies in het display (m.b.t. plaatsing van de afdruk op de glasplaat).













Stap 4:


Controller kalibratie met behulp van de

Controller kalibratie met behulp van de Eye-one

Als laatste stap gaan we de controller kalibreren. Start het Command Work Station.


1. Klik in CWS in de menubalk op het icoontje Calibrate Kalibratie.


2. Selecteer bij meetmethode, het te kalibreren materiaal.


3. Selecteer de juiste papierlade.


4. Klik op Doorgaan, Continue en volg de instructies op het scherm.


5. Meet alle strips in


6. Kies daarna voor Toepassen en sluiten, Apply and close

6-Kies daarna voor Toepassen en sluiten

















6-Kies daarna voor Toepassen en sluiten Apply













Achtergrond informatie over kalibreren


Om te begrijpen waarom we kalibreren is het goed iets te weten over het procedé. De drum wordt m.b.v. hoogspanning elektrostatisch geladen. Daar waar de drum geraakt wordt door de laserstraal raakt de drum zijn lading kwijt. De resterende lading op de drum, trekt toner aan. De toner op de drum wordt door de 1e transfereer corona d.m.v. elektrostatische lading naar de transfereerband (ITB) getrokken. Op deze band komen de vier beelden bij elkaar. Het beeld wordt, wederom met elektrostatische lading, op het papier gezet (bij de 2e transfereer corona). Tot slot wordt de toner verhit (± 180° C) in de fuser, waardoor deze smelt en zich aan het papier hecht. De cleanwalsen zorgen ervoor dat de drum’s en de transfereerband worden ontdaan van resttoner. Het beschreven procedé is een algemene beschrijving, per fabrikant en model printer kan de benaming en of uitvoering verschillen. De elektrostatische lading (met name van de drum) wordt beïnvloed door de luchtvochtigheid en temperatuur in de machine . De lading vloeit weg door met name de luchtvochtigheid. Als de luchtvochtigheid en/of de temperatuur verandert, beïnvloed dit de kwaliteit van de afdruk. De temperatuur en de luchtvochtigheid in de machine worden weer beïnvloed door de lucht en de temperatuur in de ruimte waar de printer staat. 3

Achtergrond informatie over kalibreren

Ook de slijtage / vervuiling van onderdelen zoals de beelddrager (Drum), transfereerband (ITB), corona’s en de developers zorgen voor een verandering van de afdrukkwaliteit. Deze veranderingen hebben invloed op de kleurkwaliteit van de afgedrukte documenten. Hoewel de printer automatisch en regelmatig aanpassingen uitvoert, wordt u aangeraden de printer geregeld te kalibreren. Bij een kleurenprinter hebben we te maken met vier drums, voor elke kleur één (cyaan, magenta, geel en zwart). Helaas is het teruglopen van kwaliteit niet voor elke drum gelijk. Soms loopt het geel sneller terug, de andere keer misschien cyaan. Indien de vier kleuren niet gelijkmatig zijn (de één heeft een mindere kwaliteit dan de ander), zal er een kleurzweem ontstaan. Indien bijvoorbeeld magenta drum te veel toner overzet, zullen de kleuren naar de rode kant gaan. Dit is vooral goed zichtbaar in lichte tinten. Om de kleuren weer gelijkmatig te krijgen, zult u moeten kalibreren.

Om de kleuren weer gelijkmatig te krijgen

Indien we niets doen dan verloopt de achteruitgang in kwaliteit ongeveer zoals hier boven in het diagram is weergegeven.


Door tijdig te kalibreren houden we de kwaliteit binnen de bandbreedte en zijn kleuren reproduceerbaar.


Door tijdig te kalibreren houden



Download Kalibratie procedure machine en controller [PDF, 634KB] >

< terug naar overzichtspagina



Tellerstanden en serienummer (via bedieningspaneel)

Deze procedure beschrijft het uitlezen en uitprinten van de tellerstanden en beschrijving van de tellers van de Canon imagePRESS / imageRUNNER ADVANCE.



1. Druk op de "123" toets.

2. U ziet nu een overzicht van de tellerstanden. Tevens is links onderin het display het serienummer van de Canon imagePRESS / imageRUNNER ADVANCE zichtbaar.

2-U ziet nu een overzicht van de tellerstanden

3. Eventueel kunt u Lijst afdrukken / Print List selecteren om de tellerstanden en het serienummer af te drukken.

3-Eventueel kunt u Lijst afdrukken-Print List

4. Selecteer OK om terug te keren naar het beginscherm.

5. Beschrijving tellers van de Canon imagePRESS / imageRUNNER ADVANCE


112 Totaal (Zwart/Groot)                                                            Na elke A3 zwart/wit afdruk wordt deze teller
Total (Black/Large)                                                                      met 1 verhoogd.


113 Totaal (Zwart/Klein)                                                             Na elke A4 zwart/wit afdruk wordt deze teller
Total (Black/Small)                                                                      met 1 verhoogd.


122 Totaal (Full Colour + Enkelvoudige kleur/Groot)                  Na elke A3 kleur afdruk wordt deze teller met 1
Total (Full Colour + Single Color/Large)                                      verhoogd.


123 Totaal (Full Colour + Enkelvoudige kleur/klein)                   Na elke A4 kleur afdruk wordt deze teller met 1
Total (Full Colour + Single Color/Small)                                      verhoogd.


