5d-anniversary-hero

10 iconische afbeeldingen die de afgelopen tien jaar hebben gevormd

Er wordt vaak gezegd dat fotografen dankzij de EOS 5D-camera’s een verhaal kunnen vertellen dat moet worden verteld. Om het 10-jarig jubileum van de EOS 5D-serie te vieren, presenteert Canon samen met Getty Images een tiental iconische afbeeldingen van toonaangevende fotografen. De verhalen die deze foto's vertellen zijn zeer indrukwekkend en maken duidelijk wat de rol is van fotografie op het gebied van verandering in de wereld.

Anthony Holland-Parkin, Creative Director bij Getty Images, vertelt je meer over de prachtige verhalen achter de foto’s, compleet met quotes van de fotografen die ze hebben gemaakt.

Wil je zelf kans maken op een EOS 5D Mark III of een van de andere unieke prijzen ter ere van dit jubileum, doe dan mee met de Iconic Images-wedstrijd!

John Moore, EOS 5D Mk I

Arlington, Verenigde Staten

27 mei 2007

Foto van John Moore van een vrouw die huilt bij het graf van haar man

John Moore/Getty Images

De foto van John Moore waarop een vrouw rouwt bij het graf van haar man toont een zeer persoonlijk moment. Daarmee laait ook de discussie weer op over het uitzenden van soldaten naar overzeese conflictgebieden zoals Irak en Afghanistan. Dit beeld raakte het Amerikaanse volk harder dan andere foto’s omdat de gevolgen van de oorlog er zo duidelijk in te zien zijn. De grote mediabladen, met name de Amerikaanse tijdschriften TIME en National Geographic, waren erg onder de indruk van die rauwheid. Mede dankzij deze foto werd John benoemd tot Photojournalist of the Year door de National Press Photographers Assocation en tot Magazine Photographer door POYi. John vertelt:

"Nadat ik vier jaar in Irak de oorlog had vastgelegd, besloot ik in 2007 op Memorial Day naar het Arlington National Cemetery te gaan. Ik had het gevoel dat ik dat moest doen. Ik liep langs de graven van Section 60, het nieuwste deel van deze zeer grote begraafplaats. Daar kwam ik Mary McHugh tegen. Zij bezocht het graf van James Regan, haar gesneuvelde verloofde. Hij was tijdens zijn werk als Amerikaanse Army Ranger door een bermbom om het leven gekomen. Ik sprak kort met haar. James en ik hadden allebei in Irak in dezelfde lastige conflictregio’s gewerkt, alleen nooit tijdens dezelfde missies. Later passeerde ik haar nog een keer. Ze lag op het gras, bij het graf van haar geliefde. Ze streelde het koude marmer, sprak er zachtjes tegen, alsof ze nog veel meer wilde zeggen. Ik maakte een paar foto’s en liep door. Ik kreeg het gevoel dat ik wat meer tijd zou moeten doorbrengen op die begraafplaats, een gevoel dat sindsdien niet meer is weggegaan. Misschien zouden we dat allemaal moeten doen.

Ik ben in veel conflictgebieden in de wereld geweest en ook aardig vaak in gebieden waar veel wordt gevochten. Toch wordt lang niet altijd een actiefoto van het front de meest indrukwekkende plaat. Soms zijn het juist die kleine momentjes die veel verder weggestopt zitten, aan het thuisfront, die je tot diep in het hart raken."

Alvaro Ybarra Zavala, EOS 5D Mk I

Colombia

29 november 2007

Foto van Alvaro Ybarra Zavala van twee FARC-guerrillastrijdsters van het Bloque Movil Arturo Ruiz

Alvaro Ybarra Zavala / Getty Images Reportage

Alvaro Ybarra Zavala nam tijdens zijn werk voor het tijdschrift TIME deze foto van de Colombiaanse burgeroorlog. Twee FARC-guerrillastrijdsters van het Bloque Móvil Arturo Ruíz, een speciale eenheid van de revolutionaire strijdkrachten van Colombia, die verantwoordelijk zouden zijn voor gijzelingen, poseren voor de foto in een van de FARC-kampen. De media-aandacht die deze foto na publicatie in TIME en later in andere tijdschriften kreeg, deed dit vergeten conflict weer herleven, terwijl het al vijftig jaar voortsleept. Bovendien kon Alvaro dankzij deze foto verslag blijven doen van dit belangrijke hoofdstuk in de geschiedenis van Colombia. Alvaro vertelt:

