Hoe gebruik je natuurlijk licht?

Of je nu in de buitenlucht portretten schiet, de stadssfeer rond het middaguur wil vastleggen of een mooie zomeravond wilt fotograferen, met natuurlijk licht kun je prachtige foto's maken. Als je weet hoe je natuurlijk licht moet gebruiken, zien je foto's er meteen beter uit. En je hoeft niet eens te investeren in nieuwe apparatuur.

Bekijk de video en lees daarna verder voor meer informatie over de veranderingen van licht op verschillende tijdstippen. Experimenteer eens met de camera-instellingen, hoe je daar het maximale uithaalt en waar je zelf het beste kunt gaan staan om je onderwerp met wat voor camera dan ook optimaal vast te leggen.

Maak goed gebruik van het tijdstip

Natuurlijk licht is op ieder moment van de dag en bij verschillende weersomstandigheden weer net iets anders. Dus plan vooruit voordat je eropuit trekt. Het is zonde als je 's ochtends vroeg opstaat om een mooi plaatje van een rivier te maken als je bij zonsondergang een beter shot krijgt.

Op een zonnige dag, bij heldere hemel, ziet licht er 's ochtends vrij warm uit, 's middags wat scherper en 's avonds vrij zacht. Heb je de tijd, maak dan foto's van dezelfde plek, maar wel op verschillende tijdstippen. Je kunt dan kijken welk soort licht het beste uitkomt.

Vermijd direct zonlicht bij portretten

Direct zonlicht, zoals dat rond het middaguur, werpt overal scherpe schaduwen op. Daar wordt een portret niet bepaald fraai van. Maak bij fel zonlicht dus portretten in de schaduw of wacht tot de zon in de namiddag warmer licht verspreidt. Als je achter een gebouw of onder een boom staat, wordt het harde licht gebroken, wat er fraaier uitziet. Je kunt 's middags ook een flitser gebruiken om het felle zonlicht te compenseren.

Leg de mooiste beelden vast tijdens de gouden uren

Net voor zonsondergang en net na zonsopkomst lijkt het licht een gouden tintje te hebben. Professionele fotografen maken maar wat graag gebruik van dat licht. De zon staat laag aan de horizon, maakt lange schaduwen en werpt overal een warme gloed op. Dat is ideaal voor stadsportretten, natuurfotografie of foto's van reflecties in het water.

Speel met de witbalans van je camera

Soms ziet licht er warm en goudachtig uit. En soms is het koud en erg blauw. Het menselijk oog past zich van nature aan de kleuren van het licht aan, zodat de wereld er altijd ongeveer hetzelfde uitziet. Een camera doet hetzelfde, met behulp van de zogeheten witbalans. Die witbalans is van invloed op de manier waarop de camera licht waarneemt. Je kunt er de tint van het licht mee aanpassen. Zo kun je licht compenseren dat te warm of koud is.

De meeste spiegelreflexcamera's, spiegelloze camera's en geavanceerde compactcamera's van Canon zijn standaard voorzien van zeven witbalansinstellingen. Automatische witbalans vormt de eenvoudigste standaard, voor veel voorkomende lichtomstandigheden. De daglichtmodus is geschikt voor fel zonlicht. Je kunt ook voor Bewolkt, Schemering of Schaduw kiezen. Kunstlicht en TL-licht passen goed bij binnenshuis licht.

Je vindt de ideale instelling door gewoon een aantal foto's te maken en te kijken welke witbalansinstellingen het beste werken. Op die manier weet je zeker dat je echt de kleuren van je onderwerp hebt vastgelegd.

Maak je eigen reflector om natuurlijk licht mee te sturen

Reflectoren vormen een eenvoudige manier om natuurlijk licht op je onderwerp te richten. Je hoeft niet naar een fotografiespeciaalzaak. Met een groot stuk wit, zilveren of gouden folie op een stuk karton krijg je het ook wel voor elkaar.

Durf te experimenteren

Je leert pas echt met natuurlijk licht omgaan door ermee te spelen. Experimenteer en ontdek wat voor soort licht jij het mooist vindt in je foto's. Lichtgebruik in de vingers krijgen, kost wel tijd. Ga dus op een manier te werk waar je ook nog wat plezier aan beleeft. Ga naar buiten, maak foto's van ongebruikelijk licht en vreemde onderwerpen. Haal het maximale uit het weer, het seizoen en het tijdstip.

Bekijk de interactieve City Surfer-video hier.