timelapse header

Tips voor time-lapsefotografie

Je hebt ongetwijfeld wel eens indrukwekkende time-lapsevideo's gezien van de Melkweg die opdoemt aan de nachtelijke hemel of verkeer dat door de stad raast. Misschien vroeg je je toen wel af hoe dergelijke video's worden gemaakt?
Met deze korte video en de onderstaande handleiding kom je te weten hoe je zelf aan de slag kunt gaan met time-lapsefotografie.

Time-lapse is een serie van honderden of zelfs duizenden stilstaande beelden die op chronologische volgorde worden afgespeeld, waardoor er een versnelde video ontstaat. Je Canon-camera is zeer geschikt voor het maken van time-lapsefoto's. Als je de tips hieronder leest, kun je binnen de kortste keren je eigen time-lapsemeesterwerk maken

  1. 1. De juiste apparatuur – Twee essentiële onderdelen die je nodig hebt voor time-lapseopnamen zijn een stevig statief, om de camera in een vaste positie te houden, en een intervalometer, ook wel een timer-afstandsbediening genoemd. De intervalometer is een apparaat waarmee je opname-intervallen kunt instellen. In de film hebben we de gebruikt, die op N3-aansluitingen past. (Als je een E3-aansluiting hebt, heb je ook een N3-naar-E3-conversiekabel nodig.) Een aantal van de nieuwste Canon-camera's heeft een ingebouwde intervaltimer, wat het proces nog eenvoudiger maakt. Dit geldt onder andere voor de , en .

  2. 2. Kies een onderwerp – Zoek een scène met beweging. Een landschap met wolken, een drukke weg of een stromende waterval zijn uitstekende onderwerpen om te beginnen met time-lapsefotografie.

  3. 3. Zet de camera in de Live View-modus om de opname in te stellen zoals jij dat wilt.

  4. 4. Kies voor RAW of JPG – Als je voor RAW kiest, heb je later meer mogelijkheden om de foto's te bewerken, maar voor JPG heb je minder schijfruimte nodig. Als je voor een middelgroot of klein bestandstype kiest, kun je meer foto's kwijt op je kaart. Opnamen met een lagere resolutie kunnen echter leiden tot een lagere kwaliteit van de uiteindelijke video.

  5. 5. Belichtingsinstellingen – Stel de opnamemodus in op Diafragmavoorkeuze en kies een ISO-waarde die de gewenste sluitertijd oplevert. Deze ligt overdag tussen 100 en 800 en kan 's avonds wel 10.000 zijn. Afhankelijk van de scène kun je ervoor kiezen om een lange sluitertijd in te stellen om beweging toe te voegen aan je onderwerp. Normaal gesproken moet je de sluitertijd op minder dan 1/100s instellen voor een vloeiende time-lapse.

  6. 6. Meervlaksmeting laat je camera alles in beeld brengen bij het nemen van een beslissing over de belichting. Een volledig handmatige belichtingsbediening kan ook nuttig zijn voor scènes waarin de lichtintensiteit constant is. Als de lichtomstandigheden echter sterk veranderen, kan dit resulteren in een flikkerend effect in je video.

  7. 7. Schakel instellingen zoals Lichte-tonenprioriteit en Correctie helderheid randen, die verschillen tussen opnamen kunnen opleveren, uit. De witbalans en de Picture Style moet je handmatig instellen. Als je RAW-opnamen maakt, kun je later eventueel aanpassingen doen.

  8. 8. Stel de scène samen - Kies de juiste lens – meestal werkt een groothoeklens het beste – stel je opname samen, stel scherp op het onderwerp en stel vervolgens de lens in op handmatige scherpstelling. Je wilt namelijk niet dat de camera bij elke opname opnieuw gaat scherpstellen.

  9. 9. Stel de intervalometer in – Kies, afhankelijk van het onderwerp, hoe vaak je camera een opname moet maken. Van onderwerpen die snel bewegen, moet je sneller na elkaar opnamen maken. Voor wolken die voorbij drijven op een winderige dag, kun je bijvoorbeeld een interval van twee seconden proberen.

  10. 10. Bepaal hoelang je wilt dat de time-lapse duurt – Hoe langer je de camera opnamen laat maken, hoe langer je uiteindelijke time-lapse zal zijn. Houd er rekening mee dat de meeste video's worden afgespeeld met 24 frames per seconde. Voor een time-lapse van 30 seconden heb je dus 720 opnamen nodig. Als je instelt dat de camera om de twee seconden een opname maakt, moet de camera 24 minuten lang opnamen blijven maken. Bij een lang interval moet je de camera misschien wel enkele uren opnamen laten maken.

Zodra je weer thuis bent met je foto's, moet je de uiteindelijke time-lapse voorbereiden. Als je foto's bijsnijdt of kleuren corrigeert, moet je dit voor alle foto's doen om geen afwijkingen te krijgen in de time-lapse.

Als je opnamen hebt gemaakt in RAW, moet je deze waarschijnlijk exporteren naar JPG. Kies een geschikt bestandstype voor de video die je wilt maken. Er is allerlei gratis videosoftware verkrijgbaar, bijvoorbeeld van Apple en Microsoft, waarmee je je foto's kunt samenvoegen tot de uiteindelijke video. Voor de voorgaande video is echter Adobe Creative Cloud gebruikt.