"Er weten maar heel weinig mensen wat je niet op de foto ziet. Ik was destijds al een halfjaar lang bezig de mobiele Arturo Ruíz-colonne van de FARC-EP-strijdkrachten te leren kennen. Achter me stond minstens de helft van die colonne te dollen als een stel kinderen. Ze genoten volop van deze geïmproviseerde fotoshoot. Heel even leek het alsof iedereen de oorlog was vergeten. Daar, diep in de Colombiaanse jungle, werden er grappen gemaakt en was de sfeer heerlijk ontspannen. Wat ik door mijn camera zag, was een heel ander tafereel. De strakke blik op de mooie gezichten van Judith en Isa weerspiegelde de hardheid van het leven in de Colombiaanse burgeroorlog. Ondanks de grapjes en complimenten van hun medestrijders bleven die prachtige gezichten door die afmattende oorlog strak in de plooi."

Veronique de Viguerie, EOS 5D Mk I

Hobyo, Somalië

27 oktober 2008

Foto van Veronique de Viguerie van piraten in Somalië

Veronique de Viguerie / Getty Images Reportage

Het Franse blad Le Figaro schakelde Veronique de Viguerie en haar collega in om naar Somalië te reizen om daar een van de piratenleiders te ontmoeten. Daaruit onstond dit verhaal plus foto van een leider met de bijnaam ‘hij die nooit slaapt’, die met zijn bemanning bij een strand aankomt, vlak voordat de groep een ander schip aanvalt. Deze foto werd gebruikt bij het eerste grote artikel over dit onderwerp, net op het moment dat het een kwestie werd die wereldwijd aandacht zou krijgen. Het verhaal bleek voor veel mensen bijzonder interessant en werd uitgegeven als een speciaal artikel in meer dan dertig bladen, waaronder The Guardian, XL Semanal, Stern, TIME, MSNBC.com, Spiegel, Newsweek, The Telegraph, GQ, La Repubblica, Corriere Della Sera, The Times en talloze andere. De foto’s zijn nog altijd actueel en verschijnen nog steeds over de hele wereld in de media. Veronique vertelt:

"Maandenlang hoorden mijn collega en ik de verhalen in de media over de piraten in de Golf van Aden, maar niemand had ze ook daadwerkelijk ontmoet. We hadden het gevoel dat we erheen moesten. Dankzij onze contactpersoon was de ontmoeting binnen een paar weken geregeld. Onze grootste angst was dat ze ons zouden ontvoeren. Om dat risico te beperken, bleven we anoniem. De eerste paar minuten waren behoorlijk gespannen, want toen kwamen ze erachter dat we twee blonde vrouwen waren die een bepaalde waarde vertegenwoordigden. Gelukkig hadden ze geen tijd meer iets te organiseren. We waren al lang en breed vertrokken tegen de tijd dat ze doorkregen wat voor kans ze hadden gemist. Met deze foto en het artikel konden we de harde feiten over dit verhaal onthullen en een einde maken aan al het gissen en speculeren. Eindelijk hadden we dan de piraten in beeld waar we zo lang al die geruchten over hadden gehoord."

Toby Smith, EOS 5D Mk II

Masoala National Park, Madagaskar

21 augustus 2009

Foto van Toby Smith van houthakker op Madagaskar die een boom omhakt

Toby Smith / Getty Images Reportage

Toby begon met zijn werkzaamheden op het gebied van de illegale kap van bedreigde houtsoorten in Madagaskar toen hij in contact kwam met Global Witness en het Environmental Investigation Agency (EIA). Toby had via undercoverwerk en met de hulp van onderzoekers een foto weten te maken van een Malagasi die zijn bijl in zeldzaam rozenhout zet, waardoor de rood-roze spaanders uit de boom spatten. De laatste stap van het project werd in opdracht van het Duitse tijdschrift GEO uitgevoerd. Dat blad bracht een speciaal artikel uit over het werk van EIA en ging dieper in op deze kwestie. Later verscheen het bewijs ook in de internationale uitgaven. Het verhaal haalde de voorpagina van allerlei andere kranten en bladen, zoals de New York Times, Fortune, Bloomberg Businessweek en National Geographic. Het werd zelfs gebruikt tijdens de eerste vervolging op Amerikaanse bodem van handelaren die in bedreigde houtsoorten handelen. Toby vertelt:

"In augustus 2009 maakte ik deel uit van een NGO-expeditie naar Madagaskar. We waren op zoek naar bewijs van illegale houtkap in de nationale parken. Ik maakte me los van de hoofdgroep en trok twee weken lang door het Maosala-regenwoud, waarbij ik het spoor van zeldzaam rozenhout volgde totdat ik bij de bron kwam.

Ik heb toen een foto gemaakt van de daadwerkelijke kap en de verschrikkelijke omstandigheden van de houthakkers. Daardoor werd deze kwestie via internationale bladen en omroepen wereldwijd onder de aandacht gebracht. De houthakkers onthaalden me heel vriendelijk. Ik kon begrip opbrengen voor hun werk. Ook zij hadden immers een gezin dat moest eten, en dat in een land dat qua economie en stabiliteit aan diggelen lag. Deze foto vormt dan ook helemaal geen kritiek op de man. Voor mij is deze foto juist een confronterende aanduiding van het overkoepelende probleem. Ik wil de mensen aan de andere kant van de keten en de mensen die hiermee geld verdienen confronteren met de harde feiten.

Met de gps-logbestanden, de documenten van de reis en de foto’s konden de Amerikaanse autoriteiten internationale bedrijven vervolgen voor hun betrokkenheid bij deze handel in illegale houtsoorten en zorgen voor meer aansprakelijkheid voor en helderheid over de houtkap voor bedrijven. Het filmmateriaal werd gebruikt voor een bekroonde BBC-documentaire."

Ed Ou, EOS 5D Mk II

Mogadishu, Somalië

24 april 2010

Afbeelding van Ed Ou van een jong kind met een wapen

Ed Ou / Getty Images Reportage

Aanvankelijk had The New York Times opdracht gegeven voor dit verhaal, maar uiteindelijk belandde het ook in de internationale media, waaronder Sunday Times Magazine, Le Monde, de tv-zender Arte en talloze andere. De Somalische regering hield zich, bekostigd door de Amerikaanse overheid, in de Hoorn van Afrika in het kader van de antiterrorismestrategie naar het schijnt actief en soms zelfs dwingend bezig met de werving van kindsoldaten. De foto’s van de jonge kinderen met gevaarlijke wapens in het door oorlog verscheurde Mogadishu deden veel stof opwaaien en werden in de Amerikaanse Senaat getoond tijdens een debat. Als gevolg daarvan oefenden de Amerikaanse overheid en de Veiligheidsraad van de VN nog meer druk uit op de Somalische overgangsregering om niet langer kindsoldaten in te zetten als strijdkrachten. Met deze foto won Ed Ou de 2011 Young Reportage-prijs tijdens het fotofestival Visa Pour L’Image. Ed vertelt:

"Al twintig jaar lang zijn constante conflicten en onveiligheid aan de orde van de dag in Somalië. Ik raakte gefascineerd en verscheurd door de gevolgen van deze schrijnende situatie voor de jongste generatie, die letterlijk in een oorlog is geboren. Deze kinderen dachten dat ze een gewoon leven leidden. Ik wist natuurlijk dat ik de wereld iets onrechtmatigs liet zien, maar voor hun was het dragen van een wapen deel van het dagelijks leven. Ik wilde hun dagelijks leven zo veel mogelijk voor zichzelf laten spreken."

Marco Di Lauro, EOS 5D Mk II

Gadabedji, Niger

27 juni 2010

Foto van Marco Di Lauro van dierenvlees

Marco Di Lauro / Getty Images Reportage

Marco Di Lauro werkte samen met UNICEF UK om de ernstige voedselcrisis in het West-Afrikaanse land Niger in beeld te brengen. De choquerende foto’s van het provisorische slachthuis in het dorpje Gadabedji laten precies zien hoe wanhopig de situatie is. De vleeshandelaren kochten dode dieren van straatarme boeren, die ondanks alles geld moeten verdienen om voor hun familie te zorgen. Het vlees werd ter plekke bereid en vervolgens naar Nigeria gestuurd. De afbeeldingen werden gebruikt in drukwerk en digitale donateurscampagnes, waardoor talloze mensen ze hebben gezien. Een van de foto’s werd ook getoond bij Visa Pour L’Image, waarop er nog veel meer aandacht voor ontstond en Di Lauro met deze foto uiteindelijk de 2011 World Press Photo in de wacht sleepte. Marco vertelt:

"Ik vertrok in juni 2010 naar Gadabedji, in Niger, en nam op 27 juni de ‘vleesfoto’ waarmee ik later de eerste prijs behaalde in de categorie Contemporary Issues van de World Press Photo Award 2011.

Het begon ermee dat UNICEF contact opnam met mij en mijn bureau. Eerder had ik al met de organisatie samengewerkt voor meer aandacht voor de voedselcrisis in Niger als gevolg van de droogte in de gehele Afrikaanse Sahel-regio. Zo’n 1,6 miljoen kinderen waren matig tot ernstig ondervoed en nog eens 1 miljoen mensen liepen het risico ondervoed te raken. Ik accepteerde deze opdracht van twee weken direct en wilde de UNICEF-campagne steunen waarmee meer geld zou worden opgehaald voor de bevolking van Niger.

De media waren aanvankelijk niet al te enthousiast over mijn verhaal. Er waren al zo veel verhalen over de droogte en hongersnood in die regio geweest, dat het publiek er een beetje moe van was. In september 2010 besloot Jean-François Leroy, directeur van fotofestival Visa Pour L’Image, het verhaal te gebruiken. In februari werd dit de winnende foto bij de World Press Photo-uitreiking. Om een of andere reden is het juist deze foto die de aandacht pakt, omdat je een nieuw perspectief krijgt. Iets wat je voorheen nog niet had gezien, waardoor je de kop leest en begrijpt hoe ernstig deze crisis eigenlijk is.

De foto maakte enorm veel indruk, waardoor UNICEF in een paar maanden tijd miljoenen ophaalde voor de Nigerese bevolking. Ik had het gevoel dat ik mijn functie als fotoverslaggever had vervuld: ik had immers een belangrijke kwestie aan de wereld laten zien.

Ik weet nog precies hoe ik daar stond toen ik de foto nam en hoe het allemaal zo onecht leek, alsof ik in een schilderij van Dalí stond. De geuren, de kleuren, de lucht, al dat vlees dat daar maar hing… Pas toen besefte ik dat bij een hongersnood eerst de dieren de klos zijn en daarna de mensen. Dat greep me ontzettend aan. Ik leefde mee met de dorpelingen die daar hun dieren voor een spotprijs moesten verkopen, enkel en alleen om te overleven."

Jonathan Torgovnik, EOS 5D Mk II

Port-au-Prince, Haïti

10 januari 2011

Foto van Jonathan Torgovnik van Fort National Haiti

Jonathan Torgovnik / Getty Images Reportage

In 2010 trof een catastrofale aardbeving met een kracht van 7 op de schaal van Richter Haïti. Er vielen ontzettend veel slachtoffers; honderdduizenden mensen overleefden de ramp niet of nauwelijks en werden dakloos. Tijdens zijn werk voor het Duitse tijdschrift GEO maakte Jonathan Torgovnik deze foto in de wijk Fort National, een van de plaatsen waar de schade door de aardbeving het ergst was. De internationale versie van dit blad is in meer dan twintig landen verkrijgbaar. De redactie wilde lezers van over de hele wereld de armoedige levensomstandigheden van deze mensen laten zien. Jonathan vertelt:

"Ik heb deze foto in opdracht van GEO gemaakt in Port-au-Prince, Haïti. Het blad wilde een jaar na de verwoestende aardbeving het herstel en de wederopbouw van Haïti laten zien. De hele dag liep ik over de steile hellingen van Port-au-Prince, door zwaar beschadigde wijken, om daar te luisteren naar de verhalen van de mensen die de ramp hadden overleefd. Het was duidelijk dat het herstel heel langzaam verliep, dat veel mensen het ontzettend moeilijk hadden en dat ze vrijwel alles kwijt waren.

Toen ik de top van een heuvel bereikte, zag ik een paar jongens voetballen op het dak van een verwoest huis onder me. Ik ging langs de kant van het pad zitten en nam toen deze foto. Dat was zo’n moment waarop alles precies in elkaar paste. De jongens gingen volledig op in hun spel, de belichting was perfect en ik had een geweldig uitzicht op de volgebouwde stad, de glooiende heuvels en de oceaan. Deze foto laat voor mij zien hoe veerkrachtig de mens kan zijn en hoe sterk de bevolking van een stad is die ernstig is verwoest."

Brent Stirton, EOS 5D Mk II

Ol Pejeta-reservaat, Kenia

13 juli 2011

Foto van Brent Stirton van witte neushoorn

Brent Stirton / Getty Images Reportage

Op deze foto zien we een van de laatste noordelijke witte neushoorns ter wereld, die permanent wordt bewaakt door vier bewapende lijfwachten. Brent maakte deze foto in opdracht van National Geographic voor een groot onderzoek naar het gebruik van dieren voor medicijnen die de zwarte markt opgaan. Nadat National Geographic deze foto aan zijn lezers over de hele wereld had getoond, verscheen het verhaal ook in allerlei andere internationale media, zoals The Sunday Times Magazine, The Guardian, GEO, Paris Match, Newsweek, VIEW, de BBC, The New York Times, Spiegel en XL Semanal. De foto werd in 2012 benoemd tot World Press Photo, om vervolgens in de pers en op sociale media nog meer in de schijnwerpers te staan. De foto laat een hartverscheurend en bijzonder verhaal zien over de kwetsbaarheid van het voortbestaan van de neushoorn. Over de hele wereld hebben miljoenen mensen de foto gezien. Brent vertelt:

"Ik heb deze foto in 2011 gemaakt, op het moment dat de neushoornkwestie mondiaal aan de kaak werd gesteld. Ik had al veel foto’s gemaakt van de kadavers en het verschrikkelijke leed van de dieren die door stropers waren onthoornd en voor dood waren achtergelaten.

Dit was voor mij de eerste keer dat de mens zich oprecht bekommerde om de neushoorn. De band tussen de Afrikaanse mannen en het dier maakte ontzettend veel indruk op me. Deze foto heb ik in Kenia gemaakt, in het Ol Pejeta-reservaat. Daar wonen drie van de zes laatste noordelijke witte neushoorns op aarde. Deze oude reus is het laatste mannetje van zijn soort. Stel je dat eens voor… Dat je het laatste van iets bent op de hele planeet. Dat is pas eenzaam.

Er sterven tegenwoordig heel veel dieren uit. Prachtige beesten zoals deze neushoorn zal het precies zo vergaan als de dodo en dat alleen omdat de mens te onwetend en te arrogant is om te begrijpen dat alles in evenwicht moet zijn. Er zijn gelukkig ook nog geweldige mensen die zich inzetten voor de natuur. Op deze foto zie je wat er voor mens en dier mogelijk is als er een band ontstaat uit wederzijds respect. De foto werd een internethit. Dan zie je gelukkig ook dat miljoenen mensen zich bekommeren om het lot van de natuur. Maar er is nog maar weinig tijd."

Laurent Van der Stockt, EOS 5D Mk II

Jobar, Damascus, Syrië

13 april 2013 

Foto van Laurent Van der Stockt van rebellen in Syrië

Laurent Van der Stockt / Getty Images Reportage

Laurent Van der Stockt reisde voor de Franse krant Le Monde naar Syrië. Hij wist niet dat hij daar een van de belangrijkste foto’s van het conflict zou maken. Op deze foto zien we rebellen van het Vrije Syrische Leger aan de frontlinie bij Jobar tijdens een sarinaanval door de strijdkrachten van president Assad. Na de publicatie kreeg de foto wereldwijd aandacht, vooral dankzij de sociale netwerken. Ook grote bladen en kranten hebben de foto’s getoond, zoals The Sunday Times Magazine, l’Espresso en The Huffington Post. Later maakten zelfs wereldleiders er gebruik van om president Bashar al-Assad onder druk te zetten over het gebruik van chemische wapens. Laurent vertelt:

"In april 2013, toen ik deze foto maakte, was er nog helemaal geen onafhankelijke, betrouwbare informatie over de oprukkende Syrische rebellen in de buitenwijken van Damascus.

Voor deze opdracht wilde ik de wijk Ghuta bereiken, in de hoofdstad. Na een lange reis vanuit Libanon kon ik de nieuwste rebellenposities vinden. Op een dag was ik aan de Djobar-frontlinie, die het dichtst bij het centrum lag. Ik interviewde een strijder toen de sarinbommen uit de lucht vielen. Ik richtte instinctief mijn camera op twee mannen met gasmaskers en maakte foto’s terwijl ik filmde.

Dankzij de publicatie van het onderzoek in Le Monde, de bodemmonsters die we hadden meegenomen en mijn foto’s en video’s, had de Franse overheid genoeg bewijs om bekend te maken dat Assad en zijn regime sarin in de strijd inzetten. De Britse overheid kwam een week later tot dezelfde conclusie en een paar dagen later zei ook Obama hetzelfde in zijn toespraak."

Dan Kitwood, EOS 5D Mk III

Kos, Griekenland

4 juni 2015

Foto van Dan Kitwood van migranten op het Griekse eiland Kos

Dan Kitwood/Getty Images

Op deze foto, die deel uitmaakt van een serie van Dan Kitwood, staan vier Pakistaanse migranten die vanuit Turkije op het strand van Kos aankomen. Op dat moment waren al zo’n 30.000 migranten hen voorgegaan in 2015 en vroeg Griekenland de andere lidstaten van de Europese Unie om extra steun. De foto was oorspronkelijk bedoeld voor Getty Images, maar is uiteindelijk in allerlei internationale media verschenen, waaronder The Times, Al Jazeera, The New Yorker, The Financial Times en nog vele andere. Dan vertelt:

"Ik werd op 29 mei 2015 naar Kos gestuurd om verslag te doen van de migrantenkwestie. De hele wereld had zijn ogen gericht op het eiland, waar alsmaar meer migranten via de stranden Griekenland binnen stroomden.

De beperkte middelen op het eiland dreigden op te raken onder de druk van complete gezinnen uit Syrië, Afghanistan, Eritrea, Irak en talloze migrantarbeiders uit Bangladesh.

Het is moeilijk te begrijpen waarom iemand zijn thuisland zou verlaten om aan zo’n gevaarlijke reis te beginnen. Die mannen, vrouwen en kinderen stevenen op niets ander dan onzekerheid af. Of ze nu op de beoogde bestemming aankomen of niet, ze weten dat ze waarschijnlijk nooit meer teruggaan.

Op de zesde ochtend stond ik op het strand op de uitkijk, toen er een bootje vol Pakistaanse mannen aankwam. Ze waren een paar uur eerder in het holst van de nacht vanuit Turkije vertrokken en hadden de onstuimige golven getrotseerd. Je kon voelen hoe opgelucht ze waren dat ze de Europese kust hadden weten te bereiken. Wat er uiteindelijk van ze is geworden en of ze nu beter af zijn… Daar kom ik waarschijnlijk nooit achter."

Wil je zelf kans maken op een EOS 5D Mark III of een van de andere unieke prijzen ter ere van dit jubileum, doe dan mee met de Iconic Images-wedstrijd!