Exposure Header

Belichting bepalen

Belichting is een maat van de hoeveelheid licht die de sensor van je camera raakt en die bepaalt hoe licht of hoe donker je foto wordt. Belichting bepaal je door middel van sluitertijd, diafragma en ISO. Als je één van deze dingen aanpast, beïnvloedt dat niet alleen je belichting maar ook je foto. 

In deze video laten we zien hoe je diafragma-, sluitertijd- en ISO-instellingen gebruikt voor de juiste belichting en het juiste effect op je foto.

De AUTO-modus van je camera kan aan al je behoeften met betrekking tot belichting voldoen. Als je echter weet hoe de verschillende onderdelen je foto's beïnvloeden, durf je ook de handbediening te gebruiken. Dan krijg je foto's die echt opvallen.

Diafragma is de grootte van de opening in de lens waar licht doorheen valt. Elke lens heeft verschillende diafragma-instellingen, variërend van groot tot klein. Gebruik de modus Diafragmavoorkeuze (Av) om het diafragma te bepalen terwijl je de camera voor de algehele belichting laat zorgen.

Diafragma wordt in f-nummers gemeten. Een groot diafragma wordt met lage cijfers weergegeven. f/2.8 laat bijvoorbeeld meer licht binnen en geeft een vrij geringe scherptediepte (meer vervaging achter je scherpstelpunt). Een klein diafragma wordt met hogere cijfers weergegeven. f/16 laat bijvoorbeeld minder licht binnen en zorgt dat een groter gebied, van de voorgrond tot de achtergrond, scherp wordt weergegeven.

Diafragma's vergeleken0,4 sec, f/16, ISO 100
Diafragma's vergeleken1/250s, f/1.8, ISO 100

Deze twee opnamen hebben dezelfde belichting, maar verschillende diafragma's. Je ziet dat op de afbeelding links een klein diafragma voor meer scherptediepte met meer scherpere gebieden zorgt. Het grotere diafragma op de afbeelding rechts vermindert de scherptediepte waardoor een veel kleiner deel scherp is.

Sluitertijd geeft aan hoe lang de sensor wordt belicht. Dit wordt in seconden weergegeven. Gebruik de modus Sluitertijdvoorkeuze (Tv) om de sluitertijd te bepalen terwijl je de camera voor de algehele belichting laat zorgen.

Een korte sluitertijd zoals 1/1000s wordt gebruikt om snelle acties te ‘bevriezen’, zoals stromend water. Een lange sluitertijd wordt gebruikt om bijvoorbeeld een wazige stroom water te laten ‘bewegen’.

Sluitertijden vergeleken1/1000s, f/5, ISO 2000
Sluitertijden vergeleken1/2s, f/16, ISO 50

Vergelijk deze twee opnamen die met bijna dezelfde belichting zijn gemaakt en je ziet wat voor effect een lange sluitertijd op het stromende water heeft. Voor een lange belichtingstijd kun je beter een statief of ondersteuning gebruiken om cameratrillingen te voorkomen.

ISO bepaalt de lichtgevoeligheid van de sensor. Je kunt ISO dus gebruiken om het licht dat de sensor raakt te versterken, waardoor je meer met je sluitertijd en diafragma kunt variëren. ISO-waarden beginnen meestal bij 100 en worden hoger naarmate de gevoeligheid toeneemt.

ISO kan de kwaliteit van een afbeelding ook verslechteren waardoor je korreligheid, of ruis, en minder sprekende kleuren op je foto's krijgt. Indien mogelijk, kun je over het algemeen het beste lage ISO-waarden gebruiken.

ISO-waarden vergeleken1/20s, f/5,6, ISO 400
ISO-waarden vergeleken1/20s, f/5,6, ISO 1250

De scène rechts is veel donkerder dan de scène links. Als je een sluitertijd wilt gebruiken die kort genoeg is om zonder statief te fotograferen, moet je ter compensatie hogere ISO-waarden gebruiken. In dit geval is 1250 gebruikt, wat geen grote gevolgen had voor de beeldkwaliteit.

Het bepalen van de belichting is eigenlijk jongleren met deze drie instellingen. Als je bijvoorbeeld een kortere sluitertijd gebruikt om een actie te 'bevriezen', wordt je foto wellicht onderbelicht. Ter compensatie moet je dan een groter diafragma gebruiken. Wanneer je een kleiner diafragma gebruikt voor maximale scherptediepte, zul je de sluitertijd moeten verlengen. Je kunt ook ISO gebruiken om de belichting hetzelfde te houden. Deze relatie wordt vaak de belichtingsdriehoek genoemd.

Met de regelaar voor de belichtingscompensatie kun je je foto lichter of donkerder maken. Een negatief getal verkort de belichting en maakt de afbeelding donkerder; een positief getal verlengt de belichting en maakt de afbeelding lichter.

Belichtingen vergeleken1/15s, f/5,6, ISO 400 Belichting -2
Belichtingen vergeleken1s, f/5,6, ISO 400 Belichting +2

Ondanks dezelfde hoeveelheid licht in de scène is de belichting op beide opnamen heel verschillend. De opname links is te donker of onderbelicht en rechts is de opname juist te licht of overbelicht. Belichtingscompensatie zou de belichting corrigeren.

Als je op deze manier de belichting aanpast, krijg je creatieve effecten. Maak je foto's donkerder en zorg voor meer sfeer en diepere kleuren, met name bij landschapsfotografie. Als je de belichting verhoogt, krijg je lichtere schaduwen en krijgt de foto een modernere uitstraling.

Als je de functie reeksopnamen met belichting gebruikt, leg je een scène met verschillende belichtingen vast, waaruit je achteraf de foto kiest die je het mooist vindt. Kies tussen 1 en 3 stops op de belichtingsschaal en laat de camera de benodigde aanpassingen aan de instellingen maken.

Als je de volgende keer op pad gaat met je camera, probeer dan verschillende instellingen uit en ontdek wat er allemaal met je foto's gebeurt. Vergeet niet een paar van je mooiste foto's te delen door ze te uploaden naar de Canon-galerij.


Opmerking: in sommige gevallen zijn de getoonde waarden bij de foto's een representatie, om te laten zien hoe de verschillende foto's zijn gemaakt