451 Alleen doorzichtig (Totaal 1)                                               Na elke afdruk met alleen Clear (doorzichtige)
Clear Only (Total 1)                                                                    toner wordt deze teller met 1 verhoogd (alleen
                                                                                                  van toepassing op de imagePRESS C1+).



Bovenstaande tellers worden gebruikt voor de facturering van een Service Contract.


  • De teller Totaal / Groot telt ook naast A3 ook vergelijkbare formaten als SRA3 en 305 x 457 mm (= 12’’ x 18’’).
  • De teller Totaal / Klein telt ook naast A4 ook vergelijkbare formaten als A4R en LTR.
  • Bij een dubbelzijdige afdruk worden er 2 afdrukken gemaakt en dus ook 2 afdrukken geteld.
  • Een afdruk kan zowel een print als een kopie zijn.
  • De tellers 122 / 123 zijn alleen van toepassing bij een kleuren imagePRESS / imageRUNNER ADVANCE.

Afhankelijk van het model kunnen nog andere tellers aanwezig zijn o.a. t.b.v. Field Service, deze worden door Canon Nederland N.V. niet gebruikt voor facturering:


501 Scan (Totaal 1)                   Na elke scan wordt deze teller met 1 verhoogd
Scan (Total 1)                            (dit geldt zowel voor kopiëren en scannen).


301 Afdruk (Totaal 1)                 Na elke print wordt deze teller met 1 verhoogd
Print (Total 1)                            (deze teller wordt niet gebruikt voor kopiëren).



501 Scan (Totaal 1)                  Na elke afdruk wordt deze teller met 1 verhoogd
                                                 (formaat onafhankelijk).


501 Scan (Totaal 1)                  Na elke afdruk wordt deze teller met 1 verhoogd
                                                omgerekend in A4 equivalenten.





Download Tellerstanden en serienummer (via bedieningspaneel) [PDF, 99KB] >

< terug naar overzichtspagina



Kalibratie imagePRESS C800 serie / C850 serie voor PRISMAsync

Deze procedure beschrijft het aanpassen van de automatische uitschakeltijd. Deze instelling zorgt ervoor dat de machine automatisch (na de ingestelde tijd) uitschakelt en staat standaard ingesteld op 4 uur. Door de instelling aan te passen naar 0 zal de machine niet volledig uitschakelen en dus wel bereikbaar blijven via het netwerk.


Inloggen via het bedieningspaneel als Beheerder


3-Voer bij Systeembeheerder ID en Systeem PIN

1. Druk op de 1-Druk op de Instellingen-Registratie toetsInstellingen/Registratie toets.


2. Selecteer Inloggen.


3. Voer bij Systeembeheerder ID en Systeem PIN de juiste gegevens in.


4. Selecteer Aanmelden (Inloggen).









Aanpassen uitschakeltijd


2-Selecteer Tijdklok-Energie instellingen

1. Selecteer Voorkeuren.



2. Selecteer Tijdklok/Energie instellingen.



3. Selecteer Auto uitschakeltijd.



4. Selecteer ▼ totdat waarde 0 (=Uit) zichtbaar is.



5. Selecteer OK.
3-Selecteer Auto uitschakeltijd


6. Selecteer Sluiten.



7. Selecteer Uitloggen om terug te keren naar het standaard scherm.




Automatische uitschakeltijd aanpassen (via webinterface).



Deze procedure beschrijft het aanpassen van de automatische uitschakeltijd. Deze instelling zorgt ervoor dat de machine automatisch (na de ingestelde tijd) uitschakelt en staat standaard ingesteld op 4 uur. Door de instelling aan te passen naar 0 zal de machine niet volledig uitschakelen en dus wel bereikbaar blijven via het netwerk.


1. Start een web browser op en vul in de adresbalk het IP-adres van de printer in. Het IP-adres van de printer is te vinden op het afdrukrapport (configuratiepagina).



Uitprinten van een afdrukrapport op de machine:

  • Druk op de Instellingen/Registratie toets.
  • Selecteer Voorkeuren.
  • Selecteer Netwerk.
  • Selecteer Afdrukrapport.
  • Selecteer Ja.
  • Het afdrukrapport wordt afgedrukt.
  • Wanneer het rapport afgedrukt is selecteer dan Sluiten.


2. Voer System Manager ID en System PIN in en selecteer daarna Administrator Login.

2-Voer System Manager ID en System PIN

3. Selecteer Settings/Registration.


Selecteer Timer/Energy Settings.


Selecteer Auto Shutdown Settings.


Selecteer Auto Shutdown Setting

4. Selecteer bij Auto Shutdown Time Off. Selecteer OK om instelling te bevestigen.

4-Selecteer bij Auto Shutdown Time Off

5. Selecteer rechts bovenin Log Out.





Download Automatische uitschakeltijd aanpassen (via bedieningspaneel) [PDF, 435KB] >

< terug naar overzichtspagina



Neem contact op met de ondersteuningsafdeling




Let op: opgegeven informatie in de e-mail wordt uitsluitend gebruikt voor het beantwoorden van uw vraag. Persoonlijke gegevens worden niet gebruikt voor marketingdoeleinden of om u te informeren over andere producten en services waarin u mogelijk bent geïnteresseerd.

Belangrijke mededeling!

Sommige internetproviders blokkeren mogelijk onze antwoorden omdat ze deze als ongewenste berichten beschouwen. Als u zeker wilt zijn van een reactie op uw vraag, raden we u aan om donotreply@support.canon-europe.com aan uw adresboek toe te voegen.

  • Canon
  • ...
  • SUPPORT FAQ en HELP